NAAM
HEILIGE / NAME OF SAINT
|
BIJZONDERHEDEN
|
NOTES
|
NAAMDAG/NAMEDAY
|
INFO
|
Agion Panton
Allerheiligen
All-Saints
|
Agion Panton (Allerheiligen) is een feestdag van de
Orthodoxe Kerk, waarbij alle Heiligen van de kerk, die anoniem zijn gebleven,
collectief worden herdacht. Deze dag wordt gevierd op de Zondag volgende op
(orthodox) Pinksteren.
In Griekenland is het de gewoonte dat iedereen die geen
“eigen” naamdag heeft, zijn of haar naamdag viert met Orthodox Allerheiligen. In Griekenland kun je iemand tot 40 dagen na zijn
of haar naamdag nog feliciteren.
|
Agion Panton
(All-Saints Sunday) is a feast day of the Orthodox Church collectively
commemorating all the Saints of the church who have remained anonymous. This
feast day is celebrated on the Sunday following (orthodox) Pentecost.
In Greece it is
tradition that everybody without their “own” nameday celebrate their nameday
on Orthodox All Saints’ Day. In Greece you can say congratulations till 40
days after the nameday.
|
22 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2008
14 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2009
30 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2010
19 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2011
10 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2012
30 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2013
15 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2014
07 JUΝI - ΙΟΥΝΙΟΣ
2015
26 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2016
11 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2017
|
D
Ý
|
Sabaïnos (Sabinos),
de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de
Kerk van Rome, en de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20
soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Chrysa
(of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de
Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus)
(Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of
Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros),
Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of
Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun
en Venerius (Benerios), martelaren.
|
Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop
van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van
Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke
theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken
schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks
schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren,
verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid.
De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen
bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden
naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome
overgebracht..
Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij
werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen
hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en
gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint
Censorinus onthoofd.
Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische
familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd
gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden met
brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een
grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse
stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius,
Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius,
Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter,
Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.
Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus
aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot
hij stierf.
Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD.
Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.
|
Saint Hippolytus
is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an antipope.
He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in France) and a
christian theologian who wrote many treatises and commentories on the
Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in Greek.
When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he
appeared before the governor and protested against their inhumanity. The
enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied
his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the
church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.
St Censorinus was
a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a
christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards
were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.
Then the virgin
Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation.
She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they
burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big
rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered
the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas,
Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius,
Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon,
and Cyriacus the Bishop.
With heavy rocks
tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned
his sides with torches untill he died.
All these Roman
martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa
is reported.
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Sabas de Nieuwe
|
|
|
07 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
D
Ý
|
Sabbas (Savvas)
de Gezegende
de God-Dragende Vader
|
Sint Sabbas werd geboren in 439 in Moutalaska, een klein
dorpje in Cappadocië. Hij kwam als kind in het klooster terecht onder de
hoede van Euthymius de Grote. Hij werd de spirituele Vader van vele monniken
en een instructeur voor de kloosters in Palestina. Hij was de door de
Patriarch van Jeruzalem aangewezen leider (archimandriet) van de
woestijn-bewoners van Palestina. Op 94-jarige leeftijd overleed hij in het
jaar 533.
|
This Saint was
born in 439 in Moutalaska, a small village of Cappadocia. As a child he
entered the monastic life under the guidence of Euthymius the Great. He
became the spiritual Father of many monks and an instructor for the
monasteries in Palestine. He was appointed leader (archimandrite) of the
desert-dwellers of Palestine by the Patriarch of Jerusalem. At the age of
ninety-four, he reposed in the year 533.
|
05 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FHIJ
K
Ý
|
Sabbas (Savvas) de Goth
(Sabbas de Strijder)
|
|
|
24 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
JK
Ý
|
Sabbas,
Adam, Benjamin, Domnus, Elias,
Eusebius, Hypatius, Isaac, Isaiah, Jeremiah, Macarius, Mark, Moses, Paul,
Proclus en Sergius, Martelaren van Sinai en Raithu
|
De Martelaren die gedood werden in Sinai en Raithu worden
samen vereerd op 14 januari. Het waren twee verschillende groepen heiligen en
ze werden gedood in verschillende periodes en op verschillende locaties. Eén
groep van deze martelaren werd gedood in Sinai rond het jaar 296, tijdens het
regime van Diocletianus. De andere groep martelaren werd gedood in Raithu
rond het midden van de vijfde eeuw. Beide groepen martelaren werden gedood
door de Blemmyes (Blemmyae), een nomadische Nubische stam uit delen
van Arabië en Egypte.
|
The Martyrs slain
at Sinai and Raithu are venerated together on January 14th. They
were two different groups of saints and were killed at different times and at
different locations. One group of these martyrs were killed at Sinai about
the year 296, during the reign of Diocletian. The other group of martyrs were
killed in Raithu about the middle of the fifth century. Both groups of
martyrs were killed by the Blemmyes (Blemmyae), a nomadic Nubian tribe
from parts of Arabia and Egypt.
|
14 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Sabbatius,
Dorymedes en Trophimus,
Martelaren
|
|
|
19 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sabel,
Ismael en Manuel, Martelaren
|
De broers Manuel, Sabel en Ishmael waren Perzen. Ze waren
door de Perzische Koning als ambassadeurs naar Julianus de Apostaat gestuurd
om te onderhandelen over een vredesverdrag. Nabij Chalcedon weigerden ze
samen met Julianus te offeren aan zijn afgoden en hij liet hen doden in het
jaar 362. Dit was de aanleiding tot een oorlog met Perzië.
|
The brothers
Manuel, Sabel and Ishmael, were Persians. They were sent by the Persian King
as ambassadors to Julian the Apostate to negotiate a peace treaty. Near
Chalcedon, they refused to join Julian in offering sacrifice to his idols and
he had them slain in the year 362. This was the cause of a war with Persia.
|
17 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sabinas de Egyptenaar
Martelaar
|
Sint Sabinus de Egyptenaar leefde tijdens het regime van
Diocletianus in 299. Hij kwam uit de stad Hermoupolis in Egypte. Omdat hij
een Christen was, werd hij voor Arrhianos, de gouverneur van de stad,
gebracht, die opdracht gaf om hem op te hangen. Daarna werd zijn lichaam zó
verscheurd, dat al zijn vlees op de
grond viel. Daarna verbrandden ze hem met kaarsen, bonden een steen aan hem
vast en gooiden hem in de rivier Scamandros, waarna hij stierf.
|
Saint Sabinus the
Egyptian lived during the reign of Diocletian in 299. He was from the city of
Hermoupolis in Egypt. Because he was a Christian, he was brought to
Arrhianos, the governor of the city, who ordered that he be hung. After that,
the saint’s body was so badly torn that all his flesh was poured down on the
ground. Then they burnt him with candles, tied a stone on him and threw him
into the river Scamandros, after which he died.
|
16 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sabinos
(Sabaïnos),
de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de
Kerk van Rome, en de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20
soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Chrysa
(of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de
Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus)
(Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of
Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros),
Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of
Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun
en Venerius (Benerios), martelaren.
|
Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop
van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van
Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke
theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken
schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks
schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren,
verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid.
De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen
bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden
naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome
overgebracht..
Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij
werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen
hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en
gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint
Censorinus onthoofd.
Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische
familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd
gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden
met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een
grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse
stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius,
Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius,
Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus
de diaken en Cyriacus de bisschop.
Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus
aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot
hij stierf.
Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD.
Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.
|
Saint Hippolytus
is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an
antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in
France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories
on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in
Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he
appeared before the governor and protested against their inhumanity. The
enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied
his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the
church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.
St Censorinus was
a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a
christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards
were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.
Then the virgin
Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation.
She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they
burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big
rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered
the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas,
Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius,
Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon,
and Cyriacus the Bishop.
With heavy rocks
tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned
his sides with torches untill he died.
All these Roman
martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa
is reported.
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Sabinus de Rechtschapene
|
|
|
15 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Sacerdos,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Severianus, Sisinnius, Smaragdus,
Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de
40 Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide
als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Sagornius (of
Saturninus),
Cercyra, Euphrasius,
Faustianus, Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus
(Mammius, Mammonius) en Marsalus (Massalus, Marsalius), Martelaren van Corfu
en Metgezellen van Jason (Iason) en Sosipatrus, Apostelen van de 70
|
Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70
Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason
was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater,
die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea.
Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het
eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de
koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven
dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de
dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius
en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende
pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek
uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze
zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning,
woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde
afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis
platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen,
werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en met pijlen doodschieten. Veel Christenen
vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de
vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en
de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu
tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook
herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).
|
Jason and
Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the
daughter of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During
their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the island
of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of this,
the king of the island threw them into prison. There they converted seven
thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of the
thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius
and Mamminus. For this the king ordered the seven converted thieves to be put
to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter of the king,
watched from the window how her father was torturing the apostles. Seeing
this, she declared herself a Christian and distributed all of her jewels to
the poor. The king, enraged, put his daughter in a special prison. When she
refused to renounce her Christian faith, the king had the prison burned, but
Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle, were baptized. Then
the king had his daughter tied to a tree and slain by arrows. Many Christians
fled to the nearest island to hide themselves from the terrible king. When
the king pursued them by boat, the boat sank and the king died. Jason and
Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they died at old age. Jason and Sosipater are also commemorated
on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
Griekse kalender:
Greek calendar:
29 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
Slavische kalender:
Slavic calendar:
28 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
Ý
|
Salaphiel
Synaxis van de Aartsengelen
|
Synaxis van de Aartsengel Michael & de andere
Geestelijke Krachten: Gabriel, Raphael, Uriel, Salaphiel, Jegudiel &
Barachiel (er is geen consensus over de laatste 4 namen van aartsengelen).
Sinds de vierde eeuw wordt het huidige Feest van
Aartsengel Michael en alle andere hemelse krachten gevierd in de maand
November. Waarom precies in November? Omdat November de negende maand na
Maart is, en Maart wordt beschouwd als de maand waarin de wereld werd
geschapen. Ook, als de negende maand na maart, werd November gekozen voor de
negen ordes van engelen, van wie de Aartsengel Michael de leider is:
Eerste
Triade
(Hemelse
Raadgevers):
1. Seraphim - Serafijnen
2. Cherubim
- Cherubijnen
3. Throni - Tronen
(Ofanimm
of Galgallin)
Tweede
Triade
(Hemelse
Bestuurders):
4. Dominationes - Heerschappijen
(Kyriotètes;
Hebreeuws: Hashmallim)
5. Potestates - Krachten
(Dynameis; Kabbala:
Malachim of
Tarshishim)
6. Virtutes - Machten
(Exousiai)
Derde
Triade
(Hemelse
Boodschappers):
7. Principatus - Vorsten
(Archai)
8. Archangeli - Aartsengelen
(Archangeloi)
9. Angeli - Engelen
(Angeloi)
Er zijn vele namen te vinden van individuele engelen in
alle genoemde ordes, die ik echter hier bewust niet genoemd heb, omdat de
gevonden informatie erg tegenstrijdig is en de betrouwbaarheid twijfelachtig
is. De meeste van deze namen worden niet in de Bijbel genoemd, laat staan dat
van deze engelen naamdagen gevierd kan worden.
|
Synaxis of the
Archangel Michael & the other Bodiless Powers: Gabriel, Raphael, Uriel,
Salaphiel, Jegudiel & Barachiel (there is no consensus about the last 4
names of archangels).
Since the fourth
century the present Feast of Archangel Michael and all the other heavenly
powers is celebated in the month of November. Why precisely in November?
Because November is the ninth month after March, and March is considered to
be the month in which the world was created. Also, as the ninth month after
March, November was chosen for the nine orders of angels, of which the
Archangel Michael is the leader.
First Triade
(Celestial Advisors):
1. Seraphim - Seraphim
2. Cherubim - Cherubim
3. Throni - Thrones
(Ofanimm or Galgallin)
Second Triade
(Celestial Governors):
4. Dominationes - Dominions
(Kyriotètes; Hebrew: Hashmallim)
5. Potestates - Powers
(Dynameis; Kabbala: Malachim or
Tarshishim)
6. Virtutes – Virtues/Authorities
(Exousiai)
Third Triade
(Celestial Messengers):
7. Principatus – Principalities
(Archai)
8. Archangeli - Archangels
(Archangeloi)
9. Angeli - Angels
(Angeloi)
Many names can
be found of individual angels in all mentioned orders, which I did not mention
here on purpose, because the found information is very contradictory and the
reliability is doubtful. Most of these names are not being mentioned in the
Bible, and it is obvious that namedays of these angels can not be celebrated.
|
08 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Salome (Solomone)
en haar Kinderen Abim, Anthonius, Guria, Eleazar,
Eusebona, Achim en Marcellus (de Heilige Maccabees) en hun leraar
Eleazar
|
De Heilige Maccabees, Abim, Anthonius, Guria, Eleazar,
Eusebona, Achim, en Marcellus, waren Joden en navolgers van de Wetten van de
Vaderen, tijdens het regime van Antiochus Epiphanes
("Illustrious"), de Koning van Syria, die een vijand was van de
Joden. Deze jeugdigen werden verschrikkelijk gemarteld, maar ze doostonden
alles. Ze eindigden hun leven in kwellingen, hun leven overgevend aan de
Goddelijke Wet. De eerste die stierf was hun leraar Eleazar, daarna alle
broeders in volgorde van hun leeftijd. Hun moeder Solomone was aanwezig bij
de triomf van haar kinderen over de tiran, hen sterkend in hun geloof, en hun
lijden verdragend. Nadat haar laatste
en jongste zoon als een martelaar gestorven was, en zij op het punt stond te
worden gegrepen om ter dood gebracht te worden, gooide ze zichzelf in het
vuur, in het jaar 168 voor Christus.
|
The Holy
Maccabees, Abim, Anthony, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, and Marcellus,
were Jews and keepers of the Laws of the Fathers, living during the reign of
Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), the King of Syria, who was an
enemy of the Jews. These youths were unspeakably tortured, but they endured
everything. They ended their lives in torments, surrendering their life for
the sake of the observance of the divine Law. The first to die was their
teacher Eleazar, then all the brethren in the order of their age. Their
mother Solomone, was present at her children's triumph over the tyrant,
strengthening them in their struggle for the sake of their Faith, and
enduring their sufferings. After her
last and youngest son died as a martyr, and she was about to be seized to be
put to death, she cast herself into the fire, in the year 168 before Christ.
|
01 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Salome (Solomone)
de Mirre-Draagster
Moeder van de Apostelen
Jacobus en Johannes de Theoloog,
Vrouw van Zebedee
|
Salome wordt ook herdacht op de Zondag van de
Mirre-dragende Vrouwen (2e Zondag na Pasen).
|
Salome is also also commemorated on the Sunday of the
Myrrh-bearing Women (2nd Sunday after Pascha).
|
03 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
Ý
|
Salome (Solomone),
Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),
Maria Magdalena, de Maagd
Maria (de Theotokos), Joanna, Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus),
Susanna, Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers
Ton Myrophoron (Myrophoron)
Kyriaki Ton Myrophoron
Zondag van de
Mirre-dragende Vrouwen
Sunday
of the Myrrh-Bearing Women
|
De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar
het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de
lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als
de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de
Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas
(of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4
Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt
op de 2e Zondag na Pasen.
|
The Myrrh-Bearers
had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to
the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women
who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene
(July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen),
Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of
Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The
Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.
|
11 MEI - ΜΑΙΟΣ
2008
03 MEI - ΜΑΙΟΣ
2009
18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010
08 MEI - ΜΑΙΟΣ
2011
29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012
19 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2013
04 MEI - ΜΑΙΟΣ
2014
26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015
15 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2016
30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017
|
Ý
|
Tis Samareitidos
Kyriaki tis
Samareitidos
Zondag
van de Samaritaanse Vrouw
Sunday of
the Samaritan Woman
|
|
|
25 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2008
17 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2009
02 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2010
22 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2011
13 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2012
02 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2013
18 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2014
10 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2015
29 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2016
14 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2017
|
D
Ý
|
La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
Photine wordt ook herdacht op de Zondag van de
Samaritaanse Vrouw tijdens de Pasen periode (>>>zie Kyriaki tis
Samareitidos).
