untitled
viviti

CHRONIAPOLLA

Kalender

chronologisch

Kalender alfabetisch

Betekenis

van namen

Biografieën

van Heiligen

Zoek

namen

GRIEKSENAAMDAGEN

 Home

Wie zijn wij

Laatste Nieuws

Mailing List

Alle namen

(afgeleide namen)

Categorieën

van heiligen

Iconen

Mythologie

Blog

Gastenboek

Tell-a-Friend

E-cards

Linken

Contact

GRIEKSE NAAMDAGEN – S

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

Explanation of the codes: see Footer

 

 

Agion Panton  

Allerheiligen

All-Saints

 

 

Sabaïnos (Sabinos)

Sabas

Sabbas (Savvas) 3x

Sabbatius

Sabel

Sabinas

Sabinos (Sabaïnos)

Sabinus

Sacerdos

Sagornius (of Saturninus)

Salaphiel

 

Salome (Solomone) 3x

Tis Samareitidos (Kyriaki tis Samareitidos, Zondag van de Samaritaanse Vrouw, Sunday of the Samaritan Woman)

La Samaritana (Photine, Fotini, Swetlana) 2x

Samonas (Shamuna)

Samson

Samuel 3x

Sappho

Sarathin

Saturninus 2x

Savvas (Sabbas) 2x

Scelepius (Asclepius)

Scepi (Skevis)

Sebastianus 5x

Selenias (Selinias)

 

Seleucus

Selinias (Selenias)

Seraphim 2x

Serapion

Sergius 5x

Severianus 3x

Shamuna (Samonas)

Silas 2x

Silvanus 2x

Simeon 12x

Sisinnius

Sisoes

Skevis (Scepi)

Smaragdus

Socatres 4x

Solochonus

Solomone (Salome) 3x

Sophia (Wijsheid/Wisdom)

Sophokles

Sophonias (Zephania)

Sophronius

Sosipatrus 3x

Sosius

Sosthenes

Sotiris

Sotiros (Ypapanti tou Sotiros)

Sozon

Spyridon

Stachus (Stakhias) 2x

Stamatis

Stamatius 2x

Stavros

Stephanida 2x

Stephanie

Stephanus 7x

Stilianos (Stulianos)

Stiracius (Styrakios)

Stratonicus

Stulianos (Stilianos)

Styrakios (Stiracius)

Sunday after the Nativity of Christ (Kyriaki Meta Tin Christou Gennisin, Zondag na de Geboorte van Christus)

Sunday of the Holy Ancestors of Christ

Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus

Kyriaki Ton Agion Propatoron

(Ton Agion Popatoron, Propatoron)

Sunday of the Samaritan Woman (Kyriaki tis Samareitidos, Zondag van de Samaritaanse Vrouw)

Susanna

Swetlana (Photine, Fotini, La Samaritana) 2x

Sylvester

Syncletica

GREEK NAMEDAYS – S

CHRONIAPOLLA

Calendar

chronological

Calendar alphabetical

Meaning

of names

Biographies

of Saints

Search

names

GREEKNAMEDAYS

 Home

Who are we

Latest News

Mailing List

All names

(derived names)

Classification

of Saints

Icons

Mythology

Blog

Guest Map

Tell-a-Friend

E-cards

Links

Contact

Griekse Naamdagen - S

Greek Namedays - S Ý

 

NAAM HEILIGE / NAME OF SAINT

BIJZONDERHEDEN

NOTES

NAAMDAG/NAMEDAY

INFO

Agion Panton

Allerheiligen

All-Saints

Agion Panton (Allerheiligen) is een feestdag van de Orthodoxe Kerk, waarbij alle Heiligen van de kerk, die anoniem zijn gebleven, collectief worden herdacht. Deze dag wordt gevierd op de Zondag volgende op (orthodox) Pinksteren.

In Griekenland is het de gewoonte dat iedereen die geen “eigen” naamdag heeft, zijn of haar naamdag viert met Orthodox Allerheiligen. In Griekenland kun je iemand tot 40 dagen na zijn of haar naamdag nog feliciteren.

Agion Panton (All-Saints Sunday) is a feast day of the Orthodox Church collectively commemorating all the Saints of the church who have remained anonymous. This feast day is celebrated on the Sunday following (orthodox) Pentecost.

In Greece it is tradition that everybody without their “own” nameday celebrate their nameday on Orthodox All Saints’ Day. In Greece you can say congratulations till 40 days after the nameday.

22 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2008

14 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2009

30 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2010

19 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2011

10 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2012

30 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2013

15 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2014

07 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2015

26 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2016

11 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2017

D

 

Ý

Sabaïnos (Sabinos),

de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de Kerk van Rome, en de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Chrysa (of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius (Benerios), martelaren.

Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren, verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid. De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome overgebracht..

Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint Censorinus onthoofd.

Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.

Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot hij stierf.

Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD. Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.

Saint Hippolytus is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he appeared before the governor and protested against their inhumanity. The enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.

St Censorinus was a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.

Then the virgin Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation. She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon, and Cyriacus the Bishop.

With heavy rocks tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned his sides with torches untill he died.

All these Roman martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa is reported.

30 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Sabas de Nieuwe

 

 

07 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

D

 

Ý

Sabbas (Savvas)
de Gezegende

de God-Dragende Vader

Sint Sabbas werd geboren in 439 in Moutalaska, een klein dorpje in Cappadocië. Hij kwam als kind in het klooster terecht onder de hoede van Euthymius de Grote. Hij werd de spirituele Vader van vele monniken en een instructeur voor de kloosters in Palestina. Hij was de door de Patriarch van Jeruzalem aangewezen leider (archimandriet) van de woestijn-bewoners van Palestina. Op 94-jarige leeftijd overleed hij in het jaar 533.

This Saint was born in 439 in Moutalaska, a small village of Cappadocia. As a child he entered the monastic life under the guidence of Euthymius the Great. He became the spiritual Father of many monks and an instructor for the monasteries in Palestine. He was appointed leader (archimandrite) of the desert-dwellers of Palestine by the Patriarch of Jerusalem. At the age of ninety-four, he reposed in the year 533.

05 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

ABCD

FHIJ

K

 

Ý

Sabbas (Savvas) de Goth

(Sabbas de Strijder)

 

 

24 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

JK

 

Ý

Sabbas,

Adam, Benjamin, Domnus, Elias, Eusebius, Hypatius, Isaac, Isaiah, Jeremiah, Macarius, Mark, Moses, Paul, Proclus en Sergius, Martelaren van Sinai en Raithu

De Martelaren die gedood werden in Sinai en Raithu worden samen vereerd op 14 januari. Het waren twee verschillende groepen heiligen en ze werden gedood in verschillende periodes en op verschillende locaties. Eén groep van deze martelaren werd gedood in Sinai rond het jaar 296, tijdens het regime van Diocletianus. De andere groep martelaren werd gedood in Raithu rond het midden van de vijfde eeuw. Beide groepen martelaren werden gedood door de Blemmyes (Blemmyae), een nomadische Nubische stam uit delen van Arabië en Egypte.

The Martyrs slain at Sinai and Raithu are venerated together on January 14th. They were two different groups of saints and were killed at different times and at different locations. One group of these martyrs were killed at Sinai about the year 296, during the reign of Diocletian. The other group of martyrs were killed in Raithu about the middle of the fifth century. Both groups of martyrs were killed by the Blemmyes (Blemmyae), a nomadic Nubian tribe from parts of Arabia and Egypt.

14 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJ

 

Ý

Sabbatius,

Dorymedes en Trophimus, Martelaren

 

 

19 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sabel,

Ismael en Manuel, Martelaren

De broers Manuel, Sabel en Ishmael waren Perzen. Ze waren door de Perzische Koning als ambassadeurs naar Julianus de Apostaat gestuurd om te onderhandelen over een vredesverdrag. Nabij Chalcedon weigerden ze samen met Julianus te offeren aan zijn afgoden en hij liet hen doden in het jaar 362. Dit was de aanleiding tot een oorlog met Perzië.

The brothers Manuel, Sabel and Ishmael, were Persians. They were sent by the Persian King as ambassadors to Julian the Apostate to negotiate a peace treaty. Near Chalcedon, they refused to join Julian in offering sacrifice to his idols and he had them slain in the year 362. This was the cause of a war with Persia.

17 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sabinas de Egyptenaar

Martelaar

Sint Sabinus de Egyptenaar leefde tijdens het regime van Diocletianus in 299. Hij kwam uit de stad Hermoupolis in Egypte. Omdat hij een Christen was, werd hij voor Arrhianos, de gouverneur van de stad, gebracht, die opdracht gaf om hem op te hangen. Daarna werd zijn lichaam zó verscheurd, dat al  zijn vlees op de grond viel. Daarna verbrandden ze hem met kaarsen, bonden een steen aan hem vast en gooiden hem in de rivier Scamandros, waarna hij stierf.

Saint Sabinus the Egyptian lived during the reign of Diocletian in 299. He was from the city of Hermoupolis in Egypt. Because he was a Christian, he was brought to Arrhianos, the governor of the city, who ordered that he be hung. After that, the saint’s body was so badly torn that all his flesh was poured down on the ground. Then they burnt him with candles, tied a stone on him and threw him into the river Scamandros, after which he died.

16 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sabinos (Sabaïnos),

de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de Kerk van Rome, en de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Chrysa (of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius (Benerios), martelaren.

Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren, verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid. De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome overgebracht..

Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint Censorinus onthoofd.

Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.

Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot hij stierf.

Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD. Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.

Saint Hippolytus is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he appeared before the governor and protested against their inhumanity. The enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.

St Censorinus was a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.

Then the virgin Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation. She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon, and Cyriacus the Bishop.

With heavy rocks tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned his sides with torches untill he died.

All these Roman martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa is reported.

30 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Sabinus de Rechtschapene

 

 

15 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

D

 

Ý

Sacerdos,

Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander, Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus, Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus, Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Severianus, Sisinnius, Smaragdus, Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40 Martelaren van Sebaste

De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden. De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.

The 40 Martyrs of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D. When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians could not recover them. On the third night every bone which was separated from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter gathered and honorably buried them.

09 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJKM

 

Ý

Sagornius (of Saturninus),

Cercyra, Euphrasius, Faustianus, Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus (Mammius, Mammonius) en Marsalus (Massalus, Marsalius), Martelaren van Corfu en Metgezellen van Jason (Iason) en Sosipatrus, Apostelen van de 70

Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70 Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater, die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea. Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning, woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen, werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en  met pijlen doodschieten. Veel Christenen vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Jason and Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the daughter of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the island of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of this, the king of the island threw them into prison. There they converted seven thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of the thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius and Mamminus. For this the king ordered the seven converted thieves to be put to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter of the king, watched from the window how her father was torturing the apostles. Seeing this, she declared herself a Christian and distributed all of her jewels to the poor. The king, enraged, put his daughter in a special prison. When she refused to renounce her Christian faith, the king had the prison burned, but Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle, were baptized. Then the king had his daughter tied to a tree and slain by arrows. Many Christians fled to the nearest island to hide themselves from the terrible king. When the king pursued them by boat, the boat sank and the king died. Jason and Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they died at old age. Jason and Sosipater are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

Griekse kalender:

Greek calendar:

29 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

Slavische kalender:

Slavic calendar:

28 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

 

 

Ý

Salaphiel

Synaxis van de Aartsengelen

Synaxis van de Aartsengel Michael & de andere Geestelijke Krachten: Gabriel, Raphael, Uriel, Salaphiel, Jegudiel & Barachiel (er is geen consensus over de laatste 4 namen van aartsengelen).

Sinds de vierde eeuw wordt het huidige Feest van Aartsengel Michael en alle andere hemelse krachten gevierd in de maand November. Waarom precies in November? Omdat November de negende maand na Maart is, en Maart wordt beschouwd als de maand waarin de wereld werd geschapen. Ook, als de negende maand na maart, werd November gekozen voor de negen ordes van engelen, van wie de Aartsengel Michael de leider is:

Eerste Triade

(Hemelse Raadgevers):

1. Seraphim - Serafijnen

2. Cherubim - Cherubijnen

3. Throni - Tronen

    (Ofanimm of Galgallin)

Tweede Triade

(Hemelse Bestuurders):

4. Dominationes - Heerschappijen

    (Kyriotètes; Hebreeuws: Hashmallim)

5. Potestates - Krachten

    (Dynameis; Kabbala: Malachim of

     Tarshishim)

6. Virtutes - Machten

    (Exousiai)

Derde Triade

(Hemelse Boodschappers):

7. Principatus - Vorsten

    (Archai)

8. Archangeli - Aartsengelen

    (Archangeloi)

9. Angeli - Engelen

    (Angeloi)

Er zijn vele namen te vinden van individuele engelen in alle genoemde ordes, die ik echter hier bewust niet genoemd heb, omdat de gevonden informatie erg tegenstrijdig is en de betrouwbaarheid twijfelachtig is. De meeste van deze namen worden niet in de Bijbel genoemd, laat staan dat van deze engelen naamdagen gevierd kan worden.

Synaxis of the Archangel Michael & the other Bodiless Powers: Gabriel, Raphael, Uriel, Salaphiel, Jegudiel & Barachiel (there is no consensus about the last 4 names of archangels).

Since the fourth century the present Feast of Archangel Michael and all the other heavenly powers is celebated in the month of November. Why precisely in November? Because November is the ninth month after March, and March is considered to be the month in which the world was created. Also, as the ninth month after March, November was chosen for the nine orders of angels, of which the Archangel Michael is the leader.

