NAAM
HEILIGE / NAME OF SAINT
|
BIJZONDERHEDEN
|
NOTES
|
NAAMDAG/NAMEDAY
|
INFO
|
Vaios (Dafnis)
Palmzondag
Palm
Sunday
Kyriaki ton Baďon
Κυριακή
των Βαΐων
|
Palmzondag. Eén week
vóór Pasen.
|
Palm Sunday. One
week before Easter.
|
20 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2008
12 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2009
28 MRT - ΜΑΡΤΙΟΣ 2010
17 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2011
08 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2012
28 APRIL -
ΑΠΡΙΛΗΣ 2013
13 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2014
05 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2015
24 APRIL -
ΑΠΡΙΛΗΣ 2016
09 APRIL - ΑΠΡΙΛΗΣ 2017
|
ADHM
Ý
|
Valens (Ouale),
Paulus, Seleucus,
Porphyrius, Julianus, Theodulus, Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel
van Egypte, Metgezellen van Pamphilus
de Priester
|
Sint Pamphilus streed tijdens het regime van Maximianus in
het jaar 290 in Caesarea in Palestina. Firmilian, de Gouverneur van
Palestina, bracht hem ter dood. De namen van zijn mede-martelaren zijn:
Valens, Paulus, Seleucus, Porphyrius, Julianus, Theodulus, en 5 anderen uit
Egypte: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel en Daniel. Hun martelaarschap is
geregistreerd in Boek VIII, H. 11 van Eusebius' Ecclesiastische Geschiedenis,
genaamd “De Martelaren van Palestina”.
|
Saint Pamphilus
contested during the reign of Maximian, in the year 290, in Caesarea of
Palestine. Firmilian, the Governor of Palestine, put him to death. The names
of his fellow martyrs are: Valens, Paul, Seleucus, Porphyrius, Julian,
Theodulus, and five others from Egypt: Elias, Jeremias, Esaias, Samuel, and Daniel.
Their martyrdom is recorded in Book VIII, ch. 11 of Eusebius' Ecclesiastical
History, called “The Martyrs of Palestine”.
|
16 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Valens (Ouale),
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander, Athanasius,
Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus, Ecdicius,
Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus,
Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus, Melito,
Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius, Smaragdus,
Theodulus, Theophilus, Valerius, Vicratius (Vibianus), Xantius, de 40
Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Valentinos (Oualentine)
|
Kreta: zie Yakinthos.
|
Crete: see
Yakinthos.
|
14 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
AFH
Ý
|
Valentinos (Oualentine),
Paulus en Thea
|
|
|
18 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
D
Ý
|
Valerian,
Tiburtius en Cecilia, Martelaren
|
Sint Cecilia kwam uit een vermaarde Romeinse familie. Toen
ze getrouwd was met Valerianus, bekeerde ze hem tot het christendom.
Valerianus op zijn beurt bekeerde zijn broer Tiburtius. Ze stierven als
martelaren tijdens het regime van Diocletianus in het jaar 288.
|
Saint Cecilia was
of an illustrious Roman family. When she was betrothed to Valerian, she
converted him to christianity. Valerian in turn converted his brother
Tiburtius. They died as martyrs during the reign of Diocletian in the year
288.
|
22 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Valerian (of Liberian)
Chariton, de maagd Charito (Charita), Evelpistos,
Hierarcos (Ierakos, Hierax), Justinus, Justus,en Peon (Peonus, Paionos),
Metgezellen van Justinus
de Filosoof, Martelaar
|
St. Justinus werd geboren in 103 en kwam van Neapolis in
Palestina. Hij was een volgeling van Plato de filosoof. Toen hij volwassen
was werd hij Christen. Tot het eind van zijn leven preekte hij het
Christendom op filosofische wijze en wist Keizer Antoninus Pius (regeerde
138-161) te bewegen de christenvervolging te verlichten. Door toedoen van
Crescens, een jaloerse Cynische filosoof, werd Sint Justinus onthoofd in het
jaar 156, 166 of 167, tijdens het regime van Marcus Aurelius regeerde
161-180).
De martelaren Chariton, de maagd Charito (Charita),
Euelpistus, Hierax, Justinus, Justus, Peonus en Liberianus (volgens anderen
Valerianus) leden met Sint Justinus de Filosoof. Ze werden naar Rome gebracht
en in de gevangenis gegooid. Toen ze weigerden aan de afgoden te offeren, werden
ze ter dood veroordeeld en allemaal onthoofd.
|
Saint Justin was
born in 103 and was from Neapolis of Palestine. He was a follower of Plato
the philosopher. When he was already a mature man, he became a Christian.
Until the end of his life he preached the Christian faith, and persuaded the
Emperor Antoninus Pius (reigned 138-161) to relieve the persecution of
Christians. Through the machinations of Crescens, an envious Cynic
philosopher, Saint Justin was beheaded in Rome in 165, 166 or 167 under Marcus
Aurelius (reigned 161-180).
The martyrs
Chariton,the virgin Charito (Charita), Euelpistus, Hierax, Justin, Justus,
Peonus and Liberian (according to others Valerian) suffered with Saint Justin
the Philosopher. They were brought to Rome and thrown into prison. When they
refused to sacrifice to the pagan gods, they were sentenced to death and were
all beheaded.
|
01 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
Ý
|
Valerius,
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius,
Smaragdus, Theodulus, Theophilus, Valens, Vicratius (Vibianus), Xantius, de
40 Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en gloeide
als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Valerius, boer,
Koningin Alexandra, Athanasius de
Magiër, de gouverneur Glycerius en de boeren
Donatus en Therinus, Metgezellen van Georgius de