NAAM
HEILIGE / NAME OF SAINT
|
BIJZONDERHEDEN
|
NOTES
|
NAAMDAG/NAMEDAY
|
INFO
|
Agion Panton
Allerheiligen
All-Saints
|
Agion Panton (Allerheiligen) is een feestdag van de
Orthodoxe Kerk, waarbij alle Heiligen van de kerk, die anoniem zijn gebleven,
collectief worden herdacht. Deze dag wordt gevierd op de Zondag volgende op
(orthodox) Pinksteren.
In Griekenland is het de gewoonte dat iedereen die geen
“eigen” naamdag heeft, zijn of haar naamdag viert met Orthodox Allerheiligen. In Griekenland kun je iemand tot 40 dagen na zijn
of haar naamdag nog feliciteren.
|
Agion Panton
(All-Saints Sunday) is a feast day of the Orthodox Church collectively
commemorating all the Saints of the church who have remained anonymous. This
feast day is celebrated on the Sunday following (orthodox) Pentecost.
In Greece it is
tradition that everybody without their “own” nameday celebrate their nameday
on Orthodox All Saints’ Day. In Greece you can say congratulations till 40
days after the nameday.
|
22 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2008
14 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2009
30 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2010
19 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2011
10 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2012
30 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2013
15 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2014
07 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2015
26 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2016
11 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2017
|
D
Ý
|
La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraďne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
Photine wordt ook herdacht op de Zondag van de Samaritaanse
Vrouw tijdens de Pasen periode (>>>zie Kyriaki tis Samareitidos).
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
Photine is also
commemorated on the Sunday of the Samaritan Woman during the Paschal season
(>>>see Kyriaki tis Samareitidos).
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
>>>zie Photine 26 februari
|
>>>see
Photine february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Lambros
|
|
|
15 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
H
Ý
|
Lampadios
(doopnaam Theoclites),
Victor, Sebastianus de Hertog en Christodulus, metgezellen
van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah,
Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis
(Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters
(of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen
Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de
Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de
bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de martelaarsdood.
Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraďne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Lampadios
(doopnaam Theoclites),
Victor, Sebastianus de Hertog en Christodulus, metgezellen
van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah,
Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis
(Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters
(of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen
Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de
Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de
bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
>>>zie Lampadios (doopnaam Theoclites) 26
februari
|
>>>see
Lampadios (baptism name Theoclites) february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Lampadus de
Wonderdoener
|
|
|
05 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Lampro,
Adamantini, Akrivi, Antigoni,
Aphroditi, Areboia, Aspasia, Athena, Chaido, Dione, Dodoni, Elpiniki, Erasmia,
Erato, Ermineia, Euterpe, Harikleia, Kalliroe, Kallisti, Kleio, Kleoniki,
Kleopatra, Koralia, Margarita, Marianthi, Melpomene, Moscho, Ourania,
Pandora, Penelope, Polymnia, Polynike, Sappho, Terpsichore, Thaleia, Theano,
Theonoe, Theonymphi, Theophani, Troada, martelaressen, de 40 Heilige
Vrouwen en de martelaar Ammon (Ammoun), Diaken en hun Leraar
|
De Veertig Heilige Vrouwen waren afkomstig van Heraclea in
Thracie. Ze hadden de diaken Ammon als gids, die hen onderwees in het
Christendom. Ze stierven als martelaren onder de tiran Licinius rond 321-323.
Tien van hen werden verbrand, acht van hen werden doodgeranseld, zes van
hen werden aan stukken gesneden met messen, van tien werd het hart doorboord
met een zwaard en zes stierven door gloeiend ijzer in hun mond gepropt. St.
Ammon werd doodgeranseld. De namen van de 40 Heilige Vrouwen moeten met
terughoudendheid worden beschouwd, daar sommige, oa. Chaido en Lampro,
toebehoorden aan heiligen uit later eeuwen (16e-18e) en niet zonder
twijfel vastgesteld is dat het de heiligen uit de vroege eeuwen betreft.
|
The Forty Holy
Women were natives of Heraclea in Thrace. They had the deacon Ammon for a
guide, who instructed them in Christianity. They died as martyrs under the
tyrant Licinius around 321-323. Ten of them were burnt, eight of them were whipped to death, six of them were cut up
by knifes, ten were pierced in the heart by a sword and six died from having
the heated iron enclosed in their mouth. St. Ammon was whipped to death. The
names of the 40 Holy Women should be considered with reservation, as some of
them, a.o. Chaido and Lampro, belong to saints of later centuries (16th-18th) and are not
testified without doubt to be the saints of the first centuries.