First Triade

(Celestial Advisors):

1. Seraphim - Seraphim

2. Cherubim - Cherubim

3. Throni - Thrones

    (Ofanimm or Galgallin)

Second Triade

(Celestial Governors):

4. Dominationes - Dominions

    (Kyriotètes; Hebrew: Hashmallim)

5. Potestates - Powers

    (Dynameis; Kabbala: Malachim or

     Tarshishim)

6. VirtutesVirtues/Authorities

    (Exousiai)

Third Triade

(Celestial Messengers):

7. PrincipatusPrincipalities

    (Archai)

8. Archangeli - Archangels

    (Archangeloi)

9. Angeli - Angels

    (Angeloi)

Many names can be found of individual angels in all mentioned orders, which I did not mention here on purpose, because the found information is very contradictory and the reliability is doubtful. Most of these names are not being mentioned in the Bible, and it is obvious that namedays of these angels can not be celebrated.

08 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

D

 

Ý

Salome (Solomone)

en haar Kinderen Abim, Anthonius, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim en Marcellus (de Heilige Maccabees) en hun leraar Eleazar

De Heilige Maccabees, Abim, Anthonius, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, en Marcellus, waren Joden en navolgers van de Wetten van de Vaderen, tijdens het regime van Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), de Koning van Syria, die een vijand was van de Joden. Deze jeugdigen werden verschrikkelijk gemarteld, maar ze doostonden alles. Ze eindigden hun leven in kwellingen, hun leven overgevend aan de Goddelijke Wet. De eerste die stierf was hun leraar Eleazar, daarna alle broeders in volgorde van hun leeftijd. Hun moeder Solomone was aanwezig bij de triomf van haar kinderen over de tiran, hen sterkend in hun geloof, en hun lijden verdragend.  Nadat haar laatste en jongste zoon als een martelaar gestorven was, en zij op het punt stond te worden gegrepen om ter dood gebracht te worden, gooide ze zichzelf in het vuur, in het jaar 168 voor Christus.

The Holy Maccabees, Abim, Anthony, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, and Marcellus, were Jews and keepers of the Laws of the Fathers, living during the reign of Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), the King of Syria, who was an enemy of the Jews. These youths were unspeakably tortured, but they endured everything. They ended their lives in torments, surrendering their life for the sake of the observance of the divine Law. The first to die was their teacher Eleazar, then all the brethren in the order of their age. Their mother Solomone, was present at her children's triumph over the tyrant, strengthening them in their struggle for the sake of their Faith, and enduring their sufferings.  After her last and youngest son died as a martyr, and she was about to be seized to be put to death, she cast herself into the fire, in the year 168 before Christ.

01 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

DJK

 

Ý

Salome (Solomone)

de Mirre-Draagster

Moeder van de Apostelen

Jacobus en Johannes de Theoloog,

Vrouw van Zebedee

Salome wordt ook herdacht op de Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen (2e Zondag na Pasen).

Salome is also also commemorated on the Sunday of the Myrrh-bearing Women (2nd Sunday after Pascha).

03 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

 

 

Ý

Salome (Solomone),

Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),

Maria Magdalena, de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna, Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers

 

Ton Myrophoron (Myrophoron)

Kyriaki Ton Myrophoron

Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen

Sunday of the Myrrh-Bearing Women

De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4 Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt op de 2e Zondag na Pasen.

The Myrrh-Bearers had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene (July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen), Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.

11 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2008

03 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2009

18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010

08 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2011

29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012

19 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2013

04 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2014

26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015

15 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2016

30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017

 

 

Ý

Tis Samareitidos

Kyriaki tis Samareitidos

Zondag van de Samaritaanse Vrouw

Sunday of the Samaritan Woman

 

 

25 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2008

17 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2009

02 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2010

22 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2011

13 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2012

02 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2013

18 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2014

10 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2015

29 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2016

14 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2017

D

 

Ý

La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,

“vrouw aan de bron”

Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, Groot-Martelares,

en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters)  Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)

Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St. Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken. Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero, kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).

Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes, waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12 dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22 februari).

Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.

Photine wordt ook herdacht op de Zondag van de Samaritaanse Vrouw tijdens de Pasen periode (>>>zie Kyriaki tis Samareitidos).

Photine of Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave her the name Photine, her former name is not known. After this encountering Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are two different persons. Some websites mention only four sisters, others five. The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only een few of them. Her son Victor was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison. Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).

Many details were found about the torturing and the death of the martyrs, except for Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on february  22 (>>>see Anthusa February 22).

Photine and her companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast) and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La Samaritana.

Photine is also commemorated on the Sunday of the Samaritan Woman during the Paschal season (>>>see Kyriaki tis Samareitidos).

26 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,

“vrouw aan de bron”

Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, Groot-Martelares,

en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters)  Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)

>>>zie Photine 26 februari

>>>see Photine february 26

20 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

 

 

Ý

Samonas (Shamuna),

Habib en Gouria, de Confessors, Martelaren

Guria en Shamuna (Samonas) kwamen uit de stad Edessa in Syrië. Zij streden tijdens het regime van Diocletianus, in 288. Nadat zij vele martelingen hadden verdragen, werden zij in de gevangenis gegooid en werden later onthoofd. Sint Habib (Abibos), een diaken, werd gemarteld in de tijd van Keizer Licinius, in het jaar 316, omdat hij de dorpen afreisde om de Heilige Geschriften voor te lezen aan de gelovigen. Hierom werd Abibos in een rood-gloeiende oven geworpen en hij stierf als een martelaar. Hij werd begraven met de Heiligen Guria en Shamuna. De drie heiligen hebben één gemeenschappelijk feest. Zij worden altijd samen afgebeeld in iconen en door gelovigen aangeroepen. Vanwege een beroemd wonder dat zij hebben veroorzaakt, worden zij aangeroepen voor hulp in echtelijke moeilijkheden.

Guria and Shamuna (Samonas) were from the city of Edessa in Syria. They contested during the reign of Diocletian, in 288. After they had endured many tortures, they were cast into prison and later beheaded. Saint Habib (Abibos), a deacon, was martyred in the time of Emperor Licinius, in the year 316, because he was traveling through the villages reading the Holy Scriptures to the faithful to confirm them in the faith. For this Abibos was thrown into a red-hot furnace and died as a martyr. He was buried with the Saints Guria and Shamuna. The three saints have one common feast. They are always portrayed together in icons and invoked by the faithful. On account of a renowned miracle they worked, they are invoked for help in marital difficulties.

 

15 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Samson de Gastvrije

de Zilverloze

Sint Samson de Gastvrije kwam uit Rome enleefde tijdens het regime van aint Justinianus de Grote. Hij was een arts, en kwam naar Constantinopel. Daar verordende Patriarch Menas hem tot priester. Keizer Justinianus werd door Sint Samson genezen. Uit dankbaarheid bouwde hij een groot ziekenhuis voor hem, wat later bekend raakte als "Het armenhuis van Samson". Sint Samson is één van de Heilige Zilverlozen.

Saint Samson the Hospitable was from Rome and lived during the reign of Saint Justinian the Great. He was a physician, and came to Constantinople. There Patriarch Menas ordained him priest. The Emperor Justinian was healed by Saint Samson. Out of gratitude he built him a large hospital, which was afterwards known as "The Hospice of Samson". Saint Samson is one of the Holy Unmercenaries.

27 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

DJK

 

Ý

Samuel

Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus

Sunday of the Holy Ancestors of Christ

Kyriaki Ton Agion Propatoron

(Ton Agion Popatoron, Propatoron)

Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham de Vriend van God, Isaac het Fruit van de Belofte, Jacob en de 12 Patriarchen, Vervolgens degenen die onder de Wet leefden: Moses Aaron, Josue, Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine profeten, Elia, Eliseus, Zacharia en Johannes de Doper en tot slot de Maagd Maria.

Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus. Op de zondag tussen 11 en 17 December worden alle Voorvaderen van Christus volgens het vlees herdacht::

Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham, de vriend van God, Isaac, het fruit van de Belofte, Jacob en de twaalf patriarchen.

Vervolgens degenen die onder de Wet leefden:

Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine profeten, Elia, Eliseus, Zacharia, en Johannes de Doper, en tot slot de Maagd Maria.

Sunday of the Holy Ancestors of Christ.

On the Sunday between December 11 and 17, all the Ancestors of Christ according to the flesh are being remembered:

Adam the first Father, Enoch, Melchisedec, Abraham, the friend of God, Isaac, the fruit of the Promise, Jacob and the twelve patriarchs.

Then those who lived under the Law:

Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, and the Prophets: Isaia, Jeremia, Ezechiel, the twelve minor prophets, Elia, Eliseus, Zacharia, and John the Baptist, and finally the Virgin Mary.

14 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2008

13 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2009

12 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2010

11 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2011

16 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2012

15 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2013

14 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2014

13 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2015

11 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2016

17 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2017

J

 

Ý

Samuel de Profeet

Samuel de Profeet werd geboren in de 12e eeuw v.Chr. in de stad Armathaim Sipha. Hij kwam van de stam van Levi, en was de zoon van Elkanah en Hannah (Anna). Toen hij een baby was, bracht zijn moeder hem naar de stad Silom (Shiloh), waar de Ark werd bewaard, waar hij onder de hoede van Eli de priester opgroeide. Hij was de laatste rechter van het Israelitische volk en zalfde de 1e twee Koningen van Israel, Saul en David. Op 94-jarige leeftijd overleed hij in de 11e eeuw v.Chr.

Samuel the Prophet was born in the Twelfth century before Christ, in the city of Armathaim Sipha. He was from the tribe of Levi, and was the son of Elkanah and Hannah (Anna). When he was a baby, his mother brought him to the city of Silom (Shiloh), where the Ark was kept, where he grew up under the protection of Eli the priest. He was the last judge of the Israelite people, and anointed the first two Kings of Israel, Saul and David. At the age of ninety-eight, he reposed in the eleventh century before Christ.

20 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

DGJK

 

Ý

Samuel van Egypte,

Daniel, Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, Elias, Jeremias en Esaias, Metgezellen van Pamphilus de Priester

Sint Pamphilus streed tijdens het regime van Maximianus in het jaar 290 in Caesarea in Palestina. Firmilian, de Gouverneur van Palestina, bracht hem ter dood. De namen van zijn mede-martelaren zijn: Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, en 5 anderen uit Egypte: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel. Hun martelaarschap is geregistreerd in Boek VIII, H. 11 van Eusebius' Ecclesiastische Geschiedenis, genaamd “De Martelaren van Palestina”.

Saint Pamphilus contested during the reign of Maximian, in the year 290, in Caesarea of Palestine. Firmilian, the Governor of Palestine, put him to death. The names of his fellow martyrs are: Valens, Paul, Seleucus, Porphyrius, Julian, Theodulus, and five others from Egypt: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, and Daniel. Their martyrdom is recorded in Book VIII, ch. 11 of Eusebius' Ecclesiastical History, called “The Martyrs of Palestine”.

16 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

D

 

Ý

Sappho,

Adamantini, Akrivi, Antigoni, Aphroditi, Areboia, Aspasia, Athena, Chaido, Dione, Dodoni, Elpiniki, Erasmia, Erato, Ermineia, Euterpe, Harikleia, Kalliroe, Kallisti, Kleio, Kleoniki, Kleopatra, Koralia, Lampro, Margarita, Marianthi, Melpomene, Moscho, Ourania, Pandora, Penelope, Polymnia, Polynike, Terpsichore, Thaleia, Theano, Theonoe, Theonymphi, Theophani, Troada, martelaressen, de 40 Heilige Vrouwen en de martelaar Ammon (Ammoun), Diaken en hun Leraar

De Veertig Heilige Vrouwen waren afkomstig van Heraclea in Thracie. Ze hadden de diaken Ammon als gids, die hen onderwees in het Christendom. Ze stierven als martelaren onder de tiran Licinius rond 321-323. Tien van hen werden verbrand, acht van hen werden doodgeranseld, zes van hen werden aan stukken gesneden met messen, van tien werd het hart doorboord met een zwaard en zes stierven door gloeiend ijzer in hun mond gepropt. St. Ammon werd doodgeranseld. De namen van de 40 Heilige Vrouwen moeten met terughoudendheid worden beschouwd, daar sommige, oa. Chaido en Lampro, toebehoorden aan heiligen uit later eeuwen (16e-18e) en niet zonder twijfel vastgesteld is dat het de heiligen uit de vroege eeuwen betreft.

The Forty Holy Women were natives of Heraclea in Thrace. They had the deacon Ammon for a guide, who instructed them in Christianity. They died as martyrs under the tyrant Licinius around 321-323. Ten of them were burnt, eight of them were whipped to death, six of them were cut up by knifes, ten were pierced in the heart by a sword and six died from having the heated iron enclosed in their mouth. St. Ammon was whipped to death. The names of the 40 Holy Women should be considered with reservation, as some of them, a.o. Chaido and Lampro, belong to saints of later centuries (16th-18th) and are not testified without doubt to be the saints of the first centuries.

01 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

JM

 

Ý

Sarathin,

Galgalat en Malgalat

Hebreeuwse namen van de Drie Wijzen Balthasar, Melchior en Gaspar. Geen erkende Griekse naamdagen voor zover bekend.

>>>zie Balthasar, Melchior en Gaspar

Hebrew names of the Three Magi Balthasar, Melchior and Gaspar. No accepted Greek namedays as far as known.

>>>see Balthasar, Melchior and Gaspar.

25 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

 

 

Ý

Saturninus,

Euporus, Gelasius, Eunician, Zoticus, Agathopus, Basilides, Evarestus, Pompius en Theodulus (de 10 Martelaren van Kreta)

De heilige martelaren Theodulos, Saturninus, Euporos, Gelasios, Eunician, Zoticos, Agathopos, Basilidos, Evarestos, en Pompios kwamen van verschillende plaatsen en steden op het eiland Kreta. Ze stierven als martelaar onder Decius in 250.