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
Photine is also
commemorated on the Sunday of the Samaritan Woman during the Paschal season
(>>>see Kyriaki tis Samareitidos).
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
La Samaritana
(Photine, Fotini, Swetlana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog,
Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
>>>zie Photine 26 februari
|
>>>see
Photine february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Samonas (Shamuna),
Habib en Gouria, de Confessors, Martelaren
|
Guria en Shamuna (Samonas) kwamen uit de stad Edessa in
Syrië. Zij streden tijdens het regime van Diocletianus, in 288. Nadat zij
vele martelingen hadden verdragen, werden zij in de gevangenis gegooid en
werden later onthoofd. Sint Habib (Abibos), een diaken, werd gemarteld in
de tijd van Keizer Licinius, in het jaar 316, omdat hij de dorpen afreisde om
de Heilige Geschriften voor te lezen aan de gelovigen. Hierom werd Abibos in
een rood-gloeiende oven geworpen en hij stierf als een martelaar. Hij werd
begraven met de Heiligen Guria en Shamuna. De drie heiligen hebben één
gemeenschappelijk feest. Zij worden altijd samen afgebeeld in iconen en door
gelovigen aangeroepen. Vanwege een beroemd wonder dat zij hebben veroorzaakt,
worden zij aangeroepen voor hulp in echtelijke moeilijkheden.
|
Guria and Shamuna
(Samonas) were from the city of Edessa in Syria. They contested during the
reign of Diocletian, in 288. After they had endured many tortures, they were
cast into prison and later beheaded. Saint Habib (Abibos), a deacon, was
martyred in the time of Emperor Licinius, in the year 316, because he was
traveling through the villages reading the Holy Scriptures to the faithful to
confirm them in the faith. For this Abibos was thrown into a red-hot furnace
and died as a martyr. He
was buried with the Saints Guria and Shamuna. The three saints have one
common feast. They are always portrayed together in icons and invoked by the
faithful. On account of a renowned miracle they worked, they are invoked for
help in marital difficulties.
|
15 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Samson de Gastvrije
de
Zilverloze
|
Sint Samson de Gastvrije kwam uit Rome enleefde tijdens
het regime van aint Justinianus de Grote. Hij was een arts, en kwam naar
Constantinopel. Daar verordende Patriarch Menas hem tot priester. Keizer
Justinianus werd door Sint Samson genezen. Uit dankbaarheid bouwde hij een
groot ziekenhuis voor hem, wat later bekend raakte als "Het armenhuis
van Samson". Sint Samson is één van de Heilige Zilverlozen.
|
Saint Samson the
Hospitable was from Rome and lived during the reign of Saint Justinian the
Great. He was a physician, and came to Constantinople. There Patriarch Menas
ordained him priest. The Emperor Justinian was healed by Saint Samson. Out of
gratitude he built him a large hospital, which was afterwards known as
"The Hospice of Samson". Saint Samson is one of the Holy
Unmercenaries.
|
27 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Samuel
Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus
Sunday of the Holy
Ancestors of Christ
Kyriaki Ton Agion Propatoron
(Ton Agion Popatoron,
Propatoron)
Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham
de Vriend van God, Isaac het Fruit van de Belofte, Jacob en de 12
Patriarchen, Vervolgens degenen die onder de Wet leefden: Moses Aaron, Josue,
Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine
profeten, Elia, Eliseus, Zacharia en Johannes de Doper en tot slot de Maagd
Maria.
|
Zondag van de
Heilige Voorvaderen van Christus. Op de zondag tussen 11 en 17 December worden alle
Voorvaderen van Christus volgens het vlees herdacht::
Adam de Eerste
Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham, de vriend van God, Isaac, het fruit van
de Belofte, Jacob en de twaalf patriarchen.
Vervolgens degenen
die onder de Wet leefden:
Moses, Aaron, Josue,
Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine
profeten, Elia, Eliseus, Zacharia, en Johannes de Doper, en tot slot de Maagd
Maria.
|
Sunday of the Holy Ancestors of
Christ.
On the Sunday between December 11
and 17, all the Ancestors of Christ according to the flesh are being
remembered:
Adam the first Father, Enoch, Melchisedec, Abraham,
the friend of God, Isaac, the fruit of the Promise, Jacob and the twelve
patriarchs.
Then those who lived under the Law:
Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, and the
Prophets: Isaia, Jeremia, Ezechiel, the twelve minor prophets, Elia, Eliseus,
Zacharia, and John the Baptist, and finally the Virgin Mary.
|
14 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2008
13 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2009
12 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2010
11 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2011
16 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2012
15 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2013
14 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2014
13 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2015
11 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2016
17 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2017
|
J
Ý
|
Samuel de Profeet
|
Samuel de Profeet werd geboren in de 12e eeuw v.Chr. in de
stad Armathaim Sipha. Hij kwam van de stam van Levi, en was de zoon van
Elkanah en Hannah (Anna). Toen hij een baby was, bracht zijn moeder hem naar
de stad Silom (Shiloh), waar de Ark werd bewaard, waar hij onder de hoede van
Eli de priester opgroeide. Hij was de laatste rechter van het Israelitische
volk en zalfde de 1e twee Koningen van Israel, Saul en David. Op
94-jarige leeftijd overleed hij in de 11e eeuw v.Chr.
|
Samuel the
Prophet was born in the Twelfth century before Christ, in the city of
Armathaim Sipha. He was from the tribe of Levi, and was the son of Elkanah
and Hannah (Anna). When he was a baby, his mother brought him to the city of
Silom (Shiloh), where the Ark was kept, where he grew up under the protection
of Eli the priest. He was the last judge of the Israelite people, and
anointed the first two Kings of Israel, Saul and David. At the age of
ninety-eight, he reposed in the eleventh century before Christ.
|
20 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DGJK
Ý
|
Samuel van
Egypte,
Daniel, Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus,
Theodulus, Elias, Jeremias en Esaias, Metgezellen van Pamphilus de Priester
|
Sint Pamphilus streed tijdens het regime van Maximianus in
het jaar 290 in Caesarea in Palestina. Firmilian, de Gouverneur van
Palestina, bracht hem ter dood. De namen van zijn mede-martelaren zijn:
Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, en 5 anderen uit
Egypte: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel. Hun martelaarschap is
geregistreerd in Boek VIII, H. 11 van Eusebius' Ecclesiastische Geschiedenis,
genaamd “De Martelaren van Palestina”.
|
Saint Pamphilus
contested during the reign of Maximian, in the year 290, in Caesarea of
Palestine. Firmilian, the Governor of Palestine, put him to death. The names
of his fellow martyrs are: Valens, Paul, Seleucus, Porphyrius, Julian,
Theodulus, and five others from Egypt: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, and
Daniel. Their martyrdom is recorded in Book VIII, ch. 11 of Eusebius'
Ecclesiastical History, called “The Martyrs of Palestine”.
|
16 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Sappho,
Adamantini, Akrivi, Antigoni,
Aphroditi, Areboia, Aspasia, Athena, Chaido, Dione, Dodoni, Elpiniki, Erasmia,
Erato, Ermineia, Euterpe, Harikleia, Kalliroe, Kallisti, Kleio, Kleoniki,
Kleopatra, Koralia, Lampro, Margarita, Marianthi, Melpomene, Moscho, Ourania,
Pandora, Penelope, Polymnia, Polynike, Terpsichore, Thaleia, Theano, Theonoe,
Theonymphi, Theophani, Troada, martelaressen, de 40 Heilige Vrouwen en
de martelaar Ammon (Ammoun), Diaken en hun Leraar
|
De Veertig Heilige Vrouwen waren afkomstig van Heraclea in
Thracie. Ze hadden de diaken Ammon als gids, die hen onderwees in het
Christendom. Ze stierven als martelaren onder de tiran Licinius rond 321-323.
Tien van hen werden verbrand, acht van hen werden doodgeranseld, zes van
hen werden aan stukken gesneden met messen, van tien werd het hart doorboord
met een zwaard en zes stierven door gloeiend ijzer in hun mond gepropt. St.
Ammon werd doodgeranseld. De namen van de 40 Heilige Vrouwen moeten met terughoudendheid
worden beschouwd, daar sommige, oa. Chaido en Lampro, toebehoorden aan
heiligen uit later eeuwen (16e-18e) en niet zonder twijfel vastgesteld is
dat het de heiligen uit de vroege eeuwen betreft.
|
The Forty Holy
Women were natives of Heraclea in Thrace. They had the deacon Ammon for a
guide, who instructed them in Christianity. They died as martyrs under the
tyrant Licinius around 321-323. Ten of them were burnt, eight of them were whipped to death, six of them were cut up
by knifes, ten were pierced in the heart by a sword and six died from having
the heated iron enclosed in their mouth. St. Ammon was whipped to death. The
names of the 40 Holy Women should be considered with reservation, as some of
them, a.o. Chaido and Lampro, belong to saints of later centuries (16th-18th) and are not
testified without doubt to be the saints of the first centuries.
|
01 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
JM
Ý
|
Sarathin,
Galgalat en Malgalat
|
Hebreeuwse namen van de Drie Wijzen Balthasar,
Melchior en Gaspar. Geen erkende Griekse naamdagen voor zover bekend.
>>>zie Balthasar, Melchior en Gaspar
|
Hebrew names of
the Three Magi Balthasar,
Melchior and Gaspar. No accepted Greek namedays as far as known.
>>>see
Balthasar, Melchior and Gaspar.
|
25 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Saturninus,
Euporus, Gelasius, Eunician, Zoticus, Agathopus,
Basilides, Evarestus, Pompius en Theodulus (de 10 Martelaren van Kreta)
|
De heilige martelaren Theodulos, Saturninus, Euporos,
Gelasios, Eunician, Zoticos, Agathopos, Basilidos, Evarestos, en Pompios
kwamen van verschillende plaatsen en steden op het eiland Kreta. Ze stierven
als martelaar onder Decius in 250.
|
The holy martyrs
Theodulos, Saturninus, Euporos, Gelasios, Eunician, Zoticos, Agathopos, Basilidos,
Evarestos, and Pompios belonged to different localities and cities on the
island of Crete. They suffered martyrdom under Decius in 250.
|
23 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Saturninus (of
Sagornius),
Cercyra, Euphrasius,
Faustianus, Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus
(Mammius, Mammonius) en Marsalus (Massalus, Marsalius), Martelaren van Corfu
en Metgezellen van Jason (Iason) en Sosipatrus, Apostelen van de 70
|
Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70
Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason
was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater,
die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea.
Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het
eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de
koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven
dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de
dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius
en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende
pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek
uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze
zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning,
woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde
afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis
platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen,
werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en met pijlen doodschieten. Veel Christenen
vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de
vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en
de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu
tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook
herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).
|
Jason and
Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the daughter
of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During
their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the
island of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of
this, the king of the island threw them into prison. There they converted
seven thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of
the thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus,
Euphrasius and Mamminus. For this the king ordered the seven converted
thieves to be put to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter
of the king, watched from the window how her father was torturing the
apostles. Seeing this, she declared herself a Christian and distributed all
of her jewels to the poor. The king, enraged, put his daughter in a special
prison. When she refused to renounce her Christian faith, the king had the
prison burned, but Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle,
were baptized. Then the king had his daughter tied to a tree and slain by
arrows. Many Christians fled to the nearest island to hide themselves from
the terrible king. When the king pursued them by boat, the boat sank and the
king died. Jason and Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they
died at old age. Jason and
Sosipater are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of
the 70 Apostles/Disciples).
|
Griekse kalender:
Greek calendar:
29 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
Slavische kalender:
Slavic calendar:
28 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
Ý
|
Savvas (Sabbas)
de Gezegende
de God-Dragende Vader
|
Sint Sabbas werd geboren in 439 in Moutalaska, een klein
dorpje in Cappadocië. Hij kwam als kind in het klooster terecht onder de
hoede van Euthymius de Grote. Hij werd de spirituele Vader van vele monniken
en een instructeur voor de kloosters in Palestina. Hij was de door de
Patriarch van Jeruzalem aangewezen leider (archimandriet) van de woestijn-bewoners
van Palestina. Op 94-jarige leeftijd overleed hij in het jaar 533.
|
This Saint was
born in 439 in Moutalaska, a small village of Cappadocia. As a child he
entered the monastic life under the guidence of Euthymius the Great. He
became the spiritual Father of many monks and an instructor for the
monasteries in Palestine. He was appointed leader (archimandrite) of the
desert-dwellers of Palestine by the Patriarch of Jerusalem. At the age of
ninety-four, he reposed in the year 533.
|
05 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FHIJ
K
Ý
|
Savvas (Sabbas) de Goth
(Savvas de Strijder)
|
|
|
24 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
JK
Ý
|
Scelepius (Asclepius)
van Syrië
en Jacobus, de Asceten
|
De heilige Asclepius en Jacobus waren asceten uit Syrië en
leefden tijdens de vijfde eeuw. Sint Asclepius leefde een ascetisch
geïsoleerd leven in zijn dorp. Hij had vele imitators en volgelingen,
waaronder Sint Jacobus, die zich afzonderde in een kleine woning nabij het
dorp Nimuza. Zijn hele leven verliet Sint Jacobus zijn kluizenaarswoning
niet, maar sprak met bezoekers door een kleine opening in de muur, met een
schuine hoek, zodat niemand hem kon zien. Hij stak nooit een vuur of een lamp
aan.