|
01 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
JM
Ý
|
Laurence
en Diomedes, Heilige Vaders
|
|
|
28 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
D
Ý
|
Laurentius
|
|
|
07 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Laurentius
Aartsdiaken en Martelaar
|
Sint Laurentius werd geboren in Spanje. Hij was de
Aartsdiaken van de Kerk van Rome. Rond het jaar 257 werd een wrede vervolging
van de Christenen gestart door Valerianus. Voordat Paus Sixtus werd onthoofd,
slaagde hij er in alle heilige schatten van de Kerk aan Laurentius te
overhandigen. Toen Laurentius werd gearresteerd en voor de Prefect werd
gebracht, werd hij hierover ondervraagd. Nadat hem 3 dagen werden gegund om
ze voor te bereiden, verzamelde hij alle armen en hulpbehoevenden, en
presenteerde hen aan de Prefect als de schatten van de Kerk. De Prefect werd
woedend en gaf opdracht om Laurentius te rekken, dan te martelen met
schorpioenen (een ransel met scherpe ijzerpunten), en vervolgens uit te
rekken op een roodgloeiende ijzeren grill. Maar Sint Laurentius verdroeg het
zonder kreunen. Nadat hij aan 1 kant verbrand was, zei hij, "Mijn lichaam
is klaar aan één kant, draai me om op mijn andere zij." En toen dit
gebeurd was, zei hij, "Mijn vlees is nu goed gebakken, Jullie kunnen er
van proeven." Nadat hij dit had gezegd en had gebeden, stierf hij op 10
Augustus 258.
|
Saint Lawrence
was born in Spain. He was the Archdeacon of the Church of Rome. About the
year 257, a harsh persecution was raised up against the Christians by
Valerian. Before Pope Sixtus was beheaded, he managed to commit to Laurence
all the sacred treasures of the Church. When Laurence was arrested and
brought before the Prefect, he was questioned about this. After he was
granted three days to prepare them, he gathered all the poor and needy, and
presented them to the Prefect as the treasures of the Church. The Prefect
became enraged and ordered Laurence to be racked, then scourged with
scorpions (a whip furnished with sharp iron points), then stretched out on a
red-hot iron grill. But Saint Lawrence endured without groaning. After he had
been burned on one side, he said, "My body is done on one side; turn me
over on the other." And when this had been done, he said, "My flesh
is now well done, you may taste of it." When he had said this, and had
prayed, he died on August 10, 258.
|
10 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Laurus,
Leontinus, Ermos en Florus,
Martelaren
|
Volgens sommigen waren Florus en Laurus tweelingbroers en
waren Proclus en Maximus hun leraren, die vóór hen de marteldood stierven.
Volgens anderen waren Florus en Laurus compagnons in Byzantium en waren
Proclus en Maximus hun werknemers. Het is duidelijk dat ze steenhouwers
waren, die gemarteld werden, omdat ze assisteerden in de constructie van een
Christelijke kerk, wat een afgodstempel had moeten worden. Volgens sommigen
was dit in Ulpiana in Illyricum, ten zuiden van Prishtina in
Kosova. De paupers die hen hielpen, werden levend in een
oven verbrand. Florus en Laurus werden gemarteld en in een diepe bron
gegooid. Dit gebeurde in de 2e eeuw. Jaren later werden hun heilige
overblijfselen weer verkregen. Ze liepen over van mirre en veroorzaakten vele
wonderen. Ze werden overgebracht naar Constantinopel.
|
According to
some, Florus and Laurus were twin brothers and Proclus and Maximus were their
teachers, who were martyred before them. According to others Florus and
Laurus were companions in Byzantium
and Proclus and Maximus
were their exployees. It is evident that they were stonemasons, who were
tortured because they assisted in constructing a Christian church, which should
have become a temple for the idols. Some say this was in Ulpiana in Illyricum, south of Prishtina in Kosova. The paupers who helped them, were burned
alive in a furnace. Florus and Laurus were tormented and cast into a deep
well. This happened in the 2nd century. Years later their holy relics were recovered. They
poured forth myrrh and worked many miracles. They were enshrined in
Constantinople.
|
18 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lazaros
|
|
|
07 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
A
Ý
|
Lazarus van Galesion
de Wonderdoener
Monnik en Worstelaar
van de Berg Galesion
|
Sint Lazarus werd geboren in het jaar 967 in Magnesia in
Klein-Azië. Hij was een monnik, en daarna priester, in het Klooster van Mar
Sabbas in Palestina. In het jaar 1005 keerde hij terug naar zijn
geboortegrond. In het begin van het jaar 1012 bouwde hij de kloosters op de
Berg Galesion. Hij zette een pilaar op, waarop hij vele jaren als een styliet
leefde. Na het verdragen van onbecshrijflijke ontberingen stierf hij op hoge
leeftijd in het jaar 1053, tijdens het regime van Constantinus Monomachus
(1042-1055).
|
Saint Lazarus was
born in the year 967 in Magnesia of Asia Minor. He was a monk, and then
ordained priest, at the Monastery of Mar Sabbas in Palestine. In the year
1005 he returned to his homeland. In the beginning of the year 1012, he built
the monasteries on Mount Galesion. He raised up a pillar, on which he lived
as a stylite for many years. After enduring unspeakable hardships he died in
deep old age in the year 1053, during the reign of Constantine Monomachus
(1042-1055).
|
07 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lazarus Zaterdag
Lazarus Saturday
Egersis Lazarou
|
Zaterdag vóór Palmzondag.