The holy martyrs Theodulos, Saturninus, Euporos, Gelasios, Eunician, Zoticos, Agathopos, Basilidos, Evarestos, and Pompios belonged to different localities and cities on the island of Crete. They suffered martyrdom under Decius in 250.

23 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Saturninus (of Sagornius),

Cercyra, Euphrasius, Faustianus, Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus (Mammius, Mammonius) en Marsalus (Massalus, Marsalius), Martelaren van Corfu en Metgezellen van Jason (Iason) en Sosipatrus, Apostelen van de 70

Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70 Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater, die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea. Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning, woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen, werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en  met pijlen doodschieten. Veel Christenen vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Jason and Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the daughter of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the island of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of this, the king of the island threw them into prison. There they converted seven thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of the thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius and Mamminus. For this the king ordered the seven converted thieves to be put to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter of the king, watched from the window how her father was torturing the apostles. Seeing this, she declared herself a Christian and distributed all of her jewels to the poor. The king, enraged, put his daughter in a special prison. When she refused to renounce her Christian faith, the king had the prison burned, but Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle, were baptized. Then the king had his daughter tied to a tree and slain by arrows. Many Christians fled to the nearest island to hide themselves from the terrible king. When the king pursued them by boat, the boat sank and the king died. Jason and Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they died at old age. Jason and Sosipater are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

Griekse kalender:

Greek calendar:

29 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

Slavische kalender:

Slavic calendar:

28 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

 

 

Ý

Savvas (Sabbas)
de Gezegende

de God-Dragende Vader

Sint Sabbas werd geboren in 439 in Moutalaska, een klein dorpje in Cappadocië. Hij kwam als kind in het klooster terecht onder de hoede van Euthymius de Grote. Hij werd de spirituele Vader van vele monniken en een instructeur voor de kloosters in Palestina. Hij was de door de Patriarch van Jeruzalem aangewezen leider (archimandriet) van de woestijn-bewoners van Palestina. Op 94-jarige leeftijd overleed hij in het jaar 533.

This Saint was born in 439 in Moutalaska, a small village of Cappadocia. As a child he entered the monastic life under the guidence of Euthymius the Great. He became the spiritual Father of many monks and an instructor for the monasteries in Palestine. He was appointed leader (archimandrite) of the desert-dwellers of Palestine by the Patriarch of Jerusalem. At the age of ninety-four, he reposed in the year 533.

05 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

ABCD

FHIJ

K

 

Ý

Savvas (Sabbas) de Goth

(Savvas de Strijder)

 

 

24 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

JK

 

Ý

Scelepius (Asclepius)

van Syrië

en Jacobus, de Asceten

De heilige Asclepius en Jacobus waren asceten uit Syrië en leefden tijdens de vijfde eeuw. Sint Asclepius leefde een ascetisch geïsoleerd leven in zijn dorp. Hij had vele imitators en volgelingen, waaronder Sint Jacobus, die zich afzonderde in een kleine woning nabij het dorp Nimuza. Zijn hele leven verliet Sint Jacobus zijn kluizenaarswoning niet, maar sprak met bezoekers door een kleine opening in de muur, met een schuine hoek, zodat niemand hem kon zien. Hij stak nooit een vuur of een lamp aan.

Saints Asclepius and James were ascetics from Syria and lived during the fifth century. Saint Asclepius led an ascetic isolated life in his native village. He had many imitators and followers, amongst whom Saint James, who secluded himself in a small dwelling near the village of Nimuza. His whole life Saint James did not leave his hermitage, but spoke to visitors through a small aperture in the wall, cut at a angle so that no one was able to see him. He never kindled a fire or lit a lamp.

27 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

M

 

Ý

 

 

Scepi (Skevis)

 

 

28 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

CI

 

Ý

Sebastianus

Martelaar

 

 

24 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

DFI

 

Ý

Sebastianus

 

 

07 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

FI

 

Ý

Sebastianus

Martelaar

en zijn Metgezellen, de broers Marcellinus en Markus, hun vader Tranquillinus, Nicostratus en zijn vrouw Zoe, Tiburtius, Claudius, Castulus en Castor

Sint Sebastianus kwam uit de stad Milaan. Hij was een lid van de Senaat, en had velen tot het Christelijke geloof bekeerd. Toen Diocletianus en Maximianus een Vervolging begonnen tegen de Christenen, werd Sint Sebastianus gearresteerd. Hij werd doorboord met scherpe pijlen, en de beenderen van zijn lichaam werden verbrijzeld met stokken. Nadat hij in stukken was gesneden, stierf hij in het jaar 288. Zijn metgezellen, die samen met hem stierven, waren: Marcellinus en Markus de broers, Tranquillinus hun vader, Nicostratus en zijn vrouw Zoë, Tiburtius, Claudius, Castulus en Castor.

Saint Sebastian was from the city of Milan. He was a member of the Senate, and had converted many to the Christian faith. When Diocletian and Maximian began a Persecution against the Christians, Saint Sebastian was arrested. He was pierced with sharp arrows, and the bones of his body were shattered with clubs. When he was being cut into pieces, he died in the year 288. His companions, who died together with him, were: Marcellinus and Mark the brethren, Tranquillinus their father, Nicostratus and his spouse Zoe, Tiburtius, Claudius, Castulus, and Castor.

18 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

DFIJK

 

Ý

Sebastianus de Hertog,

Victor, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares

Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St. Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken. Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero, kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).

Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes, waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12 dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22 februari).

Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.

Photine of Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave her the name Photine, her former name is not known. After this encountering Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are two different persons. Some websites mention only four sisters, others five. The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only een few of them. Her son Victor was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison. Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).

Many details were found about the torturing and the death of the martyrs, except for Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on february  22 (>>>see Anthusa February 22).

Photine and her companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast) and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La Samaritana.

26 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Sebastianus de Hertog,

Victor, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares

>>>zie Sebastianus de Hertog 26 februari

>>>see Sebastianus the Duke february 26

20 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

 

 

Ý

Selenias (Selinias)

Apollo, Arias, Gorgias, Hyperechias, Ireneios, Leonides, Marcianus, Nicandrus, Pambonos en Selenias, de 10 Martelaren van Egypte

De 10 Martelaren van Egypte: Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) en Selenias (Selinias), werden in Egypte onder Keizer Maximianus (305-311) gearresteerd en bijna dood gemarteld. Daarna werden ze in de gevangenis gegooid, waar ze verhongerden.

The 10 Martyrs of Egypt: Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) and Selenias (Selinias), were arrested in Egypt under Emperor Maximian (305-311) and almost tortured to death. After that they were thrown in prison, were they starved to death.

05 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

D

 

Ý

Seleucus,

Porphyrius, Julianus, Theodulus, Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, Daniel, Valens en Paulus, Metgezellen van Pamphilus de Priester

Sint Pamphilus streed tijdens het regime van Maximianus in het jaar 290 in Caesarea in Palestina. Firmilian, de Gouverneur van Palestina, bracht hem ter dood. De namen van zijn mede-martelaren zijn: Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, en 5 anderen uit Egypte: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel. Hun martelaarschap is geregistreerd in Boek VIII, H. 11 van Eusebius' Ecclesiastische Geschiedenis, genaamd “De Martelaren van Palestina”.

Saint Pamphilus contested during the reign of Maximian, in the year 290, in Caesarea of Palestine. Firmilian, the Governor of Palestine, put him to death. The names of his fellow martyrs are: Valens, Paul, Seleucus, Porphyrius, Julian, Theodulus, and five others from Egypt: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, and Daniel. Their martyrdom is recorded in Book VIII, ch. 11 of Eusebius' Ecclesiastical History, called “The Martyrs of Palestine”.

16 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

D

 

Ý

Selinias (Selenias)

Apollo, Arias, Gorgias, Hyperechias, Ireneios, Leonides, Marcianus, Nicandrus, Pambonos en Selenias, de 10 Martelaren van Egypte

De 10 Martelaren van Egypte: Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) en Selenias (Selinias), werden in Egypte onder Keizer Maximianus (305-311) gearresteerd en bijna dood gemarteld. Daarna werden ze in de gevangenis gegooid, waar ze verhongerden.

The 10 Martyrs of Egypt: Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) and Selenias (Selinias), were arrested in Egypt under Emperor Maximian (305-311) and almost tortured to death. After that they were thrown in prison, were they starved to death.

05 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

D

 

Ý

Seraphim

de Wonderdoener van Sarov

 

 

02 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

D

 

Ý

Seraphim de Rechtschapene

 

 

06 MEI

     ΜΑΙΟΣ

DFHI

 

Ý

Serapion,

Claudius, Diodorus, Victor, Victorinos, Pappius en Nicephorus, Martelaren

Volgens sommigen stierven deze martelaren in Korinthië onder Decius in 251. Volgens anderen stierven ze in Diospolis in Egypte onder Numerianus in 284. De armen en benen van Sint Claudius werden afgerukt. De heiligen Diodorus en Serapion werden levend verbrand. De heiligen Nicephorus, Victor en Victorinus werden doodgedrukt door een grote kei en Sint Pappias werd in zee gegooid.

According to some these martyrs died in Corinth under Decius in 251. According to others they died in Diospolis in Egypt under Numerian in 284. The arms and legs of Saint Claudius were severed. The Saints Diodore and Serapion were burned alive. The Saints Nicephorus, Victor and Victorinus were crushed to death by a large boulder and Saint Pappias was cast into the sea.

05 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

DJ

 

Ý

Sergius

 

 

13 MEI

     ΜΑΙΟΣ

FHI

 

Ý

Sergius

en Bacchus, Martelaren

St. Baccus en St. Sergius waren Romeinen van hoge rang in dienst van Keizer Maximian. Toen deze hoorde dat zij niet deelnamen aan heidense festivals, riep hij hen bij zich en zij bekenden hun christelijke geloof. Hij liet hen in vrouwenkleren door de stad paraderen om hen te laten bespotten. Daarna werden ze gegeseld, waardoor St. Baccus stierf. St. Sergius werd naar Resapha in Syria overgebracht. Daar werd hij gefolterd en onthoofd. Dit gebeurde rond het jaar 296. Zijn tombe in Resapha is een befaamd pelgrimsoord. Resapha werd later naar hem hernoemd als Sergiopolis.

St. Baccus en St. Sergius were Romans of high rank in the service of the Emperor Maximian. Whem he heard that they did not take part in the festivals of the idols, he called them into his presence and they confessed to be christians. He had them arrayed in women's clothes and paraded through the streets in mockery. Afterwards they were scourged, from which Saint Bacchus died. Saint Sergius was taken to Resapha in Syria. There he was tortured and beheaded. This happened about the year 296. His tomb in Resapha is a very famous shrine, visited by pilgrims. Resapha was later renamed Sergiopolis in his honour.

07 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

CDHJ

K

 

Ý

Sergius,

Patricius, Johannes en anderen,

Martelaren van het Klooster van St. Savvas

 

 

20 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sergius,

Adam. Benjamin, Domnus, Elias, Eusebius, Hypatius, Isaac, Isaiah, Jeremiah, Macarius, Mark, Moses, Paul, Proclus en Sabbas, Martelaren van Sinai en Raithu

De Martelaren die gedood werden in Sinai en Raithu worden samen vereerd op 14 januari. Het waren twee verschillende groepen heiligen en ze werden gedood in verschillende periodes en op verschillende locaties. Eén groep van deze martelaren werd gedood in Sinai rond het jaar 296, tijdens het regime van Diocletianus. De andere groep martelaren werd gedood in Raithu rond het midden van de vijfde eeuw. Beide groepen martelaren werden gedood door de Blemmyes (Blemmyae), een nomadische Nubische stam uit delen van Arabië en Egypte.

The Martyrs slain at Sinai and Raithu are venerated together on January 14th. They were two different groups of saints and were killed at different times and at different locations. One group of these martyrs were killed at Sinai about the year 296, during the reign of Diocletian. The other group of martyrs were killed in Raithu about the middle of the fifth century. Both groups of martyrs were killed by the Blemmyes (Blemmyae), a nomadic Nubian tribe from parts of Arabia and Egypt.

14 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJ

 

Ý

Sergius de priester,

Basilius (diaken), Chariton (monnik), Comasius (Komassios) (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (Hetoimassios) (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (Nikephoros) (priester), Petrus (priester), Socrates (monnik), Theodorus (bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop), de 15 (or 16) Hieromartelaren van Tiberiopolis (Tiberioupolis)

De Martelaren Basilius (diaken), Chariton (monnik), Comasius (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (priester), Petrus (priester), Sergius (priester), Socrates (monnik), Theodorus  (bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop) waren geestelijken uit Nicaea en andere plaatsen. Toen Keizer Julianus de Apostaat (361-3) alle Christenen wilde dwingen de afgoden te aanbidden, vluchtten ze naar Thessalonica. Daar vonden ze geen vrede en ze gingen op weg naar Tiberiopolis (Strumica, ook Cilicia wordt genoemd). Gedurende korte tijd leidden ze daar een apostolisch leven, tot de soldaten van de tiran hen inhaalden en hen terug brachten naar Thessalonica. Toen ze weigerden Christus te verloochenen, werden ze met het zwaard onthoofd in Tiberiopolis in 361. Verschillende websites noemen 16 martelaren. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de martelaren Etymasius en Eusebius met elkaar verward worden, of dat één van deze twee namen verkeerd is. Dit is echter niet zeker. Volgens slechts één website was Etymasius een leek, Volgens alle andere die ik gevonden heb was hij een presbyter (priester).