|
Saints Asclepius
and James were ascetics from Syria and lived during the fifth century. Saint
Asclepius led an ascetic isolated life in his native village. He had many
imitators and followers, amongst whom Saint James, who secluded himself in a
small dwelling near the village of Nimuza. His whole life Saint James did not
leave his hermitage, but spoke to visitors through a small aperture in the
wall, cut at a angle so that no one was able to see him. He never kindled a
fire or lit a lamp.
|
27 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
M
Ý
|
Scepi (Skevis)
|
|
|
28 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
CI
Ý
|
Sebastianus
Martelaar
|
|
|
24 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
DFI
Ý
|
Sebastianus
|
|
|
07 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Sebastianus
Martelaar
en zijn Metgezellen, de broers Marcellinus en Markus, hun
vader Tranquillinus, Nicostratus en zijn vrouw Zoe, Tiburtius, Claudius,
Castulus en Castor
|
Sint Sebastianus kwam uit de stad Milaan. Hij was
een lid van de Senaat, en had velen tot het Christelijke geloof bekeerd. Toen
Diocletianus en Maximianus een Vervolging begonnen tegen de Christenen, werd
Sint Sebastianus gearresteerd. Hij werd doorboord met scherpe pijlen, en de
beenderen van zijn lichaam werden verbrijzeld met stokken. Nadat hij in
stukken was gesneden, stierf hij in het jaar 288. Zijn metgezellen, die samen
met hem stierven, waren: Marcellinus en Markus de broers, Tranquillinus hun
vader, Nicostratus en zijn vrouw Zoë, Tiburtius, Claudius, Castulus en
Castor.
|
Saint Sebastian was from the city of Milan. He was a member of the
Senate, and had converted many to the Christian faith. When Diocletian and
Maximian began a Persecution against the Christians, Saint Sebastian was
arrested. He was pierced with sharp arrows, and the bones of his body were
shattered with clubs. When he was being cut into pieces, he died in the year
288. His companions, who died together with him, were: Marcellinus and Mark
the brethren, Tranquillinus their father, Nicostratus and his spouse Zoe,
Tiburtius, Claudius, Castulus, and Castor.
|
18 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DFIJK
Ý
|
Sebastianus de Hertog,
Victor, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios),
metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en
Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola,
Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki),
de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter
Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen
van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana),
“vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor was
called Photinos after his baptism. Photine and her family went to Carthage in
Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken to Rome
during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison. Domnina, the
daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was converted to the
Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her baptism and her
head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist Lampadios, who had
orders to poison the saints, was also concerted and baptized. His name
changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered martyrdom.
Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Sebastianus de Hertog,
Victor, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios),
metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus (voorheen Victor) en
Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse, Anatola,
Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki),
de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s dochter
Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, metgezellen
van Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana),
“vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
>>>zie Sebastianus de Hertog 26 februari
|
>>>see
Sebastianus the Duke february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Selenias (Selinias)
Apollo, Arias, Gorgias, Hyperechias, Ireneios, Leonides,
Marcianus, Nicandrus, Pambonos en Selenias, de 10 Martelaren van Egypte
|
De 10 Martelaren van Egypte:
Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias
(Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus
(Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor),
Pambonos (Pambo) en Selenias (Selinias), werden in Egypte onder Keizer
Maximianus (305-311) gearresteerd en bijna dood gemarteld. Daarna werden ze
in de gevangenis gegooid, waar ze verhongerden.
|
The 10 Martyrs of Egypt: Apollonius (Apollonus,
Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias
(Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus
(Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) and Selenias (Selinias), were arrested in
Egypt under Emperor Maximian (305-311) and almost tortured to death. After that they were thrown in prison,
were they starved to death.
|
05 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
D
Ý
|
Seleucus,
Porphyrius, Julianus, Theodulus, Elias, Jeremias, Esaias,
Samuel, Daniel, Valens en Paulus, Metgezellen van Pamphilus
de Priester
|
Sint Pamphilus streed tijdens het regime van Maximianus in
het jaar 290 in Caesarea in Palestina. Firmilian, de Gouverneur van
Palestina, bracht hem ter dood. De namen van zijn mede-martelaren zijn:
Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, en 5 anderen uit
Egypte: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel. Hun martelaarschap is
geregistreerd in Boek VIII, H. 11 van Eusebius' Ecclesiastische Geschiedenis,
genaamd “De Martelaren van Palestina”.
|
Saint Pamphilus
contested during the reign of Maximian, in the year 290, in Caesarea of
Palestine. Firmilian, the Governor of Palestine, put him to death. The names
of his fellow martyrs are: Valens, Paul, Seleucus, Porphyrius, Julian,
Theodulus, and five others from Egypt: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, and
Daniel. Their martyrdom is recorded in Book VIII, ch. 11 of Eusebius'
Ecclesiastical History, called “The Martyrs of Palestine”.
|
16 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Selinias (Selenias)
Apollo, Arias, Gorgias, Hyperechias, Ireneios, Leonides,
Marcianus, Nicandrus, Pambonos en Selenias, de 10 Martelaren van Egypte
|
De 10 Martelaren van Egypte:
Apollonius (Apollonus, Apollo), Arias (Arius), Gorgias
(Gorgus), Hyperechias (Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus
(Marcian), Nicandrus (Nicander, Nikander, Nikanor),
Pambonos (Pambo) en Selenias (Selinias), werden in Egypte onder Keizer
Maximianus (305-311) gearresteerd en bijna dood gemarteld. Daarna werden ze
in de gevangenis gegooid, waar ze verhongerden.
|
The 10 Martyrs of Egypt: Apollonius (Apollonus,
Apollo), Arias (Arius), Gorgias (Gorgus), Hyperechias
(Hyperechius), Ireneios (Irenius), Leonides, Marcianus (Marcian), Nicandrus
(Nicander, Nikander, Nikanor), Pambonos (Pambo) and Selenias (Selinias), were arrested in
Egypt under Emperor Maximian (305-311) and almost tortured to death. After that they were thrown in prison,
were they starved to death.
|
05 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
D
Ý
|
Seraphim
de Wonderdoener van Sarov
|
|
|
02 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Seraphim de Rechtschapene
|
|
|
06 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
DFHI
Ý
|
Serapion,
Claudius, Diodorus,
Victor, Victorinos, Pappius en Nicephorus, Martelaren
|
Volgens sommigen stierven deze martelaren in Korinthië
onder Decius in 251. Volgens anderen stierven ze in Diospolis in Egypte onder
Numerianus in 284. De armen en benen van Sint Claudius werden afgerukt. De
heiligen Diodorus en Serapion werden levend verbrand. De heiligen Nicephorus,
Victor en Victorinus werden doodgedrukt door een grote kei en Sint Pappias
werd in zee gegooid.
|
According to some
these martyrs died in Corinth under Decius in 251. According to others they
died in Diospolis in Egypt under Numerian in 284. The arms and legs of Saint
Claudius were severed. The Saints Diodore and Serapion were burned alive. The
Saints Nicephorus, Victor and Victorinus were crushed to death by a large
boulder and Saint Pappias was cast into the sea.
|
05 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJ
Ý
|
Sergius
|
|
|
13 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
FHI
Ý
|
Sergius
en Bacchus, Martelaren
|
St. Baccus en St. Sergius waren Romeinen van hoge rang in
dienst van Keizer Maximian. Toen deze hoorde dat zij niet deelnamen aan
heidense festivals, riep hij hen bij zich en zij bekenden hun christelijke
geloof. Hij liet hen in vrouwenkleren door de stad paraderen om hen te laten
bespotten. Daarna werden ze gegeseld, waardoor St. Baccus stierf. St. Sergius
werd naar Resapha in Syria overgebracht. Daar werd hij gefolterd en onthoofd.
Dit gebeurde rond het jaar 296. Zijn tombe in Resapha is een befaamd
pelgrimsoord. Resapha werd later naar hem hernoemd als Sergiopolis.
|
St. Baccus en St.
Sergius were Romans of high rank in the service of the Emperor Maximian. Whem
he heard that they did not take part in the festivals of the idols, he called
them into his presence and they confessed to be christians. He had them
arrayed in women's clothes and paraded through the streets in mockery.
Afterwards they were scourged, from which Saint Bacchus died. Saint Sergius
was taken to Resapha in Syria. There he was tortured and beheaded. This
happened about the year 296. His tomb in Resapha is a very famous shrine,
visited by pilgrims. Resapha was later renamed Sergiopolis in his honour.
|
07 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
CDHJ
K
Ý
|
Sergius,
Patricius, Johannes en anderen,
Martelaren van het Klooster van St.
Savvas
|
|
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sergius,
Adam. Benjamin, Domnus, Elias,
Eusebius, Hypatius, Isaac, Isaiah, Jeremiah, Macarius, Mark, Moses, Paul,
Proclus en Sabbas, Martelaren van Sinai en Raithu
|
De Martelaren die gedood werden in Sinai en Raithu worden
samen vereerd op 14 januari. Het waren twee verschillende groepen heiligen en
ze werden gedood in verschillende periodes en op verschillende locaties. Eén
groep van deze martelaren werd gedood in Sinai rond het jaar 296, tijdens het
regime van Diocletianus. De andere groep martelaren werd gedood in Raithu
rond het midden van de vijfde eeuw. Beide groepen martelaren werden gedood
door de Blemmyes (Blemmyae), een nomadische Nubische stam uit delen
van Arabië en Egypte.
|
The Martyrs slain
at Sinai and Raithu are venerated together on January 14th. They
were two different groups of saints and were killed at different times and at
different locations. One group of these martyrs were killed at Sinai about
the year 296, during the reign of Diocletian. The other group of martyrs were
killed in Raithu about the middle of the fifth century. Both groups of
martyrs were killed by the Blemmyes (Blemmyae), a nomadic Nubian tribe
from parts of Arabia and Egypt.
|
14 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Sergius de
priester,
Basilius (diaken), Chariton (monnik), Comasius (Komassios)
(monnik), Daniel (monnik), Etymasius (Hetoimassios) (monnik of leek) en/of
Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus
(Nikephoros) (priester), Petrus (priester), Socrates (monnik), Theodorus
(bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop), de 15 (or 16) Hieromartelaren van Tiberiopolis
(Tiberioupolis)
|
De Martelaren Basilius (diaken), Chariton (monnik),
Comasius (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (monnik of leek) en/of Eusebius
(monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (priester),
Petrus (priester), Sergius (priester), Socrates (monnik), Theodorus (bisschop), Theodorus (priester), Thomas
(diaken) en Timotheus (bisschop) waren geestelijken uit Nicaea en andere
plaatsen. Toen Keizer Julianus de Apostaat (361-3) alle Christenen wilde
dwingen de afgoden te aanbidden, vluchtten ze naar Thessalonica. Daar vonden
ze geen vrede en ze gingen op weg naar Tiberiopolis (Strumica, ook Cilicia
wordt genoemd). Gedurende korte tijd leidden ze daar een apostolisch leven,
tot de soldaten van de tiran hen inhaalden en hen terug brachten naar
Thessalonica. Toen ze weigerden Christus te verloochenen, werden ze met het
zwaard onthoofd in Tiberiopolis in 361. Verschillende websites noemen 16
martelaren. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de martelaren Etymasius en
Eusebius met elkaar verward worden, of dat één van deze twee namen verkeerd
is. Dit is echter niet zeker. Volgens slechts één website was Etymasius
een leek, Volgens alle andere die ik gevonden heb was hij een presbyter
(priester).
|
The Martyrs Basil (deacon), Chariton (monk),
Comasius (Comassius, Komassios) (monk), Daniel (monk), Etymasius (Etimassius,
Hetoimassios) (monk or layman) and/or Eusebius (Eusebios) (monk), Hierotheus
(Hierotheos) (monk), John (priest), Nicephorus (Nikephoros) (priest), Peter
(priest), Sergius (Sergios) (priest), Socrates (monk), Theodore (Theodor)
(bisshop), Theodore (priest), Thomas (Thom) (deacon) and Timothy (bisshop)
were clergy from Nicaea and other places. When Emperor Julian the Apostate (361-3)
wanted to compel all Christians to turn back to idolatrous worship, they
sought refuge in Thessalonica. They did not find peace there and they made
their way to Tiberiopolis (Strumica, also Cilicia is mentioned). For a short
while they led an apostolic life there, until the tyrant’s soldiers caught up
with them and brought them back to Thessalonica. When they refused to deny
Christ, they were beheaded by the sword in Tiberiopolis in 361. Several
websites mention 16 martyrs. It might be possible that the martyrs Etymasius
and Eusebius are being confused with eachother, or that one of these two
names is wrong. However this is not certain. According to only one website Etymasius was a layman, according to all
others that I found he was a presbyter.
|
28 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Severianus
Martelaar
|
|
|
09 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Severianus,
Zoticus, Zeno, Theoprepes en Akyndinus,
Metgezellen van Agathonicus, de Martelaar
|
Tijdens de vervolging van de Christenen werd St. Zoticus
gevangen genomen in een plaats met de naam Carpe. Zijn discipelen werden
gekruisigd en Zoticus werd naar Nicomedia gebracht, waar ook St. Agathonicus
en de princeps* (leider van de senaat) die door hem bekeerd was, Theoprepius
(Bogoljepa), Acindynus, Severianus, Zeno en vele anderen gevangen en gebonden
waren. Toen ze allen naar Byzantium werden gebracht, stierven de heiligen
Zoticus, Theoprepius en Acindynus onderweg aan hun vele wonden en aan
uitputting. Ze doodden Severianus vlakbij Chalcedon. Agathonicus en de
anderen werden naar Thracië naar Selyvria (Selybria) op de
noordbank van de Bosphorus gebracht, waar ze werden gemarteld en
onthoofd, volgens sommigen tijdens het regime van Maximianius, in
het jaar 298.
* Sommige websites noemen een martelaar met de naam
“Princeps” of een “prins”, wat naar mijn mening beiden foutief is. Zie ook
“Princeps” voor verdere uitleg.
|
During the
persecution of Christians St. Zoticus was captured in a place called Carpe.
His disciples were crucified and Zoticus was brought to Nicomedia where also
were captured and bound St. Agathonicus and the princeps* (leader of the
senate) who was converted by him, Theoprepius (Bogoljepa), Acindynus,
Severianus, Zeno and many others. When they were all taken to Byzantium
Saints Zoticus, Theoprepius and Acindynus died along the way of their many
wounds and exhaustion. They killed Severianus near Chalcedon. Agathonicus and
the others were taken to Thrace to Selyvria (Selybria) on the northern bank of the Bosphorus where they were tortured and beheaded, according to some during the reign of
Maximian, in the year 298.