De 30-jarige Lazarus en zijn zusters Martha en Maria waren
vrienden van Christus en kwamen van Bethanie, een dorp in Judeah. Lazarus werd
ziek terwijl Jezus in Galilee was, maar deze kwam pas toen Lazarus al 4 dagen
dood was. Jezus ging naar zijn tombe
en riep: “Lazarus, sta op!” en Lazurus ontwaakte uit de dood en stond
op. Dit wonder wordt vandaag gevierd. Lazarus lachte de rest van zijn leven
niet. Hij werd de 1e Bisschop van Kition op Cyprys, waar hij op
60-jarige leeftijd overleed en werd begraven. In 890 werden zijn heilige
relieken overgebracht naar Constantinopel.
|
Saturday before
Palmsunday.
The 30 years old
Lazarus and his sisters Martha and Mary were friends of Christ, and were from
Bethany, a village of Judea. Lazarus became ill while Jesus was in Galilee,
but he came just when Lazarus was already dead for 4 days. Jesus went to his
tomb and cried out: "Lazarus, come forth" and Lazarus awoken from
death and stood up. This wonder is celebrated on this day. Lazarus never
laughed till end of his life. He became the first Bishop of Kition on Cyprus,
where he died when he was 60 years old, and was buried. In 890 his sacred
relics were transferred to Constantinople.
|
19 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2008
11 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2009
27 MRT - ΜΑΡΤΙΟΣ 2010
16 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2011
07 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012
27 APRIL -
ΑΠΡΙΛΗΣ 2013
12 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2014
04 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015
23 APRIL -
ΑΠΡΙΛΗΣ 2016
08 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017
|
DH
Ý
|
Lebadeus
en Reginus
|
|
|
25 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Leo de Grote
van Rome
(Leontos Romis)
Paus van Rome
|
Volgens sommigen werd Sint Leo geboren in Rome, maar
volgens anderen in Tyrrenia (Toscane). Hij werd Paus van Rome in 440. Sint
Leo stuurde 4 afgevaardigden naar het Vierde Oecumenische Concilie in 451,
waar 630 Vaders samenkwamen in Chalcedon tijdens het regime van Marcianus, om
de leerstellingen van Eutyches en zijn aanhangers te veroordelen. Sint Leo's
brief aan Flavianus, ook genoemd de "Tomus van Leo", werd
voorgelezen op het Vierde Concilie, en werd bevestigd als de Orthodox
leerstelling van de incarnerende persoon van Christus. Sint Leo schreef vele
werken in het Latijn. Hij stierf in 461.
|
According to
some, Saint Leo was born in Rome, but according to others in Tyrrenia
(Tuscany). He became Pope of Rome in 440. Saint Leo sent four delegates to
the Fourth Ecumenical Council in 451, where 630 Fathers gathered in Chalcedon
during the reign of Marcian, to condemn the teachings of Eutyches and those
who supported him. Saint Leo's epistle to Flavian, also called the "Tome
of Leo", was read at the Fourth Council, and was confirmed as the
Orthodox teaching on the incarnate person of Christ. Saint Leo wrote many
works in Latin. He died in 461.
|
18 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DFIJK
Ý
|
Leo de Grote van Thracië
Keizer
|
|
|
20 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Leo van Catania
de Wonderdoener
Bisschop van Catania in Sicilië
|
Sint Leo kwam uit Ravenna in Italië. Hij leefde tijdens
het regime van Leo de Wijze en diens zoon Constantinus Porphyrogenitus (eind
van de 9e en begin van de 10e eeuw). Hij vocht tegen
het heidendom en de hekserij, die nog overheersten in die gebieden
|
Saint Leo was
from Ravenna in Italy. He lived during the reign of Leo the Wise and his son
Constantine Porphyrogenitus (end of the ninth and beginning of the tenth
centuries). He struggled against the paganism and sorcery still prevalent in
those regions.
|
20 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Leonidas
Hiero-Martelaar
|
|
|
15 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DFGH
Ý
|
Leonides
Apollo, Arias, Gorgias,
Hyperechias, Ireneios, Marcianus, Nicandrus, Pambonos en Selenias, de 10
Martelaren van Egypte
|
De 10
Martelaren van Egypte: Apollonius (Apollonus,
Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus),
Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian),
Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) en Selenias (Selinias), werden in
Egypte onder Keizer Maximianus (305-311) gearresteerd en bijna dood
gemarteld. Daarna werden ze in de gevangenis gegooid, waar ze
verhongerden.
|
The 10 Martyrs of Egypt: Apollonius (Apollonus,
Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias
(Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus
(Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) and Selenias (Selinias), were arrested in
Egypt under Emperor Maximian (305-311) and almost tortured to death. After that they were thrown in prison,
were they starved to death.