The Martyrs Basil (deacon), Chariton (monk), Comasius (Comassius, Komassios) (monk), Daniel (monk), Etymasius (Etimassius, Hetoimassios) (monk or layman) and/or Eusebius (Eusebios) (monk), Hierotheus (Hierotheos) (monk), John (priest), Nicephorus (Nikephoros) (priest), Peter (priest), Sergius (Sergios) (priest), Socrates (monk), Theodore (Theodor) (bisshop), Theodore (priest), Thomas (Thom) (deacon) and Timothy (bisshop) were clergy from Nicaea and other places. When Emperor Julian the Apostate (361-3) wanted to compel all Christians to turn back to idolatrous worship, they sought refuge in Thessalonica. They did not find peace there and they made their way to Tiberiopolis (Strumica, also Cilicia is mentioned). For a short while they led an apostolic life there, until the tyrant’s soldiers caught up with them and brought them back to Thessalonica. When they refused to deny Christ, they were beheaded by the sword in Tiberiopolis in 361. Several websites mention 16 martyrs. It might be possible that the martyrs Etymasius and Eusebius are being confused with eachother, or that one of these two names is wrong. However this is not certain. According to only one website Etymasius was a layman, according to all others that I found he was a presbyter.

28 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

 

 

Ý

Severianus

Martelaar

 

 

09 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

DJ

 

Ý

Severianus,

Zoticus, Zeno, Theoprepes en Akyndinus,

Metgezellen van Agathonicus, de Martelaar

Tijdens de vervolging van de Christenen werd St. Zoticus gevangen genomen in een plaats met de naam Carpe. Zijn discipelen werden gekruisigd en Zoticus werd naar Nicomedia gebracht, waar ook St. Agathonicus en de princeps* (leider van de senaat) die door hem bekeerd was, Theoprepius (Bogoljepa), Acindynus, Severianus, Zeno en vele anderen gevangen en gebonden waren. Toen ze allen naar Byzantium werden gebracht, stierven de heiligen Zoticus, Theoprepius en Acindynus onderweg aan hun vele wonden en aan uitputting. Ze doodden Severianus vlakbij Chalcedon. Agathonicus en de anderen werden naar Thracië naar Selyvria (Selybria) op de noordbank van de Bosphorus gebracht, waar ze werden gemarteld en onthoofd, volgens sommigen tijdens het regime van Maximianius, in het jaar 298.

* Sommige websites noemen een martelaar met de naam “Princeps” of een “prins”, wat naar mijn mening beiden foutief is. Zie ook “Princeps” voor verdere uitleg.

During the persecution of Christians St. Zoticus was captured in a place called Carpe. His disciples were crucified and Zoticus was brought to Nicomedia where also were captured and bound St. Agathonicus and the princeps* (leader of the senate) who was converted by him, Theoprepius (Bogoljepa), Acindynus, Severianus, Zeno and many others. When they were all taken to Byzantium Saints Zoticus, Theoprepius and Acindynus died along the way of their many wounds and exhaustion. They killed Severianus near Chalcedon. Agathonicus and the others were taken to Thrace to Selyvria (Selybria) on the northern bank of the Bosphorus where they were tortured and beheaded, according to some during the reign of Maximian, in the year 298.

* Some websites mention a martyr with the given name “Princeps” or a “prince”, which is both wrong in my opinion. Also see “Princeps” for further explanation.

22 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

DJK

 

Ý

Severianus,

Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander, Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus, Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus, Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Sisinnius, Smaragdus, Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40 Martelaren van Sebaste

De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden. De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.

The 40 Martyrs of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D. When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians could not recover them. On the third night every bone which was separated from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter gathered and honorably buried them.

09 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJKM

 

Ý

Shamuna (Samonas),

Habib en Gouria, de Confessors, Martelaren

Guria en Shamuna (Samonas) kwamen uit de stad Edessa in Syrië. Zij streden tijdens het regime van Diocletianus, in 288. Nadat zij vele martelingen hadden verdragen, werden zij in de gevangenis gegooid en werden later onthoofd. Sint Habib (Abibos), een diaken, werd gemarteld in de tijd van Keizer Licinius, in het jaar 316, omdat hij de dorpen afreisde om de Heilige Geschriften voor te lezen aan de gelovigen. Hierom werd Abibos in een rood-gloeiende oven geworpen en hij stierf als een martelaar. Hij werd begraven met de Heiligen Guria en Shamuna. De drie heiligen hebben één gemeenschappelijk feest. Zij worden altijd samen afgebeeld in iconen en door gelovigen aangeroepen. Vanwege een beroemd wonder dat zij hebben veroorzaakt, worden zij aangeroepen voor hulp in echtelijke moeilijkheden.

Guria and Shamuna (Samonas) were from the city of Edessa in Syria. They contested during the reign of Diocletian, in 288. After they had endured many tortures, they were cast into prison and later beheaded. Saint Habib (Abibos), a deacon, was martyred in the time of Emperor Licinius, in the year 316, because he was traveling through the villages reading the Holy Scriptures to the faithful to confirm them in the faith. For this Abibos was thrown into a red-hot furnace and died as a martyr. He was buried with the Saints Guria and Shamuna. The three saints have one common feast. They are always portrayed together in icons and invoked by the faithful. On account of a renowned miracle they worked, they are invoked for help in marital difficulties.

 

15 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Silas,

Silvanus, Crescens, Epaenetus en Andronicus, Apostelen van de 70

Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos en Andronicos waren allen van de Zeventig Discipelen (Eerste eeuw).

Algemeen wordt aangenomen dat de Silas uit Handelingen dezelfde persoon is als de Silvanos uit Paulus’ brieven. Hij werd met Paulus en Barnabas naar Antiochië gestuurd. Daarom was hij één van de eminente personen van de Kerk van Jeruzalem. Later volgde hij Paulus naar vele landen en werd benoemd tot bisschop van Korinthië, waar hij in vrede stierf.

Sint Silvanus werd Bisschop van Thessalonika, waar hij veel werkte en veel leed. Ook hij overleed in vrede.

Sint Crescens volgde ook Apostel Paulus en bereikte Galatië. Hij werd bisschop in Galatië en missionaris in Gaul. Daar stierf hij als martelaar tijdens het regime van Trajanus.

In de brief aan de Romeinen (Romeinen 16:5) wordt Sint Epenetos het "eerste fruit van Azië" genoemd (d.w.z.: van Ephesus en niet van Achaia zoals soms wordt gezegd). Hij werd Bisschop van Carthage. Na veel kwelllingen door de afgodaanbidders te hebben ondergaan, en velen van hen te hebben bekeerd, overleed hij.

Sint Andronicos is dezelfde persoon als de Andronicos die wordt herdacht op 17 mei met Sint Junias. Sint Andronicus was bisschop van Pannonia. Zij worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos and Andronicos were all of the Seventy Disciples (First century).

It is commonly believed that the Silas of the Acts is the same person as the Silvanos of Saint Paul's epistles. He was sent with Paul and Barnabas to Antioch. Because of that he was one of the eminent persons of the Church of Jerusalem. Afterwards he followed Paul into many countries and was appointed as the bishop in Corinth, where he peacefully died.

Saint Silvan became Bishop of Thessalonica, where he labored much and suffered much. He also reposed in peace.

Saint Crescens also followed the Apostle Saint Paul and reached Galatia. He became bishop in Galatia and a missionary in Gaul. There he died as a martyr during the reign of Trajan.

In the epistle to the Romans (Romans 16:5) Saint Epenetos is called the "first-fruits of Asia" (that is: of Ephesus and not of Achaia as it is sometimes said). He became Bishop of Carthage. After enduring many afflictions from the idolators and bringing many of them to Christ, he reposed.

Saint Andronicos is the same person as the Andronicos who is commemorated on May 17 with Saint Junias. Saint Andronicus was bishop of Pannonia. They are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

30 JULI

      ΙΟΥΛΙΟΣ

DJ

 

Ý

Silas

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

 

 

Silas (metgezel van Paulus) was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Silas (companion of Paul) was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Silvanus,

Crescens, Epaenetus, Andronicus en Silas,

Apostelen van de 70

Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos en Andronicos waren allen van de Zeventig Discipelen (Eerste eeuw).

Algemeen wordt aangenomen dat de Silas uit Handelingen dezelfde persoon is als de Silvanos uit Paulus’ brieven. Hij werd met Paulus en Barnabas naar Antiochië gestuurd. Daarom was hij één van de eminente personen van de Kerk van Jeruzalem. Later volgde hij Paulus naar vele landen en werd benoemd tot bisschop van Korinthië, waar hij in vrede stierf.

Sint Silvanus werd Bisschop van Thessalonika, waar hij veel werkte en veel leed. Ook hij overleed in vrede.

Sint Crescens volgde ook Apostel Paulus en bereikte Galatië. Hij werd bisschop in Galatië en missionaris in Gaul. Daar stierf hij als martelaar tijdens het regime van Trajanus.

In de brief aan de Romeinen (Romeinen 16:5) wordt Sint Epenetos het "eerste fruit van Azië" genoemd (d.w.z.: van Ephesus en niet van Achaia zoals soms wordt gezegd). Hij werd Bisschop van Carthage. Na veel kwelllingen door de afgodaanbidders te hebben ondergaan, en velen van hen te hebben bekeerd, overleed hij.

Sint Andronicos is dezelfde persoon als de Andronicos die wordt herdacht op 17 mei met Sint Junias. Sint Andronicus was bisschop van Pannonia. Zij worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos and Andronicos were all of the Seventy Disciples (First century).

It is commonly believed that the Silas of the Acts is the same person as the Silvanos of Saint Paul's epistles. He was sent with Paul and Barnabas to Antioch. Because of that he was one of the eminent persons of the Church of Jerusalem. Afterwards he followed Paul into many countries and was appointed as the bishop in Corinth, where he peacefully died.

Saint Silvan became Bishop of Thessalonica, where he labored much and suffered much. He also reposed in peace.

Saint Crescens also followed the Apostle Saint Paul and reached Galatia. He became bishop in Galatia and a missionary in Gaul. There he died as a martyr during the reign of Trajan.

In the epistle to the Romans (Romans 16:5) Saint Epenetos is called the "first-fruits of Asia" (that is: of Ephesus and not of Achaia as it is sometimes said). He became Bishop of Carthage. After enduring many afflictions from the idolators and bringing many of them to Christ, he reposed.

Saint Andronicos is the same person as the Andronicos who is commemorated on May 17 with Saint Junias. Saint Andronicus was bishop of Pannonia. They are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

30 JULI

      ΙΟΥΛΙΟΣ

DJ

 

Ý

Silvanus

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Silvanus (Sylvanus) was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Silvanus (Sylvanus) was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Simeon Niger

Bisschop van Jeruzalem

Hiero-Martelaar

Sint Simeon was een eerste neef van Jezus Christus. Hij was de zoon van Clopas (of Cleopas, ook genoemd Alphaeus), de broer van Jozef de Toegezegde. Sint Simeon werd de tweede Bisschop van Jeruzalem. Hij werd gekruisigd tijdens het regime van Trajanus, in het jaar 107, op de leeftijd van 120. Volgens sommigen was dit de Simeon, die was bijgenaamd “Niger”. Echter tijdens het onderzoeken hiervan, bleek, dat Simeon Niger soms wordt geïdentificeerd met anderen met de naam Simeon. Dus ik denk, dat dit niet helemaal zeker is.

Simeon wordt ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Saint Simeon was a first cousin of Jesus Christ. He was the son of Clopas (or Cleopas, also called Alphaeus), the brother of Joseph the Betrothed. Saint Simeon became the second Bishop of Jerusalem. He was crucified during the reign of Trajan, in the year 107, at the age of 120. According to some, this was the Simeon, who was nicknamed “Niger”. However, while researching this, I found that Simeon Niger is sometimes identified with others named Simeon. So I guess this is not completely sure.

Simeon is also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

27 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

DJ

 

Ý

Simeon Niger

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

 

 

Simeon Niger was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Simeon Niger was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Simeon

zoon van Cleopas

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Simeon (Symeon) de zoon van Cleopas, was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Simeon (Symeon) the son of Cleopas, was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Simeon

“Dwaas voor Christus”

en Johannes

Johannes en Simeon (“Dwaas voor Christus”) kwamen uit de stad Edessa in Mesopotamië. Ze leefden tijdens het regime van Justinus de Jongere (565-578). Na een pelgrimage naar Jeruzalem werden ze monniken in een klooster. Al snel verruilden ze het klooster voor de wildernis nabij de Dode Zee. Ze leefden samen in stilte en gebed gedurende meer dan 30 jaar. Toen vertrok Symeon naar Emesa in Syrië. Daar bracht hij de rest van zijn leven door, de dwaas uithangend, tot zijn dood in 570. Johannes, die in de wildernis was gebleven, overleed kort daarna.

John and Simeon (“Fool for Christ”) were from the city of Edessa in Mesopotamia. They lived during the reign of Justin the Younger (565-578). After a pilgrimage to Jerusalem they became monks in a monastery. Soon they changed the monastery for the wilderness near the Dead Sea. They lived together in silence and prayer for more than thirty years. Then Symeon departed for Emesa in Syria. There he passed the rest of his life playing the fool, until his death in 570. John, who had remained in the wilderness, died soon after.

21 JULI

      ΙΟΥΛΙΟΣ

DJ

 

Ý

Simeon de God-Ontvanger

en Anna de Profetes

De Oudere Symeon en Profetes Anna, dochter van Phanuel, waren de eersten in Jeruzalem om Christus te ontvangen als de Messiah na de presentatie in de Tempel.

The Elder Symeon and Prophetess Anna, daughter of Phanuel, were the first in Jerusalem to receive Christ as the Messiah after the presentation in the Temple.