* Some websites
mention a martyr with the given name “Princeps” or a “prince”, which is both
wrong in my opinion. Also see “Princeps” for further explanation.
|
22 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Severianus,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Sisinnius, Smaragdus,
Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de
40 Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Shamuna (Samonas),
Habib en Gouria, de Confessors, Martelaren
|
Guria en Shamuna (Samonas) kwamen uit de stad Edessa in
Syrië. Zij streden tijdens het regime van Diocletianus, in 288. Nadat zij
vele martelingen hadden verdragen, werden zij in de gevangenis gegooid en
werden later onthoofd. Sint Habib (Abibos), een diaken, werd gemarteld in
de tijd van Keizer Licinius, in het jaar 316, omdat hij de dorpen afreisde om
de Heilige Geschriften voor te lezen aan de gelovigen. Hierom werd Abibos in
een rood-gloeiende oven geworpen en hij stierf als een martelaar. Hij werd
begraven met de Heiligen Guria en Shamuna. De drie heiligen hebben één
gemeenschappelijk feest. Zij worden altijd samen afgebeeld in iconen en door
gelovigen aangeroepen. Vanwege een beroemd wonder dat zij hebben veroorzaakt,
worden zij aangeroepen voor hulp in echtelijke moeilijkheden.
|
Guria and Shamuna
(Samonas) were from the city of Edessa in Syria. They contested during the
reign of Diocletian, in 288. After they had endured many tortures, they were
cast into prison and later beheaded. Saint Habib (Abibos), a deacon, was
martyred in the time of Emperor Licinius, in the year 316, because he was
traveling through the villages reading the Holy Scriptures to the faithful to
confirm them in the faith. For this Abibos was thrown into a red-hot furnace
and died as a martyr. He
was buried with the Saints Guria and Shamuna. The three saints have one
common feast. They are always portrayed together in icons and invoked by the
faithful. On account of a renowned miracle they worked, they are invoked for
help in marital difficulties.
|
15 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Silas,
Silvanus, Crescens, Epaenetus en Andronicus, Apostelen van
de 70
|
Silas, Silvanos, Crescens,
Epenetos en Andronicos waren allen van de Zeventig Discipelen (Eerste eeuw).
Algemeen wordt aangenomen dat de Silas uit Handelingen
dezelfde persoon is als de Silvanos uit Paulus’ brieven. Hij werd met Paulus
en Barnabas naar Antiochië gestuurd. Daarom was hij één van de eminente
personen van de Kerk van Jeruzalem. Later volgde hij Paulus naar vele landen
en werd benoemd tot bisschop van Korinthië, waar hij in vrede stierf.
Sint Silvanus werd Bisschop van Thessalonika, waar hij
veel werkte en veel leed. Ook hij overleed in vrede.
Sint Crescens volgde ook Apostel Paulus en bereikte
Galatië. Hij werd bisschop in Galatië en missionaris in Gaul. Daar stierf hij
als martelaar tijdens het regime van Trajanus.
In de brief aan de Romeinen (Romeinen 16:5) wordt Sint
Epenetos het "eerste fruit van Azië" genoemd (d.w.z.: van Ephesus
en niet van Achaia zoals soms wordt gezegd). Hij werd Bisschop van
Carthage. Na veel kwelllingen door de afgodaanbidders te hebben ondergaan, en
velen van hen te hebben bekeerd, overleed hij.
Sint Andronicos is dezelfde persoon als de Andronicos die
wordt herdacht op 17 mei met Sint Junias. Sint Andronicus was bisschop van
Pannonia. Zij worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos and Andronicos
were all of the Seventy Disciples (First century).
It is commonly believed
that the Silas of the Acts is the same person as the Silvanos of Saint Paul's
epistles. He was sent with Paul and Barnabas to Antioch. Because of that he
was one of the eminent persons of the Church of Jerusalem. Afterwards he
followed Paul into many countries and was appointed as the bishop in Corinth,
where he peacefully died.
Saint Silvan
became Bishop of Thessalonica, where he labored much and suffered much. He also reposed in peace.
Saint Crescens
also followed the Apostle Saint Paul and reached Galatia. He became bishop in
Galatia and a missionary in Gaul. There he died as a martyr during the reign
of Trajan.
In the epistle
to the Romans (Romans 16:5) Saint Epenetos is called the "first-fruits
of Asia" (that is: of Ephesus and not of Achaia as it is sometimes
said). He became Bishop
of Carthage. After enduring many afflictions from the idolators and bringing
many of them to Christ, he reposed.
Saint Andronicos
is the same person as the Andronicos who is commemorated on May 17 with Saint
Junias. Saint Andronicus was bishop of Pannonia. They are also commemorated on the 4th of
january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
30 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Silas
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Silas (metgezel van Paulus) was één
van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter
aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en
assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de
Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun
aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk
groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de
Zeventig”.
|
Silas (companion of Paul)
was one of the 70
Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve
and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the
Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various
lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy
Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were
all referred to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Silvanus,
Crescens, Epaenetus, Andronicus en Silas,
Apostelen van de 70
|
Silas, Silvanos, Crescens,
Epenetos en Andronicos waren allen van de Zeventig Discipelen (Eerste eeuw).
Algemeen wordt aangenomen dat de Silas uit Handelingen
dezelfde persoon is als de Silvanos uit Paulus’ brieven. Hij werd met Paulus
en Barnabas naar Antiochië gestuurd. Daarom was hij één van de eminente
personen van de Kerk van Jeruzalem. Later volgde hij Paulus naar vele landen
en werd benoemd tot bisschop van Korinthië, waar hij in vrede stierf.
Sint Silvanus werd Bisschop van Thessalonika, waar hij
veel werkte en veel leed. Ook hij overleed in vrede.
Sint Crescens volgde ook Apostel Paulus en bereikte
Galatië. Hij werd bisschop in Galatië en missionaris in Gaul. Daar stierf hij
als martelaar tijdens het regime van Trajanus.
In de brief aan de Romeinen (Romeinen 16:5) wordt Sint
Epenetos het "eerste fruit van Azië" genoemd (d.w.z.: van Ephesus
en niet van Achaia zoals soms wordt gezegd). Hij werd Bisschop van
Carthage. Na veel kwelllingen door de afgodaanbidders te hebben ondergaan, en
velen van hen te hebben bekeerd, overleed hij.
Sint Andronicos is dezelfde persoon als de Andronicos die
wordt herdacht op 17 mei met Sint Junias. Sint Andronicus was bisschop van
Pannonia. Zij worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
Silas, Silvanos, Crescens, Epenetos and Andronicos
were all of the Seventy Disciples (First century).
It is commonly
believed that the Silas of the Acts is the same person as the Silvanos of
Saint Paul's epistles. He was sent with Paul and Barnabas to Antioch. Because
of that he was one of the eminent persons of the Church of Jerusalem.
Afterwards he followed Paul into many countries and was appointed as the
bishop in Corinth, where he peacefully died.
Saint Silvan
became Bishop of Thessalonica, where he labored much and suffered much. He also reposed in peace.
Saint Crescens
also followed the Apostle Saint Paul and reached Galatia. He became bishop in
Galatia and a missionary in Gaul. There he died as a martyr during the reign
of Trajan.
In the epistle
to the Romans (Romans 16:5) Saint Epenetos is called the "first-fruits
of Asia" (that is: of Ephesus and not of Achaia as it is sometimes said).
He became Bishop of
Carthage. After enduring many afflictions from the idolators and bringing
many of them to Christ, he reposed.
Saint Andronicos
is the same person as the Andronicos who is commemorated on May 17 with Saint
Junias. Saint Andronicus was bishop of Pannonia. They are also commemorated on the 4th of
january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
30 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Silvanus
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Silvanus (Sylvanus) was één
van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter
aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en
assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de
Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun
aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter
dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Silvanus
(Sylvanus) was one of the 70
Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve
and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and assisted the
Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various
lands. With the passage of time others were added to their number by the Holy
Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were
all referred to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Simeon Niger
Bisschop van Jeruzalem
Hiero-Martelaar
|
Sint Simeon was een eerste neef
van Jezus Christus. Hij was de zoon van Clopas (of Cleopas, ook genoemd
Alphaeus), de broer van Jozef de Toegezegde. Sint Simeon werd de tweede
Bisschop van Jeruzalem. Hij werd gekruisigd tijdens het regime van Trajanus,
in het jaar 107, op de leeftijd van 120. Volgens sommigen was dit de Simeon,
die was bijgenaamd “Niger”. Echter tijdens het onderzoeken hiervan, bleek,
dat Simeon Niger soms wordt geïdentificeerd met anderen met de naam Simeon.
Dus ik denk, dat dit niet helemaal zeker is.
Simeon wordt ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
Saint Simeon was
a first cousin of Jesus Christ. He was the son of Clopas (or Cleopas, also
called Alphaeus), the brother of Joseph the Betrothed. Saint Simeon became
the second Bishop of Jerusalem. He was crucified during the reign of Trajan,
in the year 107, at the age of 120. According to some, this was the Simeon,
who was nicknamed “Niger”. However, while researching this, I found that
Simeon Niger is sometimes identified with others named Simeon. So I guess
this is not completely sure.
Simeon is also
commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
27 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJ
Ý
|
Simeon Niger
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Simeon Niger was één van de 70
Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op
de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden
de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van
Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal
toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter
dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Simeon Niger was one of the 70 Disciples and Apostles
of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto
the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve
Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the
passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and
their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred
to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Simeon
zoon van Cleopas
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Simeon (Symeon) de zoon van Cleopas, was één
van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter
aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en
assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de
Gospel van Christus preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun
aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk
groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de
Zeventig”.
|
Simeon (Symeon)
the son of Cleopas, was one of the
70 Disciples and Apostles of Christ were chosen by Him in addition to the
Twelve and sent forth unto the work of preaching. They accompanied and
assisted the Holy Twelve Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in
various lands. With the passage of time others were added to their number by
the Holy Apostles and their number eventually exceeded seventy. Nonetheless
they were all referred to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Simeon
“Dwaas voor Christus”
en Johannes
|
Johannes en Simeon (“Dwaas voor Christus”) kwamen uit de
stad Edessa in Mesopotamië. Ze leefden tijdens het regime van Justinus de
Jongere (565-578). Na een pelgrimage naar Jeruzalem werden ze monniken in een
klooster. Al snel verruilden ze het klooster voor de wildernis nabij de Dode
Zee. Ze leefden samen in stilte en gebed gedurende meer dan 30 jaar. Toen
vertrok Symeon naar Emesa in Syrië. Daar bracht hij de rest van zijn leven
door, de dwaas uithangend, tot zijn dood in 570. Johannes, die in de
wildernis was gebleven, overleed kort daarna.
|
John and Simeon
(“Fool for Christ”) were from the city of Edessa in Mesopotamia. They lived
during the reign of Justin the Younger (565-578). After a pilgrimage to
Jerusalem they became monks in a monastery. Soon they changed the monastery
for the wilderness near the Dead Sea. They lived together in silence and
prayer for more than thirty years. Then Symeon departed for Emesa in Syria.
There he passed the rest of his life playing the fool, until his death in
570. John, who had remained in the wilderness, died soon after.
|
21 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Simeon de
God-Ontvanger
en Anna de Profetes
|
De Oudere Symeon en Profetes Anna, dochter van Phanuel, waren de
eersten in Jeruzalem om Christus te ontvangen als de Messiah na de
presentatie in de Tempel.
|
The Elder Symeon and Prophetess Anna,
daughter of Phanuel, were the first in Jerusalem to receive
Christ as the Messiah after the presentation in the Temple.
|
03 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
ADJK
Ý
|
Simeon de Nieuwe Theoloog
|
Sint Simeon werd een monnik van het Studiet Klooster als
jonge man, onder de hoede van Simeon de Vrome. Later ging hij naar het
Klooster van Sint Mamas in Constantinopel, waarvan hij abt werd. Na vele
processen en kwellingen overleed hij op 12 maart in het jaar 1022. Hij wordt
door de kerk “de Nieuwe Theoloog” genoemd. Alleen 2 anderen, Johannes de
Evangelist en Gregorius, Patriarch van Constantinopel, hebben van de kerk de
naam “Theoloog” gekregen. Sint Simeon overleed op 12 maart, maar aangezien
dit altijd valt in de Grote Vastentijd, wordt deze dag op 12 october gevierd.
|
Saint Simeon
became a monk of the Studite Monastery as a young man, under the guidance of
Simeon the Pious. Later he went to the Monastery of Saint Mamas in
Constantinople, of which he became abbot. After enduring many trials and
afflictions, he reposed in the year 1022. The church calls him "the New
Theologian". Only to two others, John the Evangelist and Gregory,
Patriarch of Constantinople, has the church given the name "Theologian".
Saint Symeon reposed on March 12, but since this always falls in the Great
Fast, his feast is kept on October 12.
|
12 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
K
Ý
|
Simeon de Nieuwe Theoloog
|
Sint Simeon werd een monnik van het Studiet Klooster als
jonge man, onder de hoede van Simeon de Vrome. Later ging hij naar het
Klooster van Sint Mamas in Constantinopel, waarvan hij abt werd. Na vele
processen en kwellingen overleed hij op 12 maart in het jaar 1022. Hij wordt
door de kerk “de Nieuwe Theoloog” genoemd. Alleen 2 anderen, Johannes de
Evangelist en Gregorius, Patriarch van Constantinopel, hebben van de kerk de
naam “Theoloog” gekregen. Sint Simeon overleed op 12 maart, maar aangezien
dit altijd valt in de Grote Vastentijd, wordt deze dag op 12 october gevierd.
|
Saint Simeon
became a monk of the Studite Monastery as a young man, under the guidance of
Simeon the Pious. Later he went to the Monastery of Saint Mamas in
Constantinople, of which he became abbot. After enduring many trials and
afflictions, he reposed in the year 1022. The church calls him "the New
Theologian". Only to two others, John the Evangelist and Gregory,
Patriarch of Constantinople, has the church given the name
"Theologian". Saint Symeon reposed on March 12, but since this
always falls in the Great Fast, his feast is kept on October 12.
|
12 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Simeon (Petrus)
Andreas, Bartholomeus, Jacob (zoon van Alphaeus), Jacob
(zoon van Zebedee), Johannes de Theoloog en Evangelist, Judas Lebbaeus
(Thaddaeus), Mattheus de Evangelist (Levi), Matthias, Philippus, Simon de
Canaaniet (“de Zeloot”) en Thomas.