|
05 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
D
Ý
|
Leontinus
Martelaar
en zijn Metgezellen Hypatius en Theodulus
|
Sint Leontinus kwam uit Griekenland. Hij was groot van
gestalte en sterk, een illustere soldaat in de Romeinse legioenen, die vele
overwinningen had behaald. Hij was bekend om zijn voorzichtigheid en sobere
geest. Omdat hij graan uit de keizerlijke opslagplaatsen aan de armen gaf, en
een Christen was, stuurde Hadrianus (de Governeur van Phoenicië) een tribuun,
Hypatius, en Theodulus, een soldaat, om hem te arresteren. Sint Leontius
bekeerde hen onderweg naar Tripolis in Phoenicië. Daar werden Hypatius en
Theodulus gemarteld en onthoofd door Hadrianus omdat ze Christenen waren.
Leontius werd aan zulke martelingen blootgesteld, dat hij halverwege stierf,
tijdens Vespasianus in het jaar 73.
|
Saint Leontinus
was from Greece. He was of great bodily stature and strength, an illustrious
soldier in the Roman legions who had won many victories. He was known for his
prudence and sobriety of mind. Because he gave grain to the poor from the
imperial stores, and was a Christian, Hadrian (the Governor of Phoenicia)
sent Hypatius, a tribune, and Theodulus, a soldier, to arrest him. Saint
Leontius converted them on the way to Tripolis in Phoenicia. There Hypatius and
Theodulus were tormented and beheaded by Hadrian for being Christians.
Leontius was put to such tortures that he died in the midst of them, under
Vespasian in the year 73.
|
18 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Leontinus,
Ermos, Florus en Laurus, Martelaren
|
Volgens sommigen waren Florus en Laurus tweelingbroers en
waren Proclus en Maximus hun leraren, die vóór hen de marteldood stierven.
Volgens anderen waren Florus en Laurus compagnons in Byzantium en waren
Proclus en Maximus hun werknemers. Het is duidelijk dat ze steenhouwers
waren, die gemarteld werden, omdat ze assisteerden in de constructie van een
Christelijke kerk, wat een afgodstempel had moeten worden. Volgens sommigen
was dit in Ulpiana in Illyricum, ten zuiden van Prishtina in
Kosova. De paupers die hen hielpen, werden levend in een
oven verbrand. Florus en Laurus werden gemarteld en in een diepe bron
gegooid. Dit gebeurde in de 2e eeuw. Jaren later werden hun heilige
overblijfselen weer verkregen. Ze liepen over van mirre en veroorzaakten vele
wonderen. Ze werden overgebracht naar Constantinopel.
|
According to
some, Florus and Laurus were twin brothers and Proclus and Maximus were their
teachers, who were martyred before them. According to others Florus and
Laurus were companions in Byzantium
and Proclus and Maximus
were their exployees. It is evident that they were stonemasons, who were
tortured because they assisted in constructing a Christian church, which
should have become a temple for the idols. Some say this was in Ulpiana in Illyricum, south of Prishtina in Kosova. The paupers who helped them, were burned
alive in a furnace. Florus and Laurus were tormented and cast into a deep
well. This happened in the 2nd century. Years later their holy relics were recovered. They poured
forth myrrh and worked many miracles. They were enshrined in Constantinople.
|
18 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Leontius (Theoctistus),
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Lisimachus, Melito, Nicallus, Philotemon,
Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius, Smaragdus, Theodulus, Theophilus,
Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40 Martelaren van
Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een bad
aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Leucius,
Callinicus en Thyrsus,
Martelaren van Apollonia
|
De heilige Thyrsus en Leucius waren burgers van Caesarea
in Bithynië, en beiden Christenen, maar Thyrsus was nog niet gedoopt.
Callinicus was een heidense priester. Toen Cumbricius genadeloos Christenen
begon te martelen en te doden, verscheen de onbevreesde Leucius voor hem en
bekritiseerde hem. Hierom werd Leucius gemarteld en uiteindelijk onthoofdd.
Toen verscheen ook Thyrsus voor de rechter en bekritiseerde hem eveneens. Hij
werd ook geslagen en in de gevangenis geworpen. Hij genas wonderbaarlijk van
zijn wonden, de gevangenisdeur ging open en hij werd op wonderlijke wijze
naar buiten geleid. Thyrsus ging direct naar Phileas, de Bisschop van
Caesarea, en werd door hem gedoopt. Daarna werd hij opnieuw opgepakt en
gemarteld, maar hij verdroeg de folteringen. Tijdens zijn gebeden vielen vele
afgodsbeelden om. De heidense priester Callinicus zag dit en bekeerde zich
tot het Christelijke geloof. Toen werden hij en Thyrsus ter dood veroordeeld.