03 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

ADJK

 

Ý

Simeon de Nieuwe Theoloog

Sint Simeon werd een monnik van het Studiet Klooster als jonge man, onder de hoede van Simeon de Vrome. Later ging hij naar het Klooster van Sint Mamas in Constantinopel, waarvan hij abt werd. Na vele processen en kwellingen overleed hij op 12 maart in het jaar 1022. Hij wordt door de kerk “de Nieuwe Theoloog” genoemd. Alleen 2 anderen, Johannes de Evangelist en Gregorius, Patriarch van Constantinopel, hebben van de kerk de naam “Theoloog” gekregen. Sint Simeon overleed op 12 maart, maar aangezien dit altijd valt in de Grote Vastentijd, wordt deze dag op 12 october gevierd.

Saint Simeon became a monk of the Studite Monastery as a young man, under the guidance of Simeon the Pious. Later he went to the Monastery of Saint Mamas in Constantinople, of which he became abbot. After enduring many trials and afflictions, he reposed in the year 1022. The church calls him "the New Theologian". Only to two others, John the Evangelist and Gregory, Patriarch of Constantinople, has the church given the name "Theologian". Saint Symeon reposed on March 12, but since this always falls in the Great Fast, his feast is kept on October 12.

12 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

K

 

Ý

Simeon de Nieuwe Theoloog

Sint Simeon werd een monnik van het Studiet Klooster als jonge man, onder de hoede van Simeon de Vrome. Later ging hij naar het Klooster van Sint Mamas in Constantinopel, waarvan hij abt werd. Na vele processen en kwellingen overleed hij op 12 maart in het jaar 1022. Hij wordt door de kerk “de Nieuwe Theoloog” genoemd. Alleen 2 anderen, Johannes de Evangelist en Gregorius, Patriarch van Constantinopel, hebben van de kerk de naam “Theoloog” gekregen. Sint Simeon overleed op 12 maart, maar aangezien dit altijd valt in de Grote Vastentijd, wordt deze dag op 12 october gevierd.

Saint Simeon became a monk of the Studite Monastery as a young man, under the guidance of Simeon the Pious. Later he went to the Monastery of Saint Mamas in Constantinople, of which he became abbot. After enduring many trials and afflictions, he reposed in the year 1022. The church calls him "the New Theologian". Only to two others, John the Evangelist and Gregory, Patriarch of Constantinople, has the church given the name "Theologian". Saint Symeon reposed on March 12, but since this always falls in the Great Fast, his feast is kept on October 12.

12 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

D

 

Ý

Simeon (Petrus)

Andreas, Bartholomeus, Jacob (zoon van Alphaeus), Jacob (zoon van Zebedee), Johannes de Theoloog en Evangelist, Judas Lebbaeus (Thaddaeus), Mattheus de Evangelist (Levi), Matthias, Philippus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en Thomas.

 

Synaxis van de 12 Apostelen

Sunaksi ton 12 Apostolon

De namen van de Twaalf Apostelen waren: Simon, die Petrus genoemd werd, en zijn broer Andreas, de Eerst-Geroepene, Jacob, de zoon van Zebedee, en zijn broer Johannes de Theoloog en Evangelist, Philippus, Bartholomeus, Thomas, Mattheus de Evangelist, die ook Levi genoemd werd, Jacob, de zoon van Alphaeus, Judas Lebbaeus, ook Thaddaeus genoemd, de broer van Jacob, de broer van Christus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en Matthias, die gekozen werd om de plaats in te nemen van Judas de verrader.

The names of the Twelve Apostles were: Simon, who was called Peter, and his brother Andrew, the First-called; James the son of Zebedee, and his brother John, who was also the Evangelist and Theologian; Philip, and Bartholomew, Thomas, and Matthew the publican, who was also called Levi and was an Evangelist, James the son of Alphaeus, and Jude Lebbaeus, also called Thaddaeus, the brother of James, the Brother of Christ; Simon the Cananite ("the Zealot"), and Matthias, who was elected to fill the place of Judas the traitor.

30 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

ADFG

HIJK

 

Ý

Simeon de Zeloot of Cananiet

Apostel

Sint Simeon was een van de 12 Apostelen. Hij werd door Mattheus Simon de Cananiet genoemd, maar door Lukas Simon de Zeloot. Het woord “Cananiet” zou afkomstig zijn van kana, in het Palestijnse dialect van het Aramees met de betekenis “ijveraar”(zeloot) of “ijverig”. Volgens sommigen wordt hij Cananiet genoemd omdat afkomstig was van Cana (volgens anderen van het Land van Canaan). Volgens latere bronnen was hij de bruidegom in Cana in Galilee, waar Jezus water in wijn veranderde.

Saint Simeon was one of the Twelve Apostles. He was called Simon the Cananite by Matthew, but Simon the Zealot by Luke. The word "Cananite" is believed to be derived from kana, in the Palestinian dialect of Aramaic meaning "zealot" or 'zealous". According to some, he is called Cananite because he was from Cana (according to others, from the Land of Canaan). According to later accounts, he was the bridegroom at the wedding in Cana of Galilee, where Jesus changed the water into wine.

10 MEI

     ΜΑΙΟΣ

BDFH

IJK

 

Ý

Simeon de Zeloot of Cananiet,

Andreas, Bartholomeus, Jacob (zoon van Alphaeus), Jacob (zoon van Zebedee), Johannes de Theoloog en Evangelist, Judas Lebbaeus (Thaddaeus), Mattheus de Evangelist (Levi), Matthias, Philippus, Simon (Petrus) en Thomas.

 

Synaxis van de 12 Apostelen

Sunaksi ton 12 Apostolon

De namen van de Twaalf Apostelen waren: Simon, die Petrus genoemd werd, en zijn broer Andreas, de Eerst-Geroepene, Jacob, de zoon van Zebedee, en zijn broer Johannes de Theoloog en Evangelist, Philippus, Bartholomeus, Thomas, Mattheus de Evangelist, die ook Levi genoemd werd, Jacob, de zoon van Alphaeus, Judas Lebbaeus, ook Thaddaeus genoemd, de broer van Jacob, de broer van Christus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en Matthias, die gekozen werd om de plaats in te nemen van Judas de verrader.

The names of the Twelve Apostles were: Simon, who was called Peter, and his brother Andrew, the First-called; James the son of Zebedee, and his brother John, who was also the Evangelist and Theologian; Philip, and Bartholomew, Thomas, and Matthew the publican, who was also called Levi and was an Evangelist, James the son of Alphaeus, and Jude Lebbaeus, also called Thaddaeus, the brother of James, the Brother of Christ; Simon the Cananite ("the Zealot"), and Matthias, who was elected to fill the place of Judas the traitor.

30 JUΝI

      ΙΟΥΝΙΟΣ

ADFG

HIJK

 

Ý

Simeon Stylites

de “Nieuwe Styliet”

van de Wonderlijke Berg

Sint Simeon, de "Nieuwe Styliet" werd geboren in Antiochië. Hij was de zoon van Johannes van Edessa en Martha van Antiochië. Vanaf zijn kindertijd stond hij onder speciale bescherming van Sint Johannes de Doper. Hij leefde een extreem soort ascetisch leven, en werd als jonge man monnik. Na een tijdje in het klooster te hebben geleefd, besteeg hij een pilaar. Daar bleef hij 18 jaar. Daarna kwam hij naar de Wonderlijke Berg, waar hij in een droge en rotsachtige plaats woonde. Na 10 jaar vertrok hij naar een andere pilaar, waar hij 45 jaar leefde onder moeilijke omstandigheden. Op deze pilaarverrichtte hij vele wonderen. Hij overleed in het jaar 595, op de leeftijd van 85. Hij had 79 jaar in asceticisme doorgebracht.

Saint Simeon, the "New Stylite", was born in Antioch. He was the son of John from Edessa, and Martha from Antioch. From his childhood he was under the special guidance of Saint John the Baptist. He lived an extremely ascetical way of life, and became a monk as a young man. After living in the monastery for a while, he ascended upon a pillar. There he stayed for eighteen years. After that he came to the Wondrous Mountain, where he lived in a dry and rocky place. After ten years he moved to another pillar, where he lived in great hardship for forty-five years. On this pillar he worked many miracles. He reposed in the year 595, at the age of eighty-five years. He had passed seventy-nine years in asceticism.

24 MEI

     ΜΑΙΟΣ

DJK

 

Ý

Simeon Stylites

de “Nieuwe Styliet”

van de Wonderlijke Berg

 

 

01 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

BFHI

JK

 

Ý

Simeon Barsabae van Perzië,

Aartsbisschop van Seleucia,

en zijn Metgezellen Abdaiklas (Abdechalas, Habdelai) en Ananias, Khusdazades (Usphazanes, Usthazanes) de Eunuch, Phusikos (Pusei), diens dochter Askritea, Azates, Pherbutha (Tarbula), de zus van Simeon, en ca 1.250 anderen, waaronder 100 bisschoppen, priesters en diakenen, Martelaars

Sint Simeon was Aartsbisschop van Seleucia-Ctesiphon in Perzië, tijdens het regime van Koning Sapor. Hij stierf als martelaar op Goede Vrijdag in het jaar 341 of 344, vergezeld door zijn twee presbyters Abdaiklas en Ananius, de keizer’s eunuch Ustazan, de keizerlijke hofbediende Phusikos en diens dochter Askritea en nog 1.000 andere martelaren. In de dagen darana werden nog eens 100 of 150 martelaren afgeslacht, waaronder Azates de Eunuch, een naaste medewerker van de keizer, en Pherbutha (Tarbula), de zus van Simeon. De meeste martelaren werden onthoofd, sommigen doormidden gezaagd.

Saint Simeon was Archbishop of Seleucia-Ctesiphon in Persia, in the time of King Sapor. He suffered martyrdom on Great Friday in the year 341 or 344, accompanied by his two presbyters Abdaiklas and Ananius, the emperor’s eunuch Ustazan, the emperor's court clerk Phusikos and his daughter Askritea and another 1.000 martyrs. In the days after another 100 or 150 more martyrs were slained, amongst others Azates the Eunuch, a close official to the emperor, and Pherbutha (Tarbula), the sister of Simeon. Most of the martyrs were beheaded, some sawn in half.

17 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

DJK

 

Ý

Sisinnius,

Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander, Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus, Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus, Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Smaragdus, Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40 Martelaren van Sebaste

De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden. De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.

The 40 Martyrs of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D. When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians could not recover them. On the third night every bone which was separated from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter gathered and honorably buried them.

09 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJKM

 

Ý

Sisoes de Grote

Sint Sisoes de Grote leefde in de 4e eeuw in Skete in Nitria. Na de dood van Sint Anthonius de Grote vertrok hij naar diens grot om daar te leven. Hij zei hierover: “in de grot van een leeuw maakt een vos zijn huis”. Toen hij stervende was en de Vaders bij hem waren, begon zijn gezicht te schijnen en hij zei: “Vader Anthonius is gekomen”. Toen: “het koor van de Profeten is gekomen” en””het koor van de Apostelen is gekomen”. Uiteindelijk werd zijn gezicht schitterend als de zon en hij zei: “de Heer is gekomen en Hij zegt: ‘Breng Mij het vaartuig van de woestijn’”. Toen hij daarop overleed was er een flits van licht en in de grot hing een zoete geur.

Saint Sisoes the Great lived in the fourth century in Scete of Nitria. After the death of Saint Anthony the Great, he went to live in Saint Anthony's cave. He said about this, "in the cave of a lion, a fox makes his dwelling". When he was dying, and the Fathers were with him, his face began to shine, and he said, "Abba Anthony has come". Then, "the choir of the Prophets has come", and, "the choir of the Apostles has come". Finally his face shone like the sun, and he said, "the Lord has come, and He says, 'Bring Me the vessel of the desert'". When he died then, there was a flash of lightning, and the cave was filled with a sweet fragrance.

06 JULI

      ΙΟΥΛΙΟΣ

DJK

 

Ý

Skevis (Scepi)

 

 

28 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

CF

 

Ý

Smaragdus,

Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander, Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus, Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus, Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius, Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40 Martelaren van Sebaste

De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden. De wacht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.

The 40 Martyrs of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D. When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians could not recover them. On the third night every bone which was separated from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter gathered and honorably buried them.

09 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJKM

 

Ý

Socatres

 

 

21 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

FI

 

Ý

Socatres

 

 

27 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

H

 

Ý

Socrates,

Alexander, Anaxandros (Anaxarchos), Anaximenes, Aristeides, Chronis (Chronios), Dimaratos, Demokles, Dimosthenes, Dionysios, Elias, Epameinondas, Esaias, Eteokles, Hephaistion, Herakles, Homeros, Isokrates, Lucas, Miltiades, Mnesarchos, Parmenion, Pelopidas, Perikles, Philopimen, Phokion, Pindaros, Polybios, Polynikes, Prometheus, Sophokles, Themistokles, Theodorus, Theophrastos, Theseus, Thomas, Timotheos, Titos, Xenophon en Zenon, de 40 Martelaren van Afrika

Deze martelaren stierven in de priode 249-251 in Afrika. Er is weinig bekend over deze Heiligen. Ze worden alleen beschreven in de “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Klein Gebedenboek of Heiligenboek”, publicatie van “Apostolikís Diakonías” (Apostolisch Diakonaat) in 1959, zonder verdere informatie. Nergens anders wordt hun herdenking vermeld. Mogelijk waren zij metgezellen van de Heiligen Terentius, Afrikanus, Maximus en Pompius, die ook op dezelfde dag worden herdacht (>>>zie Terentius 10 april).