Synaxis van de 12 Apostelen
Sunaksi ton 12 Apostolon
|
De namen van de Twaalf Apostelen waren: Simon, die Petrus
genoemd werd, en zijn broer Andreas, de Eerst-Geroepene, Jacob, de zoon van
Zebedee, en zijn broer Johannes de Theoloog en Evangelist, Philippus,
Bartholomeus, Thomas, Mattheus de Evangelist, die ook Levi genoemd werd,
Jacob, de zoon van Alphaeus, Judas Lebbaeus, ook Thaddaeus genoemd, de broer
van Jacob, de broer van Christus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en
Matthias, die gekozen werd om de plaats in te nemen van Judas de verrader.
|
The names of the
Twelve Apostles were: Simon, who was called Peter, and his brother Andrew,
the First-called; James the son of Zebedee, and his brother John, who was
also the Evangelist and Theologian; Philip, and Bartholomew, Thomas, and
Matthew the publican, who was also called Levi and was an Evangelist, James
the son of Alphaeus, and Jude Lebbaeus, also called Thaddaeus, the brother of
James, the Brother of Christ; Simon the Cananite ("the Zealot"),
and Matthias, who was elected to fill the place of Judas the traitor.
|
30 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
ADFG
HIJK
Ý
|
Simeon de Zeloot of
Cananiet
Apostel
|
Sint Simeon was een van de 12 Apostelen. Hij werd door
Mattheus Simon de Cananiet genoemd, maar door Lukas Simon de Zeloot. Het
woord “Cananiet” zou afkomstig zijn van kana, in het Palestijnse
dialect van het Aramees met de betekenis “ijveraar”(zeloot) of “ijverig”.
Volgens sommigen wordt hij Cananiet genoemd omdat afkomstig was van Cana
(volgens anderen van het Land van Canaan). Volgens latere bronnen was hij de
bruidegom in Cana in Galilee, waar Jezus water in wijn veranderde.
|
Saint Simeon was
one of the Twelve Apostles. He was called Simon the Cananite by Matthew, but
Simon the Zealot by Luke. The word "Cananite" is believed to be
derived from kana, in the Palestinian dialect of Aramaic meaning
"zealot" or 'zealous". According to some, he is called
Cananite because he was from Cana (according to others, from the Land of
Canaan). According to later accounts, he was the bridegroom at the wedding in
Cana of Galilee, where Jesus changed the water into wine.
|
10 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
BDFH
IJK
Ý
|
Simeon de Zeloot of Cananiet,
Andreas, Bartholomeus, Jacob (zoon van Alphaeus), Jacob
(zoon van Zebedee), Johannes de Theoloog en Evangelist, Judas Lebbaeus
(Thaddaeus), Mattheus de Evangelist (Levi), Matthias, Philippus, Simon
(Petrus) en Thomas.
Synaxis van de 12 Apostelen
Sunaksi ton 12 Apostolon
|
De namen van de Twaalf Apostelen waren: Simon, die Petrus
genoemd werd, en zijn broer Andreas, de Eerst-Geroepene, Jacob, de zoon van
Zebedee, en zijn broer Johannes de Theoloog en Evangelist, Philippus,
Bartholomeus, Thomas, Mattheus de Evangelist, die ook Levi genoemd werd,
Jacob, de zoon van Alphaeus, Judas Lebbaeus, ook Thaddaeus genoemd, de broer
van Jacob, de broer van Christus, Simon de Canaaniet (“de Zeloot”) en
Matthias, die gekozen werd om de plaats in te nemen van Judas de verrader.
|
The names of the
Twelve Apostles were: Simon, who was called Peter, and his brother Andrew,
the First-called; James the son of Zebedee, and his brother John, who was
also the Evangelist and Theologian; Philip, and Bartholomew, Thomas, and
Matthew the publican, who was also called Levi and was an Evangelist, James
the son of Alphaeus, and Jude Lebbaeus, also called Thaddaeus, the brother of
James, the Brother of Christ; Simon the Cananite ("the Zealot"),
and Matthias, who was elected to fill the place of Judas the traitor.
|
30 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
ADFG
HIJK
Ý
|
Simeon Stylites
de “Nieuwe Styliet”
van de Wonderlijke Berg
|
Sint Simeon, de "Nieuwe Styliet" werd geboren in
Antiochië. Hij was de zoon van Johannes van Edessa en Martha van Antiochië.
Vanaf zijn kindertijd stond hij onder speciale bescherming van Sint Johannes
de Doper. Hij leefde een extreem soort ascetisch leven, en werd als jonge man
monnik. Na een tijdje in het klooster te hebben geleefd, besteeg hij een
pilaar. Daar bleef hij 18 jaar. Daarna kwam hij naar de Wonderlijke Berg,
waar hij in een droge en rotsachtige plaats woonde. Na 10 jaar vertrok hij
naar een andere pilaar, waar hij 45 jaar leefde onder moeilijke
omstandigheden. Op deze pilaarverrichtte hij vele wonderen. Hij overleed in
het jaar 595, op de leeftijd van 85. Hij had 79 jaar in asceticisme
doorgebracht.
|
Saint Simeon, the
"New Stylite", was born in Antioch. He was the son of John from
Edessa, and Martha from Antioch. From his childhood he was under the special
guidance of Saint John the Baptist. He lived an extremely ascetical way of
life, and became a monk as a young man. After living in the monastery for a
while, he ascended upon a pillar. There he stayed for eighteen years. After
that he came to the Wondrous Mountain, where he lived in a dry and rocky
place. After ten years he moved to another pillar, where he lived in great
hardship for forty-five years. On this pillar he worked many miracles. He
reposed in the year 595, at the age of eighty-five years. He had passed
seventy-nine years in asceticism.
|
24 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Simeon Stylites
de “Nieuwe Styliet”
van de Wonderlijke Berg
|
|
|
01 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
BFHI
JK
Ý
|
Simeon Barsabae van Perzië,
Aartsbisschop van Seleucia,
en zijn Metgezellen Abdaiklas
(Abdechalas, Habdelai) en Ananias, Khusdazades (Usphazanes, Usthazanes) de
Eunuch, Phusikos (Pusei), diens dochter Askritea, Azates, Pherbutha (Tarbula), de zus van Simeon, en ca
1.250 anderen, waaronder 100 bisschoppen, priesters en diakenen, Martelaars
|
Sint Simeon was Aartsbisschop van Seleucia-Ctesiphon in
Perzië, tijdens het regime van Koning Sapor. Hij stierf als martelaar op
Goede Vrijdag in het jaar 341 of 344, vergezeld door zijn twee presbyters
Abdaiklas en Ananius, de keizer’s eunuch Ustazan, de keizerlijke hofbediende
Phusikos en diens dochter Askritea en nog 1.000 andere martelaren. In de
dagen darana werden nog eens 100 of 150 martelaren afgeslacht, waaronder
Azates de Eunuch, een naaste medewerker van de keizer, en Pherbutha (Tarbula), de zus
van Simeon. De meeste martelaren werden onthoofd, sommigen doormidden
gezaagd.
|
Saint Simeon was Archbishop of
Seleucia-Ctesiphon in Persia, in the time of King Sapor. He suffered
martyrdom on Great Friday in the year 341 or 344, accompanied by his two
presbyters Abdaiklas and Ananius, the emperor’s eunuch Ustazan, the emperor's
court clerk Phusikos and his daughter Askritea and another 1.000 martyrs. In
the days after another 100 or 150 more martyrs were slained, amongst others
Azates the Eunuch, a close official to the emperor, and Pherbutha (Tarbula), the sister of Simeon. Most of the
martyrs were beheaded, some sawn in half.
|
17 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJK
Ý
|
Sisinnius,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Smaragdus,
Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de
40 Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Sisoes de Grote
|
Sint Sisoes de Grote leefde in de 4e eeuw in Skete in Nitria.
Na de dood van Sint Anthonius de Grote vertrok hij naar diens grot om daar te
leven. Hij zei hierover: “in de grot van een leeuw maakt een vos zijn huis”.
Toen hij stervende was en de Vaders bij hem waren, begon zijn gezicht te
schijnen en hij zei: “Vader Anthonius is gekomen”. Toen: “het koor van de
Profeten is gekomen” en””het koor van de Apostelen is gekomen”. Uiteindelijk
werd zijn gezicht schitterend als de zon en hij zei: “de Heer is gekomen en
Hij zegt: ‘Breng Mij het vaartuig van de woestijn’”. Toen hij daarop overleed
was er een flits van licht en in de grot hing een zoete geur.
|
Saint Sisoes the
Great lived in the fourth century in Scete of Nitria. After the death of
Saint Anthony the Great, he went to live in Saint Anthony's cave. He said
about this, "in the cave of a lion, a fox makes his dwelling". When
he was dying, and the Fathers were with him, his face began to shine, and he
said, "Abba Anthony has come". Then, "the choir of the
Prophets has come", and, "the choir of the Apostles has come".
Finally his face shone like the sun, and he said, "the Lord has come,
and He says, 'Bring Me the vessel of the desert'". When he died then,
there was a flash of lightning, and the cave was filled with a sweet
fragrance.
|
06 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Skevis (Scepi)
|
|
|
28 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
CF
Ý
|
Smaragdus,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius,
Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de
40 Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wacht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Socatres
|
|
|
21 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Socatres
|
|
|
27 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
H
Ý
|
Socrates,
Alexander, Anaxandros (Anaxarchos), Anaximenes,
Aristeides, Chronis (Chronios), Dimaratos, Demokles, Dimosthenes, Dionysios,
Elias, Epameinondas, Esaias, Eteokles, Hephaistion, Herakles, Homeros,
Isokrates, Lucas, Miltiades, Mnesarchos, Parmenion, Pelopidas, Perikles,
Philopimen, Phokion, Pindaros, Polybios, Polynikes, Prometheus, Sophokles,
Themistokles, Theodorus, Theophrastos, Theseus, Thomas, Timotheos, Titos,
Xenophon en Zenon, de 40 Martelaren van Afrika
|
Deze martelaren stierven in de priode 249-251
in Afrika. Er is weinig bekend over deze Heiligen. Ze worden alleen
beschreven in de “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Klein Gebedenboek of
Heiligenboek”, publicatie van “Apostolikís Diakonías” (Apostolisch Diakonaat)
in 1959, zonder verdere informatie. Nergens anders wordt hun herdenking
vermeld. Mogelijk waren zij metgezellen van de Heiligen Terentius, Afrikanus,
Maximus en Pompius, die ook op dezelfde dag worden herdacht (>>>zie
Terentius 10 april).
|
These martyrs
died in de period 249-251 in
Africa. Little is known about these Saints. They are described only in the
“Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Small Prayerbook or Saintsbook”,
publication of “Apostolikís Diakonías” (Apostolic Deaconate) in 1959, with no
further information. Nowhere else their commemoration is reported. Possibly
they were companions of the Saints Terentius, Afrikanus, Maximus and Pompius,
who are also commemorated on the same day (>>>see Terentius april
10).
|
10 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
Ý
|
Socrates de monnik,
Basilius (diaken), Chariton
(monnik), Comasius (Komassios) (monnik), Daniel (monnik), Etymasius
(Hetoimassios) (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik),
Johannes (priester), Nicephorus (Nikephoros) (priester), Petrus (priester),
Sergius (priester), Theodorus (bisschop), Theodorus (priester), Thomas
(diaken) en Timotheus (bisschop), de 15 (or 16)
Hieromartelaren van Tiberiopolis (Tiberioupolis)
|
De Martelaren Basilius
(diaken), Chariton (monnik), Comasius (monnik), Daniel (monnik), Etymasius
(monnik of leek) en/of Eusebius (monnik), Hierotheus (monnik), Johannes
(priester), Nicephorus (priester), Petrus (priester), Sergius (priester),
Socrates (monnik), Theodorus
(bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus
(bisschop) waren geestelijken uit Nicaea en andere plaatsen. Toen
Keizer Julianus de Apostaat (361-3) alle Christenen wilde dwingen de afgoden
te aanbidden, vluchtten ze naar Thessalonica. Daar vonden ze geen vrede en ze
gingen op weg naar Tiberiopolis (Strumica, ook Cilicia wordt genoemd).
Gedurende korte tijd leidden ze daar een apostolisch leven, tot de soldaten
van de tiran hen inhaalden en hen terug brachten naar Thessalonica. Toen ze
weigerden Christus te verloochenen, werden ze met het zwaard onthoofd in
Tiberiopolis in 361. Verschillende websites noemen 16 martelaren. Het zou
mogelijk kunnen zijn dat de martelaren Etymasius en Eusebius met elkaar
verward worden, of dat één van deze twee namen verkeerd is. Dit is echter
niet zeker. Volgens slechts één website was Etymasius een leek, Volgens
alle andere die ik gevonden heb was hij een presbyter (priester).
|
The Martyrs Basil (deacon), Chariton (monk),
Comasius (Comassius, Komassios) (monk), Daniel (monk), Etymasius (Etimassius,
Hetoimassios) (monk or layman) and/or Eusebius (Eusebios) (monk), Hierotheus
(Hierotheos) (monk), John (priest), Nicephorus (Nikephoros) (priest), Peter
(priest), Sergius (Sergios) (priest), Socrates (monk), Theodore (Theodor)
(bisshop), Theodore (priest), Thomas (Thom) (deacon) and Timothy (bisshop)
were clergy from Nicaea and other places. When Emperor Julian the Apostate (361-3)
wanted to compel all Christians to turn back to idolatrous worship, they
sought refuge in Thessalonica. They did not find peace there and they made
their way to Tiberiopolis (Strumica, also Cilicia is mentioned). For a short
while they led an apostolic life there, until the tyrant’s soldiers caught up
with them and brought them back to Thessalonica. When they refused to deny
Christ, they were beheaded by the sword in Tiberiopolis in 361. Several
websites mention 16 martyrs. It might be possible that the martyrs Etymasius
and Eusebius are being confused with eachother, or that one of these two
names is wrong. However this is not certain. According to only one website Etymasius was a layman, according to all
others that I found he was a presbyter.
|
28 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Solochonus
en Ananias, Aartsbisschoppen van Ephesus
|
De heiligen Ananias en Solochonus waren Aartsbisschoppen
van Ephesus. Geen verdere informatie gevonden. Volgens sommige lijsten wordt
Sint Onesimus, die ook Aartsbisschop van Ephesus was, op dezelfde dag
herdacht. Het is echter niet zeker of hij de slaaf Onesimus was die door
Paulus teruggestuurd was naar Philemon, zoals sommige martyrologiën
suggereren, maar het is niet onmogelijk dat hij het was. Omdat de Apostel
Onesimus (de voormalige slaaf) op een andere dag herdacht wordt, ben ik niet
zeker van de datim 1 december, hoewel vermeld op verschillende websites
(>>>zie Onesimus 1 december).