Callinicus werd onthoofd. Thyrsus werd in een houten kist geplaatst om
doormidden te worden gezaagd. Maar op wonderbaarlijke wijze kon de zaag niet
door het hout heen komen. Toen verrees Thyrsus uit de kist, bad tot God, en
stierf vredig.
|
Saints Thyrsus
and Leucius were citizens of Caesarea of Bithynia, and both Christians, but
Thyrsus was not baptized yet. Callinicus was a pagan priest. When Cumbricius
began to mercilessly torture and murder Christians, the fearless Leucius
appeared before him and criticised him. For this Leucius was tortured and
finally beheaded. Then Thyrsus also appeared before the judge and criticised
him too. He also was flogged and cast into prison. He was miraculously healed
of his wounds, the prison door opened and he was led out miraculously.
Thyrsus immediately went to Phileas, the Bishop of Caesarea, and was baptized
by him. After that again he was seized and tortured, but he endured the
tortures. When he prayed, many idols fell down. The pagan priest Callinicus
saw this and converted to the Christian Faith. Then he and Thyrsus were
condemned to death. Callinicus was beheaded. Thyrsus was placed in a wooden
coffin to be sawn in half. However the saw was miraculously unable to cut
into the wood. Then Thyrsus arose from the coffin, prayed to God, and
peacefully died.
|
14 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Levi (Mattheus) de Evangelist
en Apostel
|
Deze Apostel, die ook Levi genoemd werd, was de zoon van
Alphaeus en was afkomstig uit Galilee. Aanvankelijk belasting-inner, werd hij
later een van de 12 Apostelen en een Evangelist. In Palestina schreef hij de
Gospel in het Hebreeuws, tevens was hij de allereerste die de Gospel schreef.
|
This Apostle, who
was also called Levi, was the son of Alphaeus and was from Galilee. At first
being a tax-collector, he later became one of the Twelve Apostles, and an
Evangelist. In Palestine, he wrote his Gospel in Hebrew, he was also the
first of all to write the Gospel.
|
16 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FHIJ
K
Ý
|
Levi (Mattheus) de
Evangelist
Andreas, Bartholomeus, Jacob (zoon van Alphaeus), Jacob
(zoon van Zebedee), Johannes de Theoloog en Evangelist, Judas Lebbaeus
(Thaddaeus), Matthias, Philippus, Simon (Petrus), Simon de Canaaniet (“de
Zeloot”) en Thomas.
Synaxis van de 12 Apostelen
Sunaksi ton 12 Apostolon
|
De namen van de Twaalf Apostelen waren: Simon, die Petrus
genoemd werd, en zijn broer Andreas, de Eerst-Geroepene, Jacob, de zoon van
Zebedee, en zijn broer Johannes de Theoloog en Evangelist, Philippus,
Bartholomeus, Thomas, Mattheus de Evangelist, die ook Levi genoemd werd,
Jacob, de zoon van Alphaeus, Judas Lebbaeus, ook Thaddaeus genoemd, de broer
van Jacob, de broer van Christus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en
Matthias, die gekozen werd om de plaats in te nemen van Judas de verrader.
|
The names of the
Twelve Apostles were: Simon, who was called Peter, and his brother Andrew,
the First-called; James the son of Zebedee, and his brother John, who was also
the Evangelist and Theologian; Philip, and Bartholomew, Thomas, and Matthew
the publican, who was also called Levi and was an Evangelist, James the son
of Alphaeus, and Jude Lebbaeus, also called Thaddaeus, the brother of James,
the Brother of Christ; Simon the Cananite ("the Zealot"), and
Matthias, who was elected to fill the place of Judas the traitor.
|
30 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
ADFG
HIJK
Ý
|
Liberian (of Valerian),
Chariton, de maagd Charito (Charita), Evelpistos,
Hierarcos (Ierakos, Hierax), Justinus, Justus,en Peon (Peonus, Paionos),
Metgezellen van Justinus
de Filosoof, Martelaar
|
St. Justinus werd geboren in 103 en kwam van Neapolis in
Palestina. Hij was een volgeling van Plato de filosoof. Toen hij volwassen
was werd hij Christen. Tot het eind van zijn leven preekte hij het
Christendom op filosofische wijze en wist Keizer Antoninus Pius (regeerde
138-161) te bewegen de christenvervolging te verlichten. Door toedoen van
Crescens, een jaloerse Cynische filosoof, werd Sint Justinus onthoofd in het
jaar 156, 166 of 167, tijdens het regime van Marcus Aurelius regeerde
161-180).
De martelaren Chariton, de maagd Charito (Charita),
Euelpistus, Hierax, Justinus, Justus, Peonus en Liberianus (volgens anderen
Valerianus) leden met Sint Justinus de Filosoof. Ze werden naar Rome gebracht
en in de gevangenis gegooid. Toen ze weigerden aan de afgoden te offeren,
werden ze ter dood veroordeeld en allemaal onthoofd.
|
Saint Justin was
born in 103 and was from Neapolis of Palestine. He was a follower of Plato
the philosopher. When he was already a mature man, he became a Christian.
Until the end of his life he preached the Christian faith, and persuaded the
Emperor Antoninus Pius (reigned 138-161) to relieve the persecution of
Christians. Through the machinations of Crescens, an envious Cynic
philosopher, Saint Justin was beheaded in Rome in 165, 166 or 167 under
Marcus Aurelius (reigned 161-180).