These martyrs died in de period 249-251 in Africa. Little is known about these Saints. They are described only in the “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Small Prayerbook or Saintsbook”, publication of “Apostolikís Diakonías” (Apostolic Deaconate) in 1959, with no further information. Nowhere else their commemoration is reported. Possibly they were companions of the Saints Terentius, Afrikanus, Maximus and Pompius, who are also commemorated on the same day (>>>see Terentius april 10).

10 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

 

 

Ý

Socrates de monnik,

Basilius (diaken), Chariton (monnik), Comasius (Komassios) (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (Hetoimassios) (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (Nikephoros) (priester), Petrus (priester), Sergius (priester), Theodorus (bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop), de 15 (or 16) Hieromartelaren van Tiberiopolis (Tiberioupolis)

De Martelaren Basilius (diaken), Chariton (monnik), Comasius (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (priester), Petrus (priester), Sergius (priester), Socrates (monnik), Theodorus  (bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop) waren geestelijken uit Nicaea en andere plaatsen. Toen Keizer Julianus de Apostaat (361-3) alle Christenen wilde dwingen de afgoden te aanbidden, vluchtten ze naar Thessalonica. Daar vonden ze geen vrede en ze gingen op weg naar Tiberiopolis (Strumica, ook Cilicia wordt genoemd). Gedurende korte tijd leidden ze daar een apostolisch leven, tot de soldaten van de tiran hen inhaalden en hen terug brachten naar Thessalonica. Toen ze weigerden Christus te verloochenen, werden ze met het zwaard onthoofd in Tiberiopolis in 361. Verschillende websites noemen 16 martelaren. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de martelaren Etymasius en Eusebius met elkaar verward worden, of dat één van deze twee namen verkeerd is. Dit is echter niet zeker. Volgens slechts één website was Etymasius een leek, Volgens alle andere die ik gevonden heb was hij een presbyter (priester).

The Martyrs Basil (deacon), Chariton (monk), Comasius (Comassius, Komassios) (monk), Daniel (monk), Etymasius (Etimassius, Hetoimassios) (monk or layman) and/or Eusebius (Eusebios) (monk), Hierotheus (Hierotheos) (monk), John (priest), Nicephorus (Nikephoros) (priest), Peter (priest), Sergius (Sergios) (priest), Socrates (monk), Theodore (Theodor) (bisshop), Theodore (priest), Thomas (Thom) (deacon) and Timothy (bisshop) were clergy from Nicaea and other places. When Emperor Julian the Apostate (361-3) wanted to compel all Christians to turn back to idolatrous worship, they sought refuge in Thessalonica. They did not find peace there and they made their way to Tiberiopolis (Strumica, also Cilicia is mentioned). For a short while they led an apostolic life there, until the tyrant’s soldiers caught up with them and brought them back to Thessalonica. When they refused to deny Christ, they were beheaded by the sword in Tiberiopolis in 361. Several websites mention 16 martyrs. It might be possible that the martyrs Etymasius and Eusebius are being confused with eachother, or that one of these two names is wrong. However this is not certain. According to only one website Etymasius was a layman, according to all others that I found he was a presbyter.

28 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

 

 

Ý

Solochonus

en Ananias, Aartsbisschoppen van Ephesus

De heiligen Ananias en Solochonus waren Aartsbisschoppen van Ephesus. Geen verdere informatie gevonden. Volgens sommige lijsten wordt Sint Onesimus, die ook Aartsbisschop van Ephesus was, op dezelfde dag herdacht. Het is echter niet zeker of hij de slaaf Onesimus was die door Paulus teruggestuurd was naar Philemon, zoals sommige martyrologiën suggereren, maar het is niet onmogelijk dat hij het was. Omdat de Apostel Onesimus (de voormalige slaaf) op een andere dag herdacht wordt, ben ik niet zeker van de datim 1 december, hoewel vermeld op verschillende websites (>>>zie Onesimus 1 december).

Saints Ananias and Solochon were Archbishops of Ephesus. No further information could be found. According to some lists in Greece Saint Onesimus, who also was Archbishop of Ephesus, is commemorated on the same day. However it is not sure that he was the slave Onesimus whom Paul had sent back to Philemon, as some martyrologies suggest, but it is not impossible that he was. Because the Apostle Onesimus (the former slave) is commemorated on another day, I am not sure of the date 1st of december, though mentioned on several websites (>>>see Onesimus 1st of december).

01 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

 

 

Ý

Solomone (Salome)

en haar Kinderen Abim, Anthonius, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim en Marcellus (de Heilige Maccabees) en hun leraar Eleazar

De Heilige Maccabees, Abim, Anthonius, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, en Marcellus, waren Joden en navolgers van de Wetten van de Vaderen, tijdens het regime van Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), de Koning van Syria, die een vijand was van de Joden. Deze jeugdigen werden verschrikkelijk gemarteld, maar ze doostonden alles. Ze eindigden hun leven in kwellingen, hun leven overgevend aan de Goddelijke Wet. De eerste die stierf was hun leraar Eleazar, daarna alle broeders in volgorde van hun leeftijd. Hun moeder Solomone was aanwezig bij de triomf van haar kinderen over de tiran, hen sterkend in hun geloof, en hun lijden verdragend.  Nadat haar laatste en jongste zoon als een martelaar gestorven was, en zij op het punt stond te worden gegrepen om ter dood gebracht te worden, gooide ze zichzelf in het vuur, in het jaar 168 voor Christus.

The Holy Maccabees, Abim, Anthony, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, and Marcellus, were Jews and keepers of the Laws of the Fathers, living during the reign of Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), the King of Syria, who was an enemy of the Jews. These youths were unspeakably tortured, but they endured everything. They ended their lives in torments, surrendering their life for the sake of the observance of the divine Law. The first to die was their teacher Eleazar, then all the brethren in the order of their age. Their mother Solomone, was present at her children's triumph over the tyrant, strengthening them in their struggle for the sake of their Faith, and enduring their sufferings.  After her last and youngest son died as a martyr, and she was about to be seized to be put to death, she cast herself into the fire, in the year 168 before Christ.

01 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

DJK

 

Ý

Solomone (Salome)

de Mirre-Draagster

Moeder van de Apostelen

Jacobus en Johannes de Theoloog,

Vrouw van Zebedee

Salome wordt ook herdacht op de Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen (2e Zondag na Pasen).

Salome is also commemorated on the Sunday of the Myrrh-bearing Women (2nd Sunday after Pascha).

03 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

 

 

Ý

Solomone (Salome),

Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),

Maria Magdalena, de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna, Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers

 

Ton Myrophoron (Myrophoron)

Kyriaki Ton Myrophoron

Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen

Sunday of the Myrrh-Bearing Women

De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4 Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt op de 2e Zondag na Pasen.

The Myrrh-Bearers had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene (July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen), Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.

11 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2008

03 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2009

18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010

08 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2011

29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012

19 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2013

04 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2014

26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015

15 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2016

30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017

 

 

Ý

Sophia (Wijsheid/Wisdom)

en haar Dochters Pistis (Vertrouwen/Faith), Elpis (Hoop/Hope) en Agape (Liefde/Love)

 

 

17 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

ADFG

HIJK

 

Ý

Sophokles,

Alexander, Anaxandros (Anaxarchos), Anaximenes, Aristeides, Chronis (Chronios), Dimaratos, Demokles, Dimosthenes, Dionysios, Elias, Epameinondas, Esaias, Eteokles, Hephaistion, Herakles, Homeros, Isokrates, Lucas, Miltiades, Mnesarchos, Parmenion, Pelopidas, Perikles, Philopimen, Phokion, Pindaros, Polybios, Polynikes, Prometheus, Sokrates, Themistokles, Theodorus, Theophrastos, Theseus, Thomas, Timotheos, Titos, Xenophon en Zenon, de 40 Martelaren van Afrika

Deze martelaren stierven in de priode 249-251 in Afrika. Er is weinig bekend over deze Heiligen. Ze worden alleen beschreven in de “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Klein Gebedenboek of Heiligenboek”, publicatie van “Apostolikís Diakonías” (Apostolisch Diakonaat) in 1959, zonder verdere informatie. Nergens anders wordt hun herdenking vermeld. Mogelijk waren zij metgezellen van de Heiligen Terentius, Afrikanus, Maximus en Pompius, die ook op dezelfde dag worden herdacht (>>>zie Terentius 10 aprill.

These martyrs died in de period 249-251 in Africa. Little is known about these Saints. They are described only in the “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Small Prayerbook or Saintsbook”, publication of “Apostolikís Diakonías” (Apostolic Deaconate) in 1959, with no further information. Nowhere else their commemoration is reported. Possibly they were companions of the Saints Terentius, Afrikanus, Maximus and Pompius, who are also commemorated on the same day (>>>see Terentius april 10).

10 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

 

 

Ý

Sophonias (Zephania)

de Profeet

De Profeet Zephania is negende in rang onder de kleine Profeten. Hij was de zoon van Chusi (Cushi), van de stam van Levi. Volgens sommigen was hij de achterkleinzoon van Koning Hezekias. Hij profeteerde in de tijd van Josias, die regeerde in de jaren 641-610 v.Chr.

The Prophet Zephania is ninth in order among the minor Prophets. He was the son of Chusi (Cushi), from the tribe of Levi. According to some, he was the great-grandson of King Hezekias. He prophesied in the years of Josias, who reigned in the years 641-610 BC.

03 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sophronius de Wijze

Patriarch van Jeruzalem

Sint Sophronius de Wijze werd geboren in de provincie Damascus, (algemeen Siam genaamd), in een plaats in Phoenicië genaamd Livanostephanou in het jaar 600. Hij ging naar het klooster van Sint Theodosios de Coenobiarch. Daarna ging hij naar Egypte, waar hij een man met de naam Johannes Moschus vond. Hij bleef bij hem en ze werden erg close met elkaar. Toen hij daar was, leed hij aan staar. Dit werd genezen door de Heiligen Cyrus en Johnnes de Zilverlozen. Als loon vroegen zij hem om de wonderen, die zij verrichtten, op te schrijven. Later werd hij bisschop van Jeruzalem.

Saint Sophronius the Wise was born in the province of Damascus, commonly called Siam, at a place of Phoenicia called Livanostephanou in the year 600. He went to the monastery of Saint Theodosios the Coenobiarch. After that he went to Egypt, where he found a man called John Moschus. He stayed with him and they became close to each other. While he was there, he suffered from cataract. This was cured by the Saints Cyrus and John the Anargyri. As their wages, they asked him to write down the miracles they performed. Later he became bishop of Jerusalem.

11 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sosipatrus

en Jason (Iason), Apostelen van de 70,

en hun Metgezellen Cercyra, Euphrasius, Faustianus, Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus (Mammius, Mammonius), Marsalus (Massalus, Marsalius) en Sagornius (of Saturninus), Martelaren van Corfu

Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70 Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater, die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea. Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning, woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen, werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en  met pijlen doodschieten. Veel Christenen vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen). Sosipater wordt ook herdacht op 10 november.

Jason and Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the daughter of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the island of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of this, the king of the island threw them into prison. There they converted seven thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of the thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius and Mamminus. For this the king ordered the seven converted thieves to be put to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter of the king, watched from the window how her father was torturing the apostles. Seeing this, she declared herself a Christian and distributed all of her jewels to the poor. The king, enraged, put his daughter in a special prison. When she refused to renounce her Christian faith, the king had the prison burned, but Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle, were baptized. Then the king had his daughter tied to a tree and slain by arrows. Many Christians fled to the nearest island to hide themselves from the terrible king. When the king pursued them by boat, the boat sank and the king died. Jason and Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they died at old age. Jason and Sosipater are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples). Sosipater is also commemorated on november 10.

Griekse kalender:

Greek calendar:

29 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

Slavische kalender:

Slavic calendar:

28 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

ADGH

 

Ý

 

JK

 

Ý

Sosipatrus,

Quartus, Orestes, Olympus, Herodion en Erastus, Apostelen van de 70

De Heiligen Olympas en Rodionos werden discipelen van Petrus, de hoofd-Apostel. Ze kwamen naar Rome, en daar werden ze onthoofd door Nero. De anderen werden bisschoppen en overleden in vrede: Sosipatrus werd bisschop van Iconium, Quartus van Beirut, en Erastus van Paneas (of Paneias, wat ook Caesarea in Philippi werd genoemd). Sint Erastus was kamerheer van de stad Korinthië. Zij worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Saints Olympas and Rodion became disciples of Peter, the chief Apostle. They came to Rome, and there they were beheaded by Nero. The others became bishops and reposed in peace: Sosipater became bishop of Iconium, Quartus of Beirut, and Erastus of Paneas (or Paneias, which was also called Caesarea of Philippi). Saint Erastus had been chamberlain of the city of Corinth. They are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

10 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sosipatrus

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Sosipatrus was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Sosipater was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sosius de Diaken,

Faustus, Desiderius, Eurychius, Acutius en Proculus, Synode van Januarius, Bisschop van Benevento

Deze Martelaren stierven de marteldood in Campania in Italy tijdens het regime van Diocletianus (284-305), toen Timotheus Proconsul was. Sint Januarius was de Bisschop van Benevento in Campania. Toen hij werd gearresteerd, werd hij naar Nola gebracht. Daar werd hij in een brandende overn gegooid, maar hij bleef ongedeerd. In Puteoli werd hij voor de wilde dieren gegooid, samen met Proculus, Sosius en Faustus, de diakenen, Desiderius, lezer van de Kerk van Benevento, en Eurychius en Acutius, edelen uit Puteoli. Toen de wilde dieren de Heiligens naderden, vielen ze hartelijk aan hun voeten neer. Uiteindelijk werden ze allen onthoofd, rond het jaar 305.