|
Saints Ananias
and Solochon were Archbishops of Ephesus. No further information could be
found. According to some lists in Greece Saint Onesimus, who also was
Archbishop of Ephesus, is commemorated on the same day. However it is not
sure that he was the slave Onesimus whom Paul had sent back to Philemon, as
some martyrologies suggest, but it is not impossible that he was. Because the
Apostle Onesimus (the former slave) is commemorated on another day, I am not
sure of the date 1st of december, though mentioned on several websites
(>>>see Onesimus 1st of december).
|
01 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Solomone (Salome)
en haar Kinderen Abim, Anthonius, Guria, Eleazar,
Eusebona, Achim en Marcellus (de Heilige Maccabees) en hun leraar
Eleazar
|
De Heilige Maccabees, Abim, Anthonius, Guria, Eleazar,
Eusebona, Achim, en Marcellus, waren Joden en navolgers van de Wetten van de
Vaderen, tijdens het regime van Antiochus Epiphanes
("Illustrious"), de Koning van Syria, die een vijand was van de
Joden. Deze jeugdigen werden verschrikkelijk gemarteld, maar ze doostonden
alles. Ze eindigden hun leven in kwellingen, hun leven overgevend aan de
Goddelijke Wet. De eerste die stierf was hun leraar Eleazar, daarna alle
broeders in volgorde van hun leeftijd. Hun moeder Solomone was aanwezig bij
de triomf van haar kinderen over de tiran, hen sterkend in hun geloof, en hun
lijden verdragend. Nadat haar laatste
en jongste zoon als een martelaar gestorven was, en zij op het punt stond te
worden gegrepen om ter dood gebracht te worden, gooide ze zichzelf in het
vuur, in het jaar 168 voor Christus.
|
The Holy
Maccabees, Abim, Anthony, Guria, Eleazar, Eusebona, Achim, and Marcellus,
were Jews and keepers of the Laws of the Fathers, living during the reign of
Antiochus Epiphanes ("Illustrious"), the King of Syria, who was an
enemy of the Jews. These youths were unspeakably tortured, but they endured
everything. They ended their lives in torments, surrendering their life for
the sake of the observance of the divine Law. The first to die was their
teacher Eleazar, then all the brethren in the order of their age. Their
mother Solomone, was present at her children's triumph over the tyrant, strengthening
them in their struggle for the sake of their Faith, and enduring their
sufferings. After her last and
youngest son died as a martyr, and she was about to be seized to be put to
death, she cast herself into the fire, in the year 168 before Christ.
|
01 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Solomone (Salome)
de Mirre-Draagster
Moeder van de Apostelen
Jacobus en Johannes de Theoloog,
Vrouw van Zebedee
|
Salome wordt ook herdacht op de Zondag van de
Mirre-dragende Vrouwen (2e Zondag na Pasen).
|
Salome is also
commemorated on the Sunday of the Myrrh-bearing Women (2nd Sunday
after Pascha).
|
03 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
Ý
|
Solomone (Salome),
Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),
Maria Magdalena, de Maagd
Maria (de Theotokos), Joanna, Maria de vrouw van Cleopas (of Alphaeus),
Susanna, Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers
Ton Myrophoron (Myrophoron)
Kyriaki Ton Myrophoron
Zondag van de
Mirre-dragende Vrouwen
Sunday
of the Myrrh-Bearing Women
|
De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar
het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de
lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als
de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de
Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas
(of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4
Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt
op de 2e Zondag na Pasen.
|
The Myrrh-Bearers
had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to
the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women
who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene
(July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen),
Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of
Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The
Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.
|
11 MEI - ΜΑΙΟΣ
2008
03 MEI - ΜΑΙΟΣ
2009
18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010
08 MEI - ΜΑΙΟΣ
2011
29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012
19 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2013
04 MEI - ΜΑΙΟΣ
2014
26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015
15 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2016
30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017
|
Ý
|
Sophia (Wijsheid/Wisdom)
en haar Dochters Pistis (Vertrouwen/Faith), Elpis
(Hoop/Hope) en Agape (Liefde/Love)
|
|
|
17 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
ADFG
HIJK
Ý
|
Sophokles,
Alexander, Anaxandros (Anaxarchos), Anaximenes, Aristeides,
Chronis (Chronios), Dimaratos, Demokles, Dimosthenes, Dionysios, Elias,
Epameinondas, Esaias, Eteokles, Hephaistion, Herakles, Homeros, Isokrates,
Lucas, Miltiades, Mnesarchos, Parmenion, Pelopidas, Perikles, Philopimen,
Phokion, Pindaros, Polybios, Polynikes, Prometheus, Sokrates, Themistokles,
Theodorus, Theophrastos, Theseus, Thomas, Timotheos, Titos, Xenophon en
Zenon, de 40 Martelaren van Afrika
|
Deze martelaren stierven in de priode 249-251
in Afrika. Er is weinig bekend over deze Heiligen. Ze worden alleen
beschreven in de “Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Klein Gebedenboek of
Heiligenboek”, publicatie van “Apostolikís Diakonías” (Apostolisch Diakonaat)
in 1959, zonder verdere informatie. Nergens anders wordt hun herdenking
vermeld. Mogelijk waren zij metgezellen van de Heiligen Terentius, Afrikanus,
Maximus en Pompius, die ook op dezelfde dag worden herdacht (>>>zie
Terentius 10 aprill.
|
These martyrs
died in de period 249-251 in
Africa. Little is known about these Saints. They are described only in the
“Mikrón Euchológion i Agiasmatárion” (Small Prayerbook or Saintsbook”,
publication of “Apostolikís Diakonías” (Apostolic Deaconate) in 1959, with no
further information. Nowhere else their commemoration is reported. Possibly
they were companions of the Saints Terentius, Afrikanus, Maximus and Pompius,
who are also commemorated on the same day (>>>see Terentius april
10).
|
10 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
Ý
|
Sophonias (Zephania)
de Profeet
|
De Profeet Zephania is negende in rang onder de kleine
Profeten. Hij was de zoon van Chusi (Cushi), van de stam van Levi. Volgens
sommigen was hij de achterkleinzoon van Koning Hezekias. Hij profeteerde in
de tijd van Josias, die regeerde in de jaren 641-610 v.Chr.
|
The Prophet
Zephania is ninth in order among the minor Prophets. He was the son of Chusi
(Cushi), from the tribe of Levi. According to some, he was the great-grandson
of King Hezekias. He prophesied in the years of Josias, who reigned in the
years 641-610 BC.
|
03 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sophronius de Wijze
Patriarch van Jeruzalem
|
Sint Sophronius de Wijze werd geboren in de provincie
Damascus, (algemeen Siam genaamd), in een plaats in Phoenicië genaamd
Livanostephanou in het jaar 600. Hij ging naar het klooster van Sint
Theodosios de Coenobiarch. Daarna ging hij naar Egypte, waar hij een man met
de naam Johannes Moschus vond. Hij bleef bij hem en ze werden erg close met
elkaar. Toen hij daar was, leed hij aan staar. Dit werd genezen door de
Heiligen Cyrus en Johnnes de Zilverlozen. Als loon vroegen zij hem om de
wonderen, die zij verrichtten, op te schrijven. Later werd hij bisschop van
Jeruzalem.
|
Saint Sophronius
the Wise was born in the province of Damascus, commonly called Siam, at a
place of Phoenicia called Livanostephanou in the year 600. He went to the
monastery of Saint Theodosios the Coenobiarch. After that he went to Egypt,
where he found a man called John Moschus. He stayed with him and they became
close to each other. While he was there, he suffered from cataract. This was
cured by the Saints Cyrus and John the Anargyri. As their wages, they asked
him to write down the miracles they performed. Later he became bishop of
Jerusalem.
|
11 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sosipatrus
en Jason (Iason), Apostelen van de 70,
en hun Metgezellen Cercyra, Euphrasius, Faustianus,
Jakishol (Jakischolus of Inischolus), Januarius, Mamminus (Mammius,
Mammonius), Marsalus (Massalus, Marsalius) en Sagornius (of Saturninus),
Martelaren van Corfu
|
Jason en Sosipater, Discipelen van Paulus, waren van de 70
Apostelen. Cercyra was de dochter van de koning van het eiland Corfu. Jason
was geboren in Tarsus in Cilicië en werd daar Bisschop. Sosipater,
die Bisschop van Iconium werd, was geboren in Patras in Achaea.
Tijdens hun reizen, de Gospel prekend, kwamen Jason en Sosipater aan op het
eiland Corfu. Daar bouwden ze een kerk en bekeerden heidenen. Hierom liet de
koning van het eiland hen in de gevangenis werpen. Daar bekeerden ze zeven
dieven, die ook gevangen zaten, tot het Christelijke geloof. De namen van de
dieven waren: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus, Euphrasius
en Mamminus. Hierom beval de koning, dat de zeven bekeerde dieven in kokende
pek moesten worden gedood. De maagd Cercyra, de dochter van de koning, bekeek
uit haar raam hoe haar vader de apostelen martelde. Dit ziend, verklaarde ze
zichzelf een Christen en verdeelde al haar juwelen onder de armen. De koning,
woedend, zette zijn dochter in een speciale gevangenis. Toen ze weigerde
afstand te doen van haar Christelijke geloof, liet de koning de gevangenis
platbranden, maar Cercyra bleef in leven. Veel mensen die dit wonder zagen,
werden gedoopt. Toen liet de koning zijn dochter aan een boom binden en met pijlen doodschieten. Veel Christenen
vluchtten naar het dichtsbijzijnde eiland om zich te verstoppen voor de
vreselijke koning. Toen de koning hen per boot achtervolgde, zond de boot en
de koning stierf. Jason en Sosipater preekten vrijelijk de Gospel in Corfu
tot ze op hoge leeftijd stierven. Jason en Sosipater worden ook
herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen). Sosipater
wordt ook herdacht op 10 november.
|
Jason and
Sosipater, Disciples of Paul, were of the Seventy Apostles. Cercyra was the
daughter of the king from the island of Corfu. Jason was born in Tarsus in Cilicia and became Bishop there. Sosipater, who became Bishop of Iconium, was born in Patras in Achaea. During
their travels, preaching the Gospel, Jason and Sosipater arrived on the
island of Corfu. There they built a church and converted heathens. Because of
this, the king of the island threw them into prison. There they converted
seven thieves, who were als imprisoned, to the Christian faith. The names of
the thieves were: Sagornius, Jakishol, Faustian, Januarius, Marsalus,
Euphrasius and Mamminus. For this the king ordered the seven converted
thieves to be put to death in boiling pitch. The virgin Cercyra, the daughter
of the king, watched from the window how her father was torturing the
apostles. Seeing this, she declared herself a Christian and distributed all
of her jewels to the poor. The king, enraged, put his daughter in a special
prison. When she refused to renounce her Christian faith, the king had the
prison burned, but Cercyra remained alive. Many people who saw this miracle,
were baptized. Then the king had his daughter tied to a tree and slain by
arrows. Many Christians fled to the nearest island to hide themselves from
the terrible king. When the king pursued them by boat, the boat sank and the
king died. Jason and Sosipater freely preached the Gospel in Corfu until they
died at old age. Jason and
Sosipater are also commemorated on the 4th of january (Synaxis of
the 70 Apostles/Disciples). Sosipater is also commemorated on november 10.
|
Griekse kalender:
Greek calendar:
29 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
Slavische kalender:
Slavic calendar:
28 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
ADGH
Ý
JK
Ý
|
Sosipatrus,
Quartus, Orestes, Olympus, Herodion en Erastus, Apostelen van de 70
|
De Heiligen Olympas en Rodionos werden discipelen van
Petrus, de hoofd-Apostel. Ze kwamen naar Rome, en daar werden ze onthoofd
door Nero. De anderen werden bisschoppen en overleden in vrede: Sosipatrus
werd bisschop van Iconium, Quartus van Beirut, en Erastus van Paneas (of
Paneias, wat ook Caesarea in Philippi werd genoemd). Sint Erastus was
kamerheer van de stad Korinthië. Zij worden ook herdacht op 4 januari
(Synaxis van de 70 Apostelen/Discipelen).
|
Saints Olympas
and Rodion became disciples of Peter, the chief Apostle. They came to Rome,
and there they were beheaded by Nero. The others became bishops and reposed
in peace: Sosipater became bishop of Iconium, Quartus of Beirut, and Erastus
of Paneas (or Paneias, which was also called Caesarea of Philippi). Saint
Erastus had been chamberlain of the city of Corinth. They are also
commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70
Apostles/Disciples).
|
10 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sosipatrus
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Sosipatrus was één van de 70 Discipelen en
Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en
heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige
Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus
preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd
door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan
zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Sosipater was one of the 70 Disciples and Apostles
of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto
the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve
Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the
passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and
their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred
to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sosius de Diaken,
Faustus, Desiderius, Eurychius, Acutius en Proculus, Synode
van Januarius, Bisschop van Benevento
|
Deze Martelaren stierven de marteldood in Campania in
Italy tijdens het regime van Diocletianus (284-305), toen Timotheus Proconsul
was. Sint Januarius was de Bisschop van Benevento in Campania. Toen hij werd
gearresteerd, werd hij naar Nola gebracht. Daar werd hij in een brandende
overn gegooid, maar hij bleef ongedeerd. In Puteoli werd hij voor de wilde
dieren gegooid, samen met Proculus, Sosius en Faustus, de diakenen,
Desiderius, lezer van de Kerk van Benevento, en Eurychius en Acutius, edelen
uit Puteoli. Toen de wilde dieren de Heiligens naderden, vielen ze hartelijk
aan hun voeten neer. Uiteindelijk werden ze allen onthoofd, rond het jaar
305.
|
These Martyrs
suffered martyrdom in Campania of Italy during the reign of Diocletian
(284-305), when Timothy was Proconsul. Saint Januarius was the Bishop of
Benevento in Campania. When he was arrested, he was taken to Nola. There he
was cast into a burning furnace, but he stayed unharmed. At Puteoli he was
cast to wild beasts, together with Proculus, Sosius and Faustus, the deacons,
Desiderius, reader of the Church of Benevento, and Eurychius and Acutius,
nobles from Puteoli. When the wild beasts came near the Saints, they fell
affectionately at their feet. Finally they were all beheaded, about the year
305.
|
21 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJK
Ý
|
Sosthenes
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Sosthenes was één van de 70 Discipelen en
Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en
heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige
Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus
preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd
door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan
zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Sosthenes was one of the 70 Disciples and Apostles
of Christ were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto
the work of preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve
Apostles, who were preaching the Gospel of Christ in various lands. With the
passage of time others were added to their number by the Holy Apostles and
their number eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred
to as "of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Sotiris
|
|
|
06 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
AFGH
Ý
|
Sotiros
Ypapanti tou Sotiros (Christos)
Ontmoeting Christus in de Tempel
Meeting of Christ in the
Temple
|
Ontmoeting van Christus in de Tempel.
40e Dag na de geboorte van Christus.