The martyrs
Chariton,the virgin Charito (Charita), Euelpistus, Hierax, Justin, Justus,
Peonus and Liberian (according to others Valerian) suffered with Saint Justin
the Philosopher. They were brought to Rome and thrown into prison. When they
refused to sacrifice to the pagan gods, they were sentenced to death and were
all beheaded.
|
01 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
DJ
K
Ý
|
Limnaeus
en Thalassius
|
|
|
22 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Linus
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Linus was één van de 70 Discipelen en
Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en
heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige
Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus
preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd
door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan
zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Linus was one of the 70 Disciples and Apostles
of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto
the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve
Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the
passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and
their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred
to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lisimachus,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Melito, Nicallus,
Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius, Smaragdus, Theodulus,
Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40
Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Longinus de
Centurion
Martelaar
|
Sint Longinus was in dienst van Pontius Pilate. Ten tijde
van Christus’ Passie, stond hij op wacht bij het Kruis. Toen de aarde beefde,
riep hij in angst uit "Dit was waarachtig de Zoon van God" (Matt.
27:54). Na de Opstanding verliet hij het leger en vertrok naar Cappadocië,
zijn thuisland, om te preken. Tiberius Caesar liet hem arresteren en
onthoofden.
|
Saint Longinus
was in the service of Pontius Pilate. At the time of Christ’s Passion, he was
standing guard at the Cross. When the earth quaked, he cried out with fear,
"Truly this was the Son of God" (Matt. 27:54). After the
Resurrection, he left the army and departed for Cappadocia, his homeland, to
preach. Tiberius Caesar had him arrested and beheaded.
|
16 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
DJ
K
Ý
|
Longinus,
Amonitus, Anicletus, Athanasius, Barachius, Callimachus,
Callinicus, Castrichius, Claudianus, Diodotus, Dorotheus, Epiphanius,
Eugenius, Eutychius, Gigantius, Hesychius, Hilarion, Mamas, Maximianus,
Nicander, Nikon, Ostrychius, Themelius, Theodochus, Theodorus, Theodotus, Theodoulus,
Theogenes, Theophilus, Valerius en Xanthius, de 32 Metgezellen van Hieron,
samen de 33 Martelaren van Melitene in Armenië
|
Sint Hieron kwam uit Tyana in Cappadocië. Hij was een erg
sterke en edele landbewerker. Hij was bezig te graven in zijn veld, toen
soldaten kwamen om hem te ronselen voor het leger. Maar Hieron, zelf een
Christen, weigerde keizers te dienen, die Christenen vervolgden. Met zijn
houten gereedschap joeg hij de gewapende soldaten weg, die in angst vluchtten
vanwege zijn kracht. Later echter ging hij uit eigen vrije wil en bekende
tegenover de gouverneur een Christen te zijn. Ze hakten zijn rechterhand af
en hij werd gevangengezet met 32 anderen, omdat ze hadden geweigerd aan de
afgoden te offeren. Samen werden ze allen onthoofd buiten de stad Melitene in
Armenië, in het jaar 290. De andere 32 martelaren waren: Amonitus, Anicletus,
Athanasius, Barachius, Callimachus, Callinicus, Castrichius, Claudianus,
Diodotus, Dorotheus, Ducitius, Epiphanius, Eugenius, Eutychius, Gigantius,
Hesychius, Hilarion, Longinus, Mamas, Maximianus, Nicander, Nikon,
Ostrychius, Themelius, Theodochus, Theodorus, Theodotus, Theodoulus,
Theogenes, Theophilus, Valerius en Xanthius.
|
Saint Hieron was
from Tyana in Cappadocia. He was a very strong and noble husbandman. He was
busy digging in his field, when soldiers came to press him into military
service. But Hieron, a Christian himself, refused to serve emperors who
persecuted Christians. He drove away with his wooden tool the armed soldiers,
who fled in fear because of his strength. Later, however, he went of his own
free will, and confessed to be a Christian before the governor. They cut off
his right hand, and he was imprisoned with thirty-two others, because they
had refused to sacrifice to the idols. Together they were all beheaded
outside the city of Melitene in Armenia, in the year 290. The other 32
martyrs were: Amonitus, Anicletus, Athanasius, Barachius, Callimachus,
Callinicus, Castrichius, Claudian, Diodotus, Dorotheus, Ducitius, Epiphanius,
Eugene, Eutychius, Gigantius, Hesychius, Hilarion, Longinus, Mamas, Maximian,
Nicander, Nikon, Ostrychius, Themelius, Theodochus, Theodore, Theodotus,
Theodoulus, Theogenes, Theophilus, Valerius and Xanthius.
|
07 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Lucas
|
Dit moet een vergissing zijn. Waarschijnlijk wordt hier
Sint Lucia de maagd bedoeld, die herdacht wordt op 13 December (>>>zie Lucia, 13
December).