These Martyrs suffered martyrdom in Campania of Italy during the reign of Diocletian (284-305), when Timothy was Proconsul. Saint Januarius was the Bishop of Benevento in Campania. When he was arrested, he was taken to Nola. There he was cast into a burning furnace, but he stayed unharmed. At Puteoli he was cast to wild beasts, together with Proculus, Sosius and Faustus, the deacons, Desiderius, reader of the Church of Benevento, and Eurychius and Acutius, nobles from Puteoli. When the wild beasts came near the Saints, they fell affectionately at their feet. Finally they were all beheaded, about the year 305.

21 APRIL

     ΑΠΡΙΛΗΣ

DJK

 

Ý

Sosthenes

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Sosthenes was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Sosthenes was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Sotiris

 

 

06 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

AFGH

 

Ý

Sotiros

Ypapanti tou Sotiros (Christos)

Ontmoeting Christus in de Tempel

Meeting of Christ in the Temple

Ontmoeting van Christus in de Tempel.

40e Dag na de geboorte van Christus.

Toen de Maagd Maria haar 40 dagen van reiniging had vervuld, bracht ze haar eerstgeboren Zoon naar Jeruzalem om Hem naar de Wet van Mozes in de Tempel te presenteren. Op dezelfde dag was de hoogbejaarde Symeon in de tempel aanwezig. Aan hem was geopenbaard, dat hij niet zou sterven voor hij Christus in zijn armen had gehouden. Toen de oude man Hem opnam, zei hij: “Laat nu Uw dienaar gaan in vrede, o Heer”. De Kerk heeft altijd vastgehouden aan de traditie een nieuwgeborene op de 40e dag naar de kerk te brengen.

In Nederland wordt dit “Maria Lichtmis” genoemd.

Meeting in the Temple.

40th Day after the nativity of Christ.

When Virgin Mary's 40 days of purification had been fulfilled, she took her first-born Son to Jerusalem to present Him in the temple according to the Law of Moses. On this same day the greatly aged Symeon was also present in the temple. He had been informed by divine revelation that he would not die until he beheld Christ. Thus, when he beheld Him at that time he said: "Now lettest Thou Thy servant depart in peace, O Master". From ancient times the Church has retained this tradition of the churching of the mother and new-born child on the 40th day.

In the Netherlands this is called “Maria Lichtmis” (“Mary Lightmass”).

02 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

FI

 

Ý

Sozon

Martelaar

 

 

07 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Spyridon van Trimythus
de Wonderdoener

Bisschop van Trimythus in Cyprus

Sint Spyridon, de God-Dragende Vader van de Kerk, de grote beschermer van Corfu, kwam oorspronkelijk van Cyprus, waar hij schaapsherder was. Hij trouwde en kreeg een dochter, Irene. Na de dood van zijn vrouw werd hij Bisschop van Trimythus. Hij was aanwezig zij het 1e Eucumenische Concilie in Nicaea. Hij verrichtte zulke grote wonderen, dat hij de achternaam “Wonderdoener” ontving. Hij overleed rond het jaar 350. Zijn relieken werden in het midden van de 7e eeuw naar Constantinopel gebracht. Maar vóór de val van Constantinopel (1453) werden ze meegenomen door een priester met de naam George Kalokhairetes. Uiteindelijk bracht hij ze naar Corfu rond het jaar 1460. Zijn relieken zijn sindsdien intact gebleven.

Saint Spyridon, the God-bearing Father of the Church, the great defender of Corfu, was originally from Cyprus, where he was a shepherd of sheep. He married and got a daughter named Irene. After his wife's death, he became Bishop of Trimythus. He was present at the First Ecumenical Council in Nicaea. He wrought such great wonders that he received the surname 'Wonderworker". He reposed about the year 350. His relics were taken to Constantinople about the middle of the seventh century. But before the fall Of Constantinople (1453), they were taken by a priest named George Kalokhairetes. Eventually he brougt them to Corfu about the year 1460. His relics have remained incorrupt ever since.

12 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

ABCD

FHIJ

K

 

Ý

Stachus,

Apelles, Amplias, Urbanus, Narcissus en Aristobulus, van de 70 Apostelen

Zij behoorden allen tot de Zeventig Discipelen. Stachys was een assistant van St. Andreas de Eerstgeroepene, die hem Bisschop van Byzantium maakte. Hij vestigde de kerk in Argyropolis en overleed na zestien jaar als bisschop. Amplias en Urban waren ook assistenten van St. Andreas, die hen tot bisschoppen benoemde, Amplias in Lydda in Odyssopolis in Judea en Urban in Macedonië. Beiden stierven als martelaren voor het Christendom. Narcissus was door de Apostel Philippus benoemd als Bisschop van Athene. St. Apelles was Bisschop van Heraclea in Trachis. Aristobulus was de broer van de Apostel Barnabas en preekte het Christelijke geloof in Brittannië, waar hij in vrede overleed.

Ze worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

They were all of the Seventy Disciples. Stachys was an assistant to St. Andrew the First-called, who appointed him Bishop of Byzantium. He established the church in Argyropolis and reposed after sixteen years as bishop. Amplias and Urban were also assistants to St. Andrew, who ordained them bishops, Amplias in Lydda of Odyssopolis in Judea and Urban in Macedonia. Both died as martyrs for Christ. Narcissus was appointed Bishop of Athens by the Apostle Philip. St. Apelles was Bishop of Heraclea in Trachis. Aristobulus was the brother of the Apostle Barnabas and preached the Christian Faith in Britain, where he reposed peacefully.

They are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

31 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stachus (Stakhias)

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Stachus was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Stachys was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stamatis

 

 

08 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

AFH

 

Ý

Stamatius,

Johannes en Nicholas, Nieuwe Martelaren van Spetsa

 

 

03 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

D

 

Ý

Stamatius de Grote

Nieuw-Martelaar van Volos

Sint Stamatius kwam uit de stad Volos in Thessalië. Hij werd onder druk gezet om de Islam te accepteren. Toen hij bekende een Christen te zijn, werd hij door het zwaard onthoofd in Constantinopel in het jaar 1680.

Saint Stamatius was from the city of Volos in Thessaly. He was pressed to accept Islam. When he confessed to be a Christian, he was beheaded by the sword at Constantinople in the year 1680.

06 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

 

 

Ý

Stavros

Feest van Kruisverheffing

Exaltation of the Life-Giving Cross

Ypsosi tou Timiou Staurou

In het jaar 324 ging Sint Helena op pelgrimstocht naar Jeruzalem. Daar vond zij het spoorloos verdwenen Kruis waaraan Christus was gestorven. Dit vond plaats op 14 september.

In the year 324 Saint Helena went to Jerusalem on pilgrimage. There she found the Cross, on which Christ had died, and that had been disappeared without a trace. This happened on september 14.

14 SEPTEMBER

     ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ

ABDF

GHIJ

K

 

Ý

Stephanida

hoofd dienstmeisje

en haar meesteres, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina), en Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares

Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St. Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken. Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero, kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).

Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes, waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12 dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22 februari).

Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.

Photine of Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave her the name Photine, her former name is not known. After this encountering Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are two different persons. Some websites mention only four sisters, others five. The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only een few of them. Her son Victor was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison. Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).

Many details were found about the torturing and the death of the martyrs, except for Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on february  22 (>>>see Anthusa February 22).

Photine and her companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast) and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La Samaritana.

26 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

 

 

Stephanida

hoofd dienstmeisje

en haar meesteres, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina), en Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares

>>>zie Stephanida 26 februari

>>>see Stephanida february 26

20 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

 

 

Ý

Stephanie

en Victor, Martelaars

De Heiligen Victor en Stephanie streden in Damascus in het jaar 160 tijdens het regime van Antoninus Pius. Sint Victor werd gearresteerd, omdat hij Christen was. Ze sneden zijn vingers af en staken zijn ogen uit. Uiteindelijk werd hij onthoofd. Sint Stephanie was de vrouw van een soldaat. Zij was ook Christin. Toen Victor leed, schreeuwde ze uit, dat ze twee kronen voor zich zag: één voor hem en één voor zichzelf. Sint Stephanie werd ook gearresteerd. Ze werd aan twee palmbomen gebonden, die omlaag gebogen waren. Toen de palmbomen werden losgemaakt, werd ze in stukken gescheurd.

The Saints Victor and Stephanie contested in Damascus in the year 160, during the reign of Antoninus Pius. Saint Victor was arrested because he was a Christian. They cut off his fingers and cut out his eyes. Finally he was beheaded. Saint Stephanie was the wife of a soldier. She was also a Christian. When Victor suffered, she cried out that she saw two crowns prepared, one for him, and one for herself. Saint Stephanie was also arrested. She was tied to two palm trees which had been bowed down. When the palm trees were released, she was torn asunder.

11 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

ADJ

 

Ý

Stephanus

Proto-Martelaar en Aartsdiaken

Translatie van zijn relieken

Nadat Sint Stephanus, de Eerste Martelaar, was gestenigd, liet zijn leraar Gamaliel zijn lichaam ’s nachts ophalen en begraven in zijn eigen veld op ongeveer 20 mijl afstand van Jezulem. Dit veld heette "Kaphar-gamala" (“veld van Gamala”). Rond het jaar 427 kreeg Lucianus, een parochie-priester van een kerk dichtbij dit veld, in een droom een openbaring van deze begraafplaats. Hij vertelde dit onmiddelijk aan Johannes, Patriarch van Jeruzalem. Toen ze gingen graven, vonden ze een doos met het woord “Stephanus” in Aramese letters, waarin ze de relieken vonden, die met grote eer en onder begeleiding van een zeer grote massa gelovigen naar Jeruzalem werden overgebracht.

After Saint Stephen, the First Martyr, had been stoned to death, his teacher Gamaliel had his body taken and buried in his own field, at a distance of some twenty miles from Jerusalem. This field was called "Kaphar-gamala" ("the field of Gamala"). About the year 427, Lucian, a parish priest of a church near to that field, received a revelation in a dream concerning the place where Saint Stephen was buried. He immediately told John, the Patriarch of Jerusalem, about this. When they were digging there, they found a box with the word "Stephen" in Aramaic letters, in which they found the relics, which were transferred to Jerusalem with great honor and in the company of a very great multitude of the faithful.

02 AUGUSTUS

     AYΓΟΥΣΤΟΣ

DJK

 

Ý

Stephanus

Proto-Martelaar en Aartsdiaken

Sint Stephanus was een Jood van ras en volgens sommigen een discipel van Gamaliel, leraar van de Wet. Hij was de eerste van de 7 diakenen, door de Apostelen aangewezen, in Jeruzalem. Hij verrichtte grote wonderen onder het volk. Na disputen met de Joden over Jezus werd hij gelasterd als blasfemist en voor de Sanhedrin van de ouderlingen gesleept. Zij gooiden hem uit de stad en stenigden hem, terwijl hij knielde en bad: “Heer, vergeef het hen”, waarna hij stierf. Hij werd hiermee de eerste van de Martelaren van de Kerk van Christus en wordt daarom “Proto-Martelaar” genoemd. Hij wordt ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).

Saint Stephen was a Jew by race, and according to some, a disciple of Gamaliel, the teacher of the Law. He was the first of the seven deacons, established by the Apostles in Jerusalem. He worked many miracles among the people. After disputing with the Jews concerning Jesus, he was slandered as a blasphemer and was dragged off to the Sanhedrin of the elders. They cast him out of the city and stoned him, while he bent his knees and prayed, "Lord, forgive them", after which he died. Thus he became the first among the Martyrs of the Church of Christ, and is therefore called “Proto-Martyr”. He is also commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).

27 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

ABCD

FGHI

JK

 

Ý

Stephanus

Proto-Martelaar en Aartsdiaken

 

Synaxis van de 70 apostelen

Sunaksi ton 70 Apostolon

Stephanus de Aartsdiaken (de Protomartelaar) was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.

Stephen the Archdeacon (the Protomartyr) was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as "of the Seventy".

04 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stephanus Sabbaites 1

neef van Johannes van Damascus

Sint Stephanus Sabbaites was een neef van Sint Johannes van Damascus. Hij werd geboren in het jaar 725. Toen hij 10 jaar oud was, ging hij in het Lavra van Sint Sava. Hij bracht zijn hele leven in dit klooster door. Soms ging hij de woestijn in voor solitaire ascetische daden. Sint Stephanus was begiftigd met de gaven van wonderen verrichten en helderziendheid. Hij genas de zieken, dreef duivels uit en las de gedachten van hen, die hem om raad kwamen vragen. Hij overleed vredig in het jaar 807, nadat hij de dag van zijn eigen dood had voorspeld. Volgens sommigen is deze Sint Stephanus, die vandaag wordt herdacht, niet dezelfde als de Sint Stephanus, die op 28 Oktober wordt herdacht, en die later ook Bisschop werd. Ze worden echter op veel websites beiden “Stephanus Sabbaites” genoemd, wat verwarring veroorzaakt.

Saint Stephen Sabbaites was a nephew of Saint John of Damascus. He was born in the year 725. When he was 10 years old, he entered the Lavra of Saint Sava. He spent his whole life at this monastery. Sometimes he went out into the desert for solitary ascetic deeds. Saint Stephen was given the gifts of wonderworking and clairvoyance. He healed the sick, cast out devils, and discerned the thoughts of those coming to him for counsel. He died peacefully in the year 807, foretelling in advance the day of his death. According to some, this Saint Stephen celebrated today, is different from the Saint Stephen, who is commemorated on October 28, who later also became a Bishop. However, on many websites they are both called “Stephen Sabbaites”, which causes confusion.

13 JULI

      ΙΟΥΛΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stephanus Sabbaites 2

de Hymneschrijver

Sint Stephanus de Hymneschrijver leefde een ascetisch leven in het Lavra van Sint Sava in Palestina. Volgens sommigen werd hij later bisschop, en is hij niet dezelfde als de Sint Stephanus, die op 13 Juli wordt herdacht.  Ze worden echter op veel websites beiden “Stephanus Sabbaites” genoemd, wat verwarring veroorzaakt.

Saint Stephen the Hymnographer lived an ascetic life at the Lavra of Saint Sava in Palestine. According to some, he became a bishop later, and is different from the Saint Stephen, who is commemorated on July 13. However, on many websites they are both called “Stephen Sabbaites”, which causes confusion.

28 OKTOBER

     OKTΩΒΡΙΟΣ

J

 

Ý

Stephanus de Nieuwe

de Jongere, Hosio-Martelaar

en zijn Metgezellen Andreas, Auxentius,  Basilius, Gregorius, nog een Gregorius en Johannes, Monnik-Martelaren en Confessors, en vele anderen

Sint Stephanus werd geboren in Constantinopel in 715. Hij werd door de kluizenaren van de Berg Auxentius in Bithynië (>>>zie Auxentius 14 February) gekozen tot hun leider. Toen Keizer Constantinus V in 754 een concilie hield, dat de heilige iconen verbood, verwierp Sint Stephanus dit concilie en de Keizer verbande hem. Maar in ballingschap voerde Sint Stephanus genezingen uit met heilige iconen en keerde velen af van het iconoclasme. Toen hij opnieuw voor de Keizer gebracht werd, vertrapte hij een munt met de beeltenis van de Keizer. Hij werd veroordeeld tot elf maanden vastgebonden zijn en gevangenschap. Later werd hij over de grond gesleept en werd gestenigd, zoals Stephanus de Eerste Martelaar. Daarom wordt hij Stephanus de Nieuwe (soms de Jongere) genoemd. Uiteindelijk werd hij met een houten club geslagen en zijn hoofd werd verbrijzeld. Sint Stephanus stierf in het jaar 767. De Monnik-Martelaren en Confessors Andreas, Auxentius,  Basilius, Gregorius, een andere Gregorius, Johannes en vele anderen waren samen met Sint Stephanus de Nieuwe in de gevangenis. Ze werden geëxecuteerd na zijn martelaarsdood.

Noot: Verschillende websites noemen Monnik-Martelaar Auxentius samen met de 16 Martelaren van Tiberioupolis, waardoor het kan lijken alsof ze metgezellen waren. Dit is niet het geval. Zij stierven ook als martelaren op 28 November, maar honderden jaren eerder en op een andere locatie. Al deze websites krijgen hun informatie uit dezelfde bron, waardoor de fout zichzelf vermenigvuldigt en veel verwarring veroorzaakt.

Saint Stephen was born in Constantinople in 715. He was chosen by the hermits of Mount Auxentius in Bithynia (>>>see Auxentius February 14) to be their leader. When Emperor Constantine V held a council in 754, that anathematized the holy icons, Saint Stephen rejected this council and the Emperor exiled him. But while in exile Saint Stephen performed healings with holy icons and turned many away from Iconoclasm. When he was brought before the Emperor again, he trampled upon a coin with the image of the Emperor. He was condemned to eleven months in bonds and imprisonment. Later he was dragged over the earth and was stoned, like Stephen the First Martyr. Therefore he is called Stephen the New (sometimes the Younger). Finally he was struck with a wooden club and his head was shattered. Saint Stephen died in the year 767. The Monk-Martyrs and Confessors Andrew, Auxentius,  Basil, Gregory, another Gregory, John and many others were together with Saint Stephen the New in prison. They were executed after his martyric death.

Note: Several websites mention Monk-Martyr Auxentius together with the 16 Martyrs of Tiberioupolis, by which it may seem that they were companions. This is not the case. They were also martyred on November 28, but hundreds of years earlier and on another location. All these websites get their information from the same source, by which this mistake duplicates itself and causes a lot of confusion.

28 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stephanus de Wonderdoener

 

 

28 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

J

 

Ý

Stilianos (Stulianos)

 

 

26 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

ABFH

I

 

Ý

Stiracius (Styrakios)

Metgezel van Chrysa (Aura, Avra)

de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de Kerk van Rome, de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Sabinos (of Sabaïnos), Chrysa (of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius (Benerios), martelaren.

Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren, verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid. De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome overgebracht..

Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint Censorinus onthoofd.

Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.

Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot hij stierf.

Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD. Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.

Saint Hippolytus is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he appeared before the governor and protested against their inhumanity. The enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.

St Censorinus was a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.

Then the virgin Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation. She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon, and Cyriacus the Bishop.

With heavy rocks tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned his sides with torches untill he died.

All these Roman martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa is reported.

30 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Stratonicus

en Hermylus, Martelaren

Hermylus en Stratonicus streden in het jaar 314, tijdens het regime van Licinius. Sint Hermylus was een diaken. Sint Stratonicus was zijn vriend. Toen Hermylus bekende een christen te zijn, werd hij zó hevig geslagen, dat zijn hele lichaam met wonden bedekt was en hij half dood achtergelaten werd. Toen Stratonicus hem dit zag ondergaan, huilde hij van verdriet om zijn vriend. Zo werd ontdekt dat ook Stratonicus een christen was. Toen hij openlijk bekende, werd hij geslagen. Daarna werden Stratonicus en Hermylus in de Danube Rivier gegooid, waar ze stierven.

Hermylus and Stratonicus contested in the year 314, during the reign of Licinius. Saint Hermylus was a deacon. Saint Stratonicus was his friend. When Hermylus confessed to be a christian, he was beaten so fiercely that his whole body was covered with wounds and he was left half dead. When Stratonicus saw him endure this, he wept with grief for his friend. That is how they discovered that also Stratonicus was a christian. When he openly confessed, he was beaten. Then Stratonicus and Hermylus were cast into the Danube River, where they died.

13 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DJK

 

Ý

Stulianos (Stilianos)

 

 

26 NOVEMBER

     ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ

ABFI

 

Ý

Styrakios (Stiracius)

Metgezel van Chrysa (Aura, Avra)

de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de Kerk van Rome, de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Sabinos (of Sabaïnos), Chrysa (of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius (Benerios), martelaren.

Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren, verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid. De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome overgebracht..

Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint Censorinus onthoofd.

Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.

Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot hij stierf.

Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD. Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.

Saint Hippolytus is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he appeared before the governor and protested against their inhumanity. The enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.

St Censorinus was a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.

Then the virgin Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation. She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon, and Cyriacus the Bishop.

With heavy rocks tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned his sides with torches untill he died.

All these Roman martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa is reported.

30 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Sunday after the Nativity of Christ

Kyriaki Meta Tin Christou Gennisin

Zondag na de Geboorte van Christus

David de Profeet, Jacobus broer van Christus, en Joseph de Toegezegde

Zondag na eerste Kerstdag (dag na de geboorte van Jezus Christus’Tweede Kerstdag).

Sunday after the Nativity of Jesus Christ (one day after the Nativity of Jesus Christ).

26 DECEMBER

     ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ

DJ

 

Ý

Sunday of the Holy Ancestors of Christ

Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus

Kyriaki Ton Agion Propatoron

(Ton Agion Popatoron, Propatoron)

Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham de Vriend van God, Isaac het Fruit van de Belofte, Jacob en de 12 Patriarchen, Vervolgens degenen die onder de Wet leefden: Moses Aaron, Josue, Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine profeten, Elia, Eliseus, Zacharia en Johannes de Doper en tot slot de Maagd Maria.

Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus. Op de zondag tussen 11 en 17 December worden alle Voorvaderen van Christus volgens het vlees herdacht::

Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham, de vriend van God, Isaac, het fruit van de Belofte, Jacob en de twaalf patriarchen.

Vervolgens degenen die onder de Wet leefden:

Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine profeten, Elia, Eliseus, Zacharia, en Johannes de Doper, en tot slot de Maagd Maria.

Sunday of the Holy Ancestors of Christ.

On the Sunday between December 11 and 17, all the Ancestors of Christ according to the flesh are being remembered:

Adam the first Father, Enoch, Melchisedec, Abraham, the friend of God, Isaac, the fruit of the Promise, Jacob and the twelve patriarchs.

Then those who lived under the Law:

Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, and the Prophets: Isaia, Jeremia, Ezechiel, the twelve minor prophets, Elia, Eliseus, Zacharia, and John the Baptist, and finally the Virgin Mary.

14 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2008

13 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2009

12 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2010

11 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2011

16 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2012

15 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2013

14 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2014

13 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2015

11 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2016

17 DEC - ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2017

JM

 

Ý

Sunday of the Samaritan Woman

Kyriaki tis Samareitidos

Zondag van de Samaritaanse Vrouw

 

 

25 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2008

17 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2009

02 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2010

22 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2011

13 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2012

02 JUΝI    - ΙΟΥΝΙΟΣ  2013

18 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2014

10 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2015

29 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2016

14 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2017

D

 

Ý

Susanna,

Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),

Maria Magdalena, de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna, Salome, Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers

 

Ton Myrophoron (Myrophoron)

Kyriaki Ton Myrophoron

Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen

Sunday of the Myrrh-Bearing Women

De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4 Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt op de 2e Zondag na Pasen.

The Myrrh-Bearers had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene (July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen), Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.

11 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2008

03 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2009

18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010

08 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2011

29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012

19 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2013

04 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2014

26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015

15 MEI     - ΜΑΙΟΣ     2016

30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017

 

 

Ý

Swetlana
(Photine, Fotini, La Samaritana)
de Samaritaanse van Sychar,

“vrouw aan de bron”

Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, Groot-Martelares,

en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters)  Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)

Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St. Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken. Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero, kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).

Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes, waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12 dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22 februari).

Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.

Photine wordt ook herdacht op de Zondag van de Samaritaanse Vrouw tijdens de Pasen periode (>>>zie Kyriaki tis Samareitidos).

Photine of Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave her the name Photine, her former name is not known. After this encountering Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are two different persons. Some websites mention only four sisters, others five. The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only een few of them. Her son Victor was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison. Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).

Many details were found about the torturing and the death of the martyrs, except for Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on february  22 (>>>see Anthusa February 22).

Photine and her companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast) and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La Samaritana.

Photine is also commemorated on the Sunday of the Samaritan Woman during the Paschal season (>>>see Kyriaki tis Samareitidos).

26 FEBRUARI

    ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ

 

 

Ý

Swetlana
(Photine, Fotini, La Samaritana)
de Samaritaanse van Sychar,

“vrouw aan de bron”

Gelijke-van-de-Apostelen en Evangelist, Groot-Martelares,

en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters)  Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)

>>>zie Swetlana 26 februari

>>>see Swetlana february 26

20 MAART

     ΜΑΡΤΙΟΣ

 

 

Ý

Sylvester

Paus van Rome

Sint Sylvester was een inwoner van Rome. Hij volgde Sint Miltiades op als Paus in het jaar 314. Omdat hij niet in staat was om aanwezig te zijn op het Eerste Oecumenische Concilie in Nicaca in 325, stuurde hij afgevaardigden van zijn eigen Romeinse geestelijkheid om hem te vertegenwoordigen. Hij overleed in het jaar 325.

Saint Sylvester was a native of Rome. He succeeded Saint Miltiades as Pope in the year 314. Because he was unable to be present at the First Ecumenical Council in Nicaca in 325, he sent delegates of his own Roman clergy to represent him. He reposed in the year 325.

02 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

DIJK

 

Ý

Syncletica

 

 

05 JANUARI

      ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ

J

 

Ý

 

 

ABC

Belangrijkste naamdagen

Most important namedays

ABC

Waarschijnlijk onbetrouwbare info

Probably false information

ABC

Veranderlijke feestdagen

Variable feastdays

ABC

Officiële feestdag, wordt in bepaalde gevallen op een andere dag gevierd

Official feastday, in certain cases celebrated on another day

ABC

Onduidelijke informatie

Obscure information

 

A

naamdagen van de Griekse Gids

http://www.grieksegids.nl/naamdagen/naamdagenindex.htm

B

Explore Crete, the real guide about Crete

http://www.explorecrete.com/dutch/namedays-du.html

C

Festival dates of the Greek Orthodox church

http://www.theodorou.freeserve.co.uk/greekcyp/links/saints.htm

D

Greek Orthodox Archdiocese of America

http://www.goarch.org/en/Chapel/calendar.asp

E

Nostos

http://nostos.com

F

Greek Namedays (Eortologie)

http://www.sfakia-crete.com/sfakia-crete/greeknamedays.html

G

Cyprus-Namedays

http://www.xenofontravel.nl/paginas/cyprus_algemeen_b.html

H

Namedays-in2greece

http://www.in2greece.com/english/factstrivia/facts/namedays.htm

I

goGreece.com: Event Calendar – Namedays

http://www.gogreece.com/events/Namedays.html

J

Rongolini Synaxarion Calendar

http://www.rongolini.com/synaxariontoc.htm

K

Serbian Unity Congres – Servisch-Orthodoxe kalender

http://www.serbianunity.net/spc/kalendar.html

L

Behind the Name – Names – Meaning of names – Namedays etc.

http://behindthename.com

M

Reference on the Greek namedays

http://www.namedays.gr/data/eortes/namedays_A.htm

 

Ý

ã Marina Moundrea 2003-2008. Alle rechten voorbehouden / All rights reserved.

Laatste update / Last update: 1 December 2008

 

 

 


Web Hosting · Blog · Guestbooks · Message Forums · Mailing Lists
Easiest Website Builder ever! · Build your own toolbar · Free Talking Character · Email Marketing
powered by a free webtools company bravenet.com