Toen de Maagd Maria haar 40 dagen van reiniging had
vervuld, bracht ze haar eerstgeboren Zoon naar Jeruzalem om Hem naar de Wet
van Mozes in de Tempel te presenteren. Op dezelfde dag was de hoogbejaarde
Symeon in de tempel aanwezig. Aan hem was geopenbaard, dat hij niet zou
sterven voor hij Christus in zijn armen had gehouden. Toen de oude man Hem
opnam, zei hij: “Laat nu Uw dienaar gaan in vrede, o Heer”. De Kerk heeft
altijd vastgehouden aan de traditie een nieuwgeborene op de 40e
dag naar de kerk te brengen.
In Nederland wordt dit “Maria Lichtmis” genoemd.
|
Meeting in the
Temple.
40th Day after
the nativity of Christ.
When Virgin
Mary's 40 days of purification had been fulfilled, she took her first-born
Son to Jerusalem to present Him in the temple according to the Law of Moses.
On this same day the greatly aged Symeon was also present in the temple. He
had been informed by divine revelation that he would not die until he beheld
Christ. Thus, when he beheld Him at that time he said: "Now lettest Thou
Thy servant depart in peace, O Master". From ancient times the Church
has retained this tradition of the churching of the mother and new-born child
on the 40th day.
In the
Netherlands this is called “Maria Lichtmis” (“Mary Lightmass”).
|
02 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Sozon
Martelaar
|
|
|
07 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Spyridon van
Trimythus
de Wonderdoener
Bisschop van Trimythus in Cyprus
|
Sint Spyridon, de God-Dragende Vader van de Kerk, de grote
beschermer van Corfu, kwam oorspronkelijk van Cyprus, waar hij schaapsherder
was. Hij trouwde en kreeg een dochter, Irene. Na de dood van zijn vrouw werd
hij Bisschop van Trimythus. Hij was aanwezig zij het 1e
Eucumenische Concilie in Nicaea. Hij verrichtte zulke grote wonderen, dat hij
de achternaam “Wonderdoener” ontving. Hij overleed rond het jaar 350. Zijn
relieken werden in het midden van de 7e eeuw naar Constantinopel
gebracht. Maar vóór de val van Constantinopel (1453) werden ze meegenomen door
een priester met de naam George Kalokhairetes. Uiteindelijk bracht hij ze
naar Corfu rond het jaar 1460. Zijn relieken zijn sindsdien
intact gebleven.
|
Saint Spyridon,
the God-bearing Father of the Church, the great defender of Corfu, was
originally from Cyprus, where he was a shepherd of sheep. He married and got
a daughter named Irene. After his wife's death, he became Bishop of
Trimythus. He was present at the First Ecumenical Council in Nicaea. He
wrought such great wonders that he received the surname 'Wonderworker".
He reposed about the year 350. His relics were taken to Constantinople about
the middle of the seventh century. But before the fall Of Constantinople (1453), they were taken by a
priest named George Kalokhairetes. Eventually he brougt them to Corfu about
the year 1460. His relics have remained incorrupt ever since.
|
12 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FHIJ
K
Ý
|
Stachus,
Apelles, Amplias, Urbanus, Narcissus en
Aristobulus, van de 70 Apostelen
|
Zij behoorden allen tot de Zeventig Discipelen. Stachys
was een assistant van St. Andreas de Eerstgeroepene, die hem Bisschop van
Byzantium maakte. Hij vestigde de kerk in Argyropolis en overleed na zestien
jaar als bisschop. Amplias en Urban waren ook assistenten van St. Andreas,
die hen tot bisschoppen benoemde, Amplias in Lydda in Odyssopolis in Judea en
Urban in Macedonië. Beiden stierven als martelaren voor het Christendom.
Narcissus was door de Apostel Philippus benoemd als Bisschop van Athene. St.
Apelles was Bisschop van Heraclea in Trachis. Aristobulus was de broer van de
Apostel Barnabas en preekte het Christelijke geloof in Brittannië, waar hij
in vrede overleed.
Ze worden ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
They were all of
the Seventy Disciples. Stachys was an assistant to St. Andrew the
First-called, who appointed him Bishop of Byzantium. He established the
church in Argyropolis and reposed after sixteen years as bishop. Amplias and
Urban were also assistants to St. Andrew, who ordained them bishops, Amplias
in Lydda of Odyssopolis in Judea and Urban in Macedonia. Both died as martyrs
for Christ. Narcissus was appointed Bishop of Athens by the Apostle Philip.
St. Apelles was Bishop of Heraclea in Trachis. Aristobulus was the brother of
the Apostle Barnabas and preached the Christian Faith in Britain, where he
reposed peacefully.
They are also
commemorated on the 4th of january (Synaxis of the 70
Apostles/Disciples).
|
31 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stachus (Stakhias)
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Stachus was één van de 70 Discipelen en
Apostelen van Christus waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en
heengezonden voor de prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige
Twaalf Apostelen, die in verschillende landen de Gospel van Christus
preekten. In de loop van de tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd
door de Heilige Apostelen en hun aantal werd uiteindelijk groter dan
zeventig. Niettemin werd altijd naar hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Stachys was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ
were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of
preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were
preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time
others were added to their number by the Holy Apostles and their number
eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as
"of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stamatis
|
|
|
08 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
AFH
Ý
|
Stamatius,
Johannes en Nicholas, Nieuwe
Martelaren van Spetsa
|
|
|
03 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Stamatius de Grote
Nieuw-Martelaar
van Volos
|
Sint Stamatius kwam uit de stad Volos in Thessalië. Hij
werd onder druk gezet om de Islam te accepteren. Toen hij bekende een
Christen te zijn, werd hij door het zwaard onthoofd in Constantinopel in het
jaar 1680.
|
Saint Stamatius
was from the city of Volos in Thessaly. He was pressed to accept Islam. When
he confessed to be a Christian, he was beheaded by the sword at
Constantinople in the year 1680.
|
06 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
Ý
|
Stavros
Feest van Kruisverheffing
Exaltation of the
Life-Giving Cross
Ypsosi
tou Timiou Staurou
|
In het jaar 324 ging Sint Helena op pelgrimstocht naar
Jeruzalem. Daar vond zij het spoorloos verdwenen Kruis waaraan Christus was
gestorven. Dit vond plaats op 14 september.
|
In the year 324
Saint Helena went to Jerusalem on pilgrimage. There she found the Cross, on
which Christ had died, and that had been disappeared without a trace. This
happened on september 14.
|
14 SEPTEMBER
ΣΕΠΤΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABDF
GHIJ
K
Ý
|
Stephanida
hoofd
dienstmeisje
en haar meesteres, Nero’s dochter Anthusa (voorheen
Domnina), en Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca
(Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de
Samaritaanse, Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee
zonen van Photine de Samaritaanse, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van
Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw
aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and baptized.
His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all suffered
martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Stephanida
hoofd
dienstmeisje
en haar meesteres, Nero’s dochter Anthusa (voorheen
Domnina), en Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca
(Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de
Samaritaanse, Photinus (voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee
zonen van Photine de Samaritaanse, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios), metgezellen van
Photine de Samaritaanse van Sychar (Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw
aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
>>>zie Stephanida 26 februari
|
>>>see
Stephanida february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Stephanie
en Victor, Martelaars
|
De Heiligen Victor en Stephanie streden in Damascus in het
jaar 160 tijdens het regime van Antoninus Pius. Sint Victor werd
gearresteerd, omdat hij Christen was. Ze sneden zijn vingers af en staken
zijn ogen uit. Uiteindelijk werd hij onthoofd. Sint Stephanie was de vrouw
van een soldaat. Zij was ook Christin. Toen Victor leed, schreeuwde ze uit,
dat ze twee kronen voor zich zag: één voor hem en één voor zichzelf. Sint
Stephanie werd ook gearresteerd. Ze werd aan twee palmbomen gebonden, die
omlaag gebogen waren. Toen de palmbomen werden losgemaakt, werd ze in stukken
gescheurd.
|
The Saints Victor
and Stephanie contested in Damascus in the year 160, during the reign of
Antoninus Pius. Saint Victor was arrested because he was a Christian. They
cut off his fingers and cut out his eyes. Finally he was beheaded. Saint
Stephanie was the wife of a soldier. She was also a Christian. When Victor
suffered, she cried out that she saw two crowns prepared, one for him, and
one for herself. Saint Stephanie was also arrested. She was tied to two palm
trees which had been bowed down. When the palm trees were released, she was
torn asunder.
|
11 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
ADJ
Ý
|
Stephanus
Proto-Martelaar en Aartsdiaken
Translatie van zijn relieken
|
Nadat Sint Stephanus, de Eerste Martelaar, was gestenigd,
liet zijn leraar Gamaliel zijn lichaam ’s nachts ophalen en begraven in zijn
eigen veld op ongeveer 20 mijl afstand van Jezulem. Dit veld heette
"Kaphar-gamala" (“veld van Gamala”). Rond het jaar 427 kreeg
Lucianus, een parochie-priester van een kerk dichtbij dit veld, in een droom
een openbaring van deze begraafplaats. Hij vertelde dit onmiddelijk aan
Johannes, Patriarch van Jeruzalem. Toen ze gingen graven, vonden ze een doos
met het woord “Stephanus” in Aramese letters, waarin ze de relieken vonden,
die met grote eer en onder begeleiding van een zeer grote massa gelovigen
naar Jeruzalem werden overgebracht.
|
After Saint
Stephen, the First Martyr, had been stoned to death, his teacher Gamaliel had
his body taken and buried in his own field, at a distance of some twenty
miles from Jerusalem. This field was called "Kaphar-gamala"
("the field of Gamala"). About the year 427, Lucian, a parish
priest of a church near to that field, received a revelation in a dream
concerning the place where Saint Stephen was buried. He immediately told
John, the Patriarch of Jerusalem, about this. When they were digging there,
they found a box with the word "Stephen" in Aramaic letters, in
which they found the relics, which were transferred to Jerusalem with great
honor and in the company of a very great multitude of the faithful.
|
02 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stephanus
Proto-Martelaar en Aartsdiaken
|
Sint Stephanus was een Jood van ras en volgens sommigen
een discipel van Gamaliel, leraar van de Wet. Hij was de eerste van de 7
diakenen, door de Apostelen aangewezen, in Jeruzalem. Hij verrichtte grote
wonderen onder het volk. Na disputen met de Joden over Jezus werd hij
gelasterd als blasfemist en voor de Sanhedrin van de ouderlingen gesleept.
Zij gooiden hem uit de stad en stenigden hem, terwijl hij knielde en bad: “Heer,
vergeef het hen”, waarna hij stierf. Hij werd hiermee de eerste van de
Martelaren van de Kerk van Christus en wordt daarom “Proto-Martelaar”
genoemd. Hij wordt ook herdacht op 4 januari (Synaxis van de 70
Apostelen/Discipelen).
|
Saint Stephen was
a Jew by race, and according to some, a disciple of Gamaliel, the teacher of
the Law. He was the first of the seven deacons, established by the Apostles
in Jerusalem. He worked many miracles among the people. After disputing with
the Jews concerning Jesus, he was slandered as a blasphemer and was dragged
off to the Sanhedrin of the elders. They cast him out of the city and stoned
him, while he bent his knees and prayed, "Lord, forgive them",
after which he died. Thus he became the first among the Martyrs of the Church
of Christ, and is therefore called “Proto-Martyr”. He is also commemorated on
the 4th of january (Synaxis of the 70 Apostles/Disciples).
|
27 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FGHI
JK
Ý
|
Stephanus
Proto-Martelaar en Aartsdiaken
Synaxis van de 70 apostelen
Sunaksi ton 70 Apostolon
|
Stephanus de Aartsdiaken (de
Protomartelaar) was één van de 70 Discipelen en Apostelen van Christus
waren door Hem gekozen ter aanvulling op de Twaalf en heengezonden voor de
prediking. Zij begeleidden en assisteerden de Heilige Twaalf Apostelen, die
in verschillende landen de Gospel van Christus preekten. In de loop van de
tijd werden anderen aan hun aantal toegevoegd door de Heilige Apostelen en
hun aantal werd uiteindelijk groter dan zeventig. Niettemin werd altijd naar
hen verwezen als “van de Zeventig”.
|
Stephen the
Archdeacon (the Protomartyr) was one of the 70 Disciples and Apostles of Christ
were chosen by Him in addition to the Twelve and sent forth unto the work of
preaching. They accompanied and assisted the Holy Twelve Apostles, who were
preaching the Gospel of Christ in various lands. With the passage of time
others were added to their number by the Holy Apostles and their number
eventually exceeded seventy. Nonetheless they were all referred to as
"of the Seventy".
|
04 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stephanus Sabbaites 1
neef van Johannes van Damascus
|
Sint Stephanus Sabbaites was een neef van Sint Johannes
van Damascus. Hij werd geboren in het jaar 725. Toen hij 10 jaar oud was,
ging hij in het Lavra van Sint Sava. Hij bracht zijn hele leven in dit
klooster door. Soms ging hij de woestijn in voor solitaire ascetische daden.
Sint Stephanus was begiftigd met de gaven van wonderen verrichten en
helderziendheid. Hij genas de zieken, dreef duivels uit en las de gedachten
van hen, die hem om raad kwamen vragen. Hij overleed vredig in het jaar 807,
nadat hij de dag van zijn eigen dood had voorspeld. Volgens sommigen is deze
Sint Stephanus, die vandaag wordt herdacht, niet dezelfde als de Sint
Stephanus, die op 28 Oktober wordt herdacht, en die later ook Bisschop werd.
Ze worden echter op veel websites beiden “Stephanus Sabbaites” genoemd, wat
verwarring veroorzaakt.
|
Saint Stephen
Sabbaites was a nephew of Saint John of Damascus. He was born in the year
725. When he was 10 years old, he entered the Lavra of Saint Sava. He spent
his whole life at this monastery. Sometimes he went out into the desert for
solitary ascetic deeds. Saint Stephen was given the gifts of wonderworking and
clairvoyance. He healed the sick, cast out devils, and discerned the thoughts
of those coming to him for counsel. He died peacefully in the year 807,
foretelling in advance the day of his death. According to some, this Saint
Stephen celebrated today, is different from the Saint Stephen, who is
commemorated on October 28, who later also became a Bishop. However, on many
websites they are both called “Stephen Sabbaites”, which causes confusion.
|
13 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stephanus Sabbaites 2
de Hymneschrijver
|
Sint Stephanus de Hymneschrijver leefde een ascetisch
leven in het Lavra van Sint Sava in Palestina. Volgens sommigen werd hij
later bisschop, en is hij niet dezelfde als de Sint Stephanus, die op 13 Juli
wordt herdacht. Ze worden echter op
veel websites beiden “Stephanus Sabbaites” genoemd, wat verwarring
veroorzaakt.
|
Saint Stephen the
Hymnographer lived an ascetic life at the Lavra of Saint Sava in Palestine.