|
This must be a
mistake. Probably Saint Lucia the virgin is meant here, who is commemorated
on December 13 (>>>see Lucia, December 13).
|
13 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
F
Ý
|
Lucas de Evangelist
Apostel
|
Hij wordt ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
He is also commemorated
on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
18 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
ACDF
HIJK
Ý
|
Lucas
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Lucas de Evangelist (metgezel
van Paulus en auteur van de Gospel met zijn naam),
was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem
gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij
begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende
landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen
aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd
uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als
“van de Zeventig”.
|
Luke the Evangelist
(companion of Paul and
author of the Gospel that bears his name), was
one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition
to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and
assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in
various lands. With the passage of time others were added to their number by
the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless
they were all referred to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lucas de Nieuwe Styliet
|
|
|
11 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Lucas van Bouleutos
|
|
|
20 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
D
Ý
|
Lucas van Stiris
(Stirion, Griekenland)
de Rechtschapene
|
Sint Lucas was een afstammeling van een familie uit
Aegina. Deze familie had Aegina verlaten vanwege de frequente invasies door
de Saracenen, en woonde in Phocis. Daar werd Sint Lucas geboren in 896. Vanaf
zijn vroegste jeugd weigerde Lucas vlees, kaas of eieren te eten. Hij gaf
zich over aan ontberingen en vasten, en gaf vaak zijn kleren aan de armen,
waarvoor zijn vader hem strafte. Nadat zijn vader stierf, vertrok hij in het
geheim van huis om monnik te worden, maar hij werd ontmaskerd, en hij keerde
terug naar zijn moederr om een tijdje voor haar te zorgen. Vele jaren leefde
hij als kluizenaar en trok van plaats naar plaats. Het laatste deel van zijn
leven bracht hij door op de Berg Stirion in Phocis, in de stad Stiris. Volgens
sommigen overleed Sint Luke, die een wonderdoener was, in het jaar 946;
volgens anderen in 953. Zijn tombe is in het klooster van Hosios Loukas, en
het werd een bron van genezingen en een pelgrimsplaats voor de gelovigen.
|
Saint Luke was
the descendant of a family from Aegina. This family had left Aegina, because
of the frequent invasions of the Saracens, and dwelt in Phocis. There Saint
Luke was born in 896. From his earliest childhood Luke refused to eat any
flesh, cheese or eggs. He gave himself over to hardship and fasting, and
often gave away his clothing to the poor, for which his father punished him.
After his father died, he secretly left home to become a monk, but he was
made known, and he returned to his mother to care for her for a time. For many
years he lived as a hermit, and moved from place to place. The last part of
his life he spent on Mount Stirion at Phocis, in the city named Stiris.
According to some Saint Luke, who was a wonder-worker, reposed in the year
946; according to others, in 953. His tomb is in the monastery of Hosios
Loukas, and it became a source of healings and place of pilgrimage for the
faithful.
|
07 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Lucas,
Alexander, Anaxandros (Anaxarchos), Anaximenes,
Aristeides, Chronis (Chronios), Dimaratos, Demokles, Dimosthenes, Dionysios,
Elias, Epameinondas, Esaias, Eteokles, Hephaistion, Herakles, Homeros,
Isokrates, Miltiades, Mnesarchos, Parmenion, Pelopidas, Perikles, Philopimen,
Phokion, Pindaros, Polybios, Polynikes, Prometheus, Sokrates, Sophokles,
Themistokles, Theodorus, Theophrastos, Theseus, Thomas, Timotheos, Titos,
Xenophon en Zenon, de 40 Martelaren van Afrika
|
Deze martelaren stierven in de priode 249-251
in Afrika. Er is weinig bekend over deze Heiligen. Ze worden alleen
beschreven in de “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Klein Gebedenboek of
Heiligenboek”, publicatie van “Apostolikís Diakonías” (Apostolisch Diakonaat)
in 1959, zonder verdere informatie. Nergens anders wordt hun herdenking
vermeld. Mogelijk waren zij metgezellen van de Heiligen Terentius, Afrikanus,
Maximus en Pompius, die ook op dezelfde dag worden herdacht (>>>zie
Terentius 10 aprill.
|
These martyrs
died in de period 249-251 in
Africa. Little is known about these Saints. They are described only in the
“Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Small Prayerbook or Saintsbook”,
publication of “Apostolikís Diakonías” (Apostolic Deaconate) in 1959, with no
further information. Nowhere else their commemoration is reported. Possibly
they were companions of the Saints Terentius, Afrikanus, Maximus and Pompius,
who are also commemorated on the same day (>>>see Terentius april
10).
|
10 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
Ý
|
Lucia
|
|
|
04 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
GH
Ý
|
Lucia
Maagd-Martelares
|
Sint Lucia kwam uit Syracuse in Sicilië. Ze was een maagd,
verloofd met een heiden. Toen haar moeder ziek was, ging ze met haar naar de
schrijn van Sint Agatha in Catania voor genezing. Daar verscheen Sint Agatha
aan Lucia in een droom. Ze verzekerde haar, dat haar moeder zou genezen, en
ze voorspelde Lucia's martelaarschap. Toen haar moeder was genezen, verdeelde
Lucia haar spullen onder de armen. Haar verloofde verraadde haar als Christen
aan Paschasius de Gouverneur. Sint Lucia werd in een bordeel gezet ter
vernedering, maar bleef haar maagdelijkheid behouden. Ze werd onthoofd in het
jaar 304, tijdens het regime van Diocletianus.
|
Saint Lucia was
from Syracuse in Sicily. She was a virgin, betrothed to a certain pagan. When
her mother was ill, she went with her to the shrine of Saint Agatha at
Catania to be healed. There Saint Agatha appeared to Lucia in a dream. She
assured her, that her mother would be healed, and she fortold Lucia's
martyrdom. When her mother had been healed, Lucia distributed her goods to
the poor. Her betrothed betrayed her as a Christian to Paschasius the
Governor. Saint Lucia was put in a brothel to be abased, but was preserved in
purity. She was beheaded in the year 304, during the reign of Diocletian.
|
13 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DHIK
Ý
|
Lucianus
Priester van de Kerk van
Groot-Antiochië
Hiero-Martelaar
|
Sint Lucianus kwam uit Samosata. Hij was de zoon van vrome
ouders. Hij stichtte een catechetische school in Antiochië. Hij vertaalde het
Oude Testament vanuit het Hebreeuws en publiceerde het. Hij reisde naar
Nicomedia om de martelaren te ondersteunen, en werd voor Maximinus beschuldigd.
Toen hij het Christelijke Geloof verdedigde, werd hij veroordeeld tot
gevangenschap. Daar stierf hij van honger en dorst in het jaar 311.
|
Saint Lucian was
from Samosata. He was the son of pious parents. He established a catechetical
school in Antioch. He edited the Old Testament translation from the Hebrew
tongue and published it. He travelled to Nicomedia to support the martyrs,
and was accused before Maximinus. When he had made a defence of the Christian
Faith, he was condemned to imprisonment. There he died of hunger and thirst
in the year 311.
|
15 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
DFHI
JK
Ý
|
Lucianus,
Antigonus, Terentius, Nicomedes en Theophanus, Martelaren
|
Nog geen nadere informatie beschikbaar. Deze Heiligen zijn
onbekend in de Synaxaria en de Menaia. Ze worden genoemd in de Parijse Kodika
1578 zonder biografie.
|
No further
information available yet. These Saints are unknown in the Synaxaria and the
Menaia. They are mentioned in the Parisian Kodika 1578 without biography.
|
17 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Lucillianus
en Paula, Martelaren, en hun Metgezellen de Kinderen
Claudius, Hypatius, Paulus en Dionysus
|
Sint Lucillianus was een priester van de afgoden nabij
Nicomedia. Toen hij op hoge leeftijd Christen werd, tijdens het regime van
Aurelianus (270-275), werd hij voor Silvanus de Graaf gebracht. Toen hij
weigerde zijn Christelijke geloof op te geven, werd zijn kaak gebroken, werd
hij met staven geslagen, werd hij ondersteboven gehangen, en toen gevangen
gezet met vier Christelijke kinderen, Claudius, Hypatius, Paulus en
Dionysius. Ze werden allemaal weer voor Silvanus gebracht. Toen ze
standvastig bleven in hun geloof werden ze in een felbrandende oven gegooid,
maar ze bleven ongedeerd. Toen werden ze naar Byzantium gestuurd. De kinderen
werden onthoofd en Lucillianus werd gekruisigd. De maagd Paula, ook een
Christin, begroef hun heilige relieken. Hierom werd ze naakt uitgekleed en
genadeloos gegeseld. Na vele kwellingen werd ze onthoofd in het jaar 270.
|
Saint Lucillian
was a priest of the idols near Nicomedia. When he became a Christian in his
old age, during the reign of Aurelian (270-275), he was brought before Silvan
the Count. When he refused to give up his Christian faith, his jaw was
broken, he was beaten with rods, he was hanged upside down, and then
imprisoned with four Christian children, Claudius, Hypatius, Paul, and
Dionysius. All of them were brought before Silvan again. When they remained
constant in their faith, they were cast into a raging furnace, but they
remained unharmed. Then they were sent to Byzantium. The children were
beheaded, and Lucillian was crucified. The virgin Paula, also a Christian,
buried their holy relics. For this, she was stripped naked and mercilessly
thrashed. After other torments, she was beheaded, in the year 270.
|
03 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lucius
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Lucius was één van de 70 Discipelen en
Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en
heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige
Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus
preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd
door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig.
Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Lucius was one of the 70 Disciples and Apostles
of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto
the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve
Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the
passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and
their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred
to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Lupos
Martelaar
|
|
|
23 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
JK
Ý
|
Lydia
|
|
|
27 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
F
Ý
|