According to some, he became a bishop later, and is different from the Saint
Stephen, who is commemorated on July 13. However, on many websites they are
both called “Stephen Sabbaites”, which causes confusion.
|
28 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
J
Ý
|
Stephanus de Nieuwe
de Jongere, Hosio-Martelaar
en zijn Metgezellen Andreas, Auxentius, Basilius, Gregorius,
nog een Gregorius en Johannes, Monnik-Martelaren en Confessors, en vele
anderen
|
Sint Stephanus werd geboren in Constantinopel in 715. Hij
werd door de kluizenaren van de Berg Auxentius in Bithynië (>>>zie
Auxentius 14 February) gekozen tot hun leider. Toen Keizer Constantinus
V in 754 een concilie hield, dat de heilige iconen verbood, verwierp Sint
Stephanus dit concilie en de Keizer verbande hem. Maar in ballingschap voerde
Sint Stephanus genezingen uit met heilige iconen en keerde velen af van het
iconoclasme. Toen hij opnieuw voor de Keizer gebracht werd, vertrapte hij een
munt met de beeltenis van de Keizer. Hij werd veroordeeld tot elf maanden
vastgebonden zijn en gevangenschap. Later werd hij over de grond gesleept en
werd gestenigd, zoals Stephanus de Eerste Martelaar. Daarom wordt hij
Stephanus de Nieuwe (soms de Jongere) genoemd. Uiteindelijk werd hij met een
houten club geslagen en zijn hoofd werd verbrijzeld. Sint Stephanus stierf in
het jaar 767. De Monnik-Martelaren en Confessors Andreas, Auxentius, Basilius, Gregorius,
een andere Gregorius, Johannes en vele anderen waren samen met Sint Stephanus
de Nieuwe in de gevangenis. Ze werden geëxecuteerd na zijn martelaarsdood.
Noot: Verschillende websites noemen Monnik-Martelaar
Auxentius samen met de 16 Martelaren van Tiberioupolis, waardoor het kan
lijken alsof ze metgezellen waren. Dit is niet het geval. Zij stierven ook
als martelaren op 28 November, maar honderden jaren eerder en op een andere
locatie. Al deze websites krijgen hun informatie uit dezelfde bron, waardoor
de fout zichzelf vermenigvuldigt en veel verwarring veroorzaakt.
|
Saint Stephen
was born in Constantinople in 715. He was chosen by the hermits of Mount
Auxentius in Bithynia (>>>see Auxentius February 14) to be their
leader. When Emperor Constantine
V held a council in 754, that anathematized the holy icons, Saint Stephen
rejected this council and the Emperor exiled him. But while in exile Saint
Stephen performed healings with holy icons and turned many away from
Iconoclasm. When he was brought before the Emperor again, he trampled upon a
coin with the image of the Emperor. He was condemned to eleven months in
bonds and imprisonment. Later he was dragged over the earth and was stoned,
like Stephen the First Martyr. Therefore he is called Stephen the New
(sometimes the Younger). Finally he was struck with a wooden club and his
head was shattered. Saint Stephen died in the year 767. The Monk-Martyrs and
Confessors Andrew, Auxentius, Basil, Gregory, another Gregory, John and many others were
together with Saint Stephen the New in prison. They were executed after his
martyric death.
Note: Several websites mention Monk-Martyr
Auxentius together with the 16 Martyrs of Tiberioupolis, by which it may seem
that they were companions. This is not the case. They were also martyred on
November 28, but hundreds of years earlier and on another location. All these
websites get their information from the same source, by which this mistake
duplicates itself and causes a lot of confusion.
|
28 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stephanus de Wonderdoener
|
|
|
28 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
J
Ý
|
Stilianos (Stulianos)
|
|
|
26 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABFH
I
Ý
|
Stiracius (Styrakios)
Metgezel van Chrysa (Aura, Avra)
de Hiero-Martelaar Hippolytus
(Ippolytos), priester van de Kerk van Rome, de martelaren Censorinus
(Kensourinos), en 20 soldaten en gevangenisbewaarders met hem, Sabinos
(of Sabaïnos), Chrysa (of Aura, Avra) de maagd en haar 20 metgezellen:
Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares, Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros),
Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix
(Felikos), Herculianus (of Herculinus) (Erkoulios of Erkoulinos), Hermes
(Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus de presbyter, Mennas (Minas),
Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus (Roustikos), Stiracius
(Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius (Benerios), martelaren.
|
Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop
van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van
Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke
theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken
schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks
schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren,
verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid.
De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen
bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden
naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome
overgebracht..
Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij
werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen
hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en
gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint
Censorinus onthoofd.
Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische
familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd
gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden
met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een
grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse
stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius,
Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius,
Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter,
Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.
Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus
aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot
hij stierf.
Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD.
Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.
|
Saint Hippolytus
is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an
antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in
France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories
on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in
Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he
appeared before the governor and protested against their inhumanity. The
enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied
his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the
church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.
St Censorinus was
a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a
christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards
were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.
Then the virgin
Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation.
She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they
burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big
rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered
the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas,
Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius,
Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon,
and Cyriacus the Bishop.
With heavy rocks
tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned
his sides with torches untill he died.
All these Roman
martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa
is reported.
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Stratonicus
en Hermylus, Martelaren
|
Hermylus en Stratonicus streden in het jaar 314, tijdens
het regime van Licinius. Sint Hermylus was een diaken. Sint Stratonicus was
zijn vriend. Toen Hermylus bekende een christen te zijn, werd hij zó hevig
geslagen, dat zijn hele lichaam met wonden bedekt was en hij half dood
achtergelaten werd. Toen Stratonicus hem dit zag ondergaan, huilde hij van
verdriet om zijn vriend. Zo werd ontdekt dat ook Stratonicus een christen was.
Toen hij openlijk bekende, werd hij geslagen. Daarna werden Stratonicus en
Hermylus in de Danube Rivier gegooid, waar ze stierven.
|
Hermylus and
Stratonicus contested in the year 314, during the reign of Licinius. Saint
Hermylus was a deacon. Saint Stratonicus was his friend. When Hermylus
confessed to be a christian, he was beaten so fiercely that his whole body
was covered with wounds and he was left half dead. When Stratonicus saw him
endure this, he wept with grief for his friend. That is how they discovered
that also Stratonicus was a christian. When he openly confessed, he was
beaten. Then Stratonicus and Hermylus were cast into the Danube River, where
they died.
|
13 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Stulianos (Stilianos)
|
|
|
26 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABFI
Ý
|
Styrakios (Stiracius)
Metgezel
van Chrysa (Aura, Avra)
de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de
Kerk van Rome, de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en
gevangenisbewaarders met hem, Sabinos (of Sabaïnos), Chrysa (of Aura,
Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares,
Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of
Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus)
(Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus
de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus
(Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius
(Benerios), martelaren.
|
Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop
van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van
Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke
theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken
schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks
schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren,
verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid.
De woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen
bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden
naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome
overgebracht..
Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij
werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen
hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en
gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint
Censorinus onthoofd.
Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische
familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd
gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden
met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een
grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse
stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius,
Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus,
Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter, Archelaus de
diaken en Cyriacus de bisschop.
Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus
aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot
hij stierf.
Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD.
Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.
|
Saint Hippolytus
is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an
antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in
France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories
on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in
Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he
appeared before the governor and protested against their inhumanity. The
enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied
his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the
church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.
St Censorinus was
a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a
christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards
were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.
Then the virgin
Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation.
She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they
burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big
rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered
the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas,
Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius,
Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon,
and Cyriacus the Bishop.
With heavy rocks
tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned
his sides with torches untill he died.
All these Roman
martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa
is reported.
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
|
Sunday after the Nativity of Christ
Kyriaki Meta Tin Christou
Gennisin
Zondag na de Geboorte van Christus
David de Profeet, Jacobus broer van Christus, en Joseph de
Toegezegde
|
Zondag na eerste Kerstdag (dag na de geboorte van Jezus
Christus’Tweede Kerstdag).
|
Sunday after the
Nativity of Jesus Christ (one day after the Nativity of Jesus Christ).
|
26 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
|
Sunday
of the Holy Ancestors of Christ
Zondag van de Heilige Voorvaderen van Christus
Kyriaki Ton Agion Propatoron
(Ton Agion Popatoron,
Propatoron)
Adam de Eerste Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham
de Vriend van God, Isaac het Fruit van de Belofte, Jacob en de 12
Patriarchen, Vervolgens degenen die onder de Wet leefden: Moses Aaron, Josue,
Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine
profeten, Elia, Eliseus, Zacharia en Johannes de Doper en tot slot de Maagd
Maria.
|
Zondag van de
Heilige Voorvaderen van Christus. Op de zondag tussen 11 en 17 December worden alle
Voorvaderen van Christus volgens het vlees herdacht::
Adam de Eerste
Vader, Enoch, Melchisedec, Abraham, de vriend van God, Isaac, het fruit van
de Belofte, Jacob en de twaalf patriarchen.
Vervolgens degenen
die onder de Wet leefden:
Moses, Aaron,
Josue, Samuel, David, en de Profeten: Isaia, Jeremia, Ezechiel, de 12 kleine
profeten, Elia, Eliseus, Zacharia, en Johannes de Doper, en tot slot de Maagd
Maria.
|
Sunday of the Holy Ancestors of
Christ.
On the Sunday between December 11
and 17, all the Ancestors of Christ according to the flesh are being
remembered:
Adam the first Father, Enoch, Melchisedec, Abraham,
the friend of God, Isaac, the fruit of the Promise, Jacob and the twelve
patriarchs.
Then those who lived under the Law:
Moses, Aaron, Josue, Samuel, David, and the
Prophets: Isaia, Jeremia, Ezechiel, the twelve minor prophets, Elia, Eliseus,
Zacharia, and John the Baptist, and finally the Virgin Mary.
|
14 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2008
13 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2009
12 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2010
11 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2011
16 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2012
15 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2013
14 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2014
13 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2015
11 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2016
17 DEC -
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ 2017
|
JM
Ý
|
Sunday of the Samaritan Woman
Kyriaki
tis Samareitidos
Zondag
van de Samaritaanse Vrouw
|
|
|
25 MEI - ΜΑΙΟΣ 2008
17 MEI - ΜΑΙΟΣ 2009
02 MEI - ΜΑΙΟΣ 2010
22 MEI - ΜΑΙΟΣ 2011
13 MEI - ΜΑΙΟΣ 2012
02 JUΝI -
ΙΟΥΝΙΟΣ
2013
18 MEI - ΜΑΙΟΣ 2014
10 MEI - ΜΑΙΟΣ 2015
29 MEI - ΜΑΙΟΣ 2016
14 MEI - ΜΑΙΟΣ 2017
|
D
Ý
|
Susanna,
Vrouw van Cleopas (of Alphaeus),
Maria Magdalena, de Maagd
Maria (de Theotokos), Joanna, Salome, Maria de vrouw van Cleopas (of
Alphaeus), Maria van Bethanië en Martha van Bethanië, de Mirre-Dragers
Ton Myrophoron (Myrophoron)
Kyriaki Ton Myrophoron
Zondag van de
Mirre-dragende Vrouwen
Sunday
of the Myrrh-Bearing Women
|
De Mirre-Dragers hadden begrafeniskruiden en –zalven naar
het graf gebracht voor het lichaam van Christus. Zij waren de eersten die de
lege tombe zagen. Er zijn 8 vrouwen die algemeen geïdentificeerd worden als
de Mirre-Dragers. Zij zijn: Maria Magdalena (22 Juli), de Maagd Maria (de
Theotokos), Joanna (27 juni), Salome (3 Augustus), Maria de vrouw van Cleopas
(of Alphaeus), Susanna, Maria van Bethanië (4 Juni) en Martha van Bethanië (4
Juni), de zusters van Lazarus. De Zondag van de Mirre-dragende Vrouwen valt
op de 2e Zondag na Pasen.
|
The Myrrh-Bearers
had brought funeral spices and ointments to finish commiting Christ's body to
the grave. They were the first to see the empty tomb. There are eight women
who are generally identified as the Myrrh-Bearers. They are: Mary Magdalene
(July 22), the Virgin Mary (the Theotokos), Joanna (june 27 toevoegen),
Salome (August 3), Mary the wife of Cleopas (or Alphaeus), Susanna, Mary of
Bethany (June 4) and Martha of Bethany (June 4), the sisters of Lazarus. The
Sunday of Myrrh-bearing Women falls on the second Sunday following Pascha.
|
11 MEI - ΜΑΙΟΣ
2008
03 MEI - ΜΑΙΟΣ
2009
18 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2010
08 MEI - ΜΑΙΟΣ
2011
29 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012
19 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2013
04 MEI - ΜΑΙΟΣ
2014
26 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015
15 MEI -
ΜΑΙΟΣ
2016
30 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017
|
Ý
|
Swetlana
(Photine, Fotini, La Samaritana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog,
Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraïne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
Photine wordt ook herdacht op de Zondag van de Samaritaanse
Vrouw tijdens de Pasen periode (>>>zie Kyriaki tis Samareitidos).
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
Photine is also
commemorated on the Sunday of the Samaritan Woman during the Paschal season (>>>see
Kyriaki tis Samareitidos).
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Swetlana
(Photine, Fotini, La Samaritana)
de Samaritaanse van Sychar,
“vrouw aan de bron”
Gelijke-van-de-Apostelen
en Evangelist, Groot-Martelares,
en haar twee zonen Photinus (voorheen Victor) en Joses
(Josiah, Joseph), haar vijf zusters (of dochters) Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar
hoofd dienstmeisje Stephanida, en de martelaren Victor, Sebastianus de
Hertog, Christodulus en Theoclitus (voorheen Lampadios)
|
>>>zie Swetlana 26 februari
|
>>>see
Swetlana february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Sylvester
Paus van Rome
|
Sint Sylvester was een inwoner van Rome. Hij volgde Sint
Miltiades op als Paus in het jaar 314. Omdat hij niet in staat was om
aanwezig te zijn op het Eerste Oecumenische Concilie in Nicaca in 325,
stuurde hij afgevaardigden van zijn eigen Romeinse geestelijkheid om hem te
vertegenwoordigen. Hij overleed in het jaar 325.
|
Saint Sylvester
was a native of Rome. He succeeded Saint Miltiades as Pope in the year 314.
Because he was unable to be present at the First Ecumenical Council in Nicaca
in 325, he sent delegates of his own Roman clergy to represent him. He
reposed in the year 325.
|
02 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DIJK
Ý
|
Syncletica
|
|
|
05 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
J
Ý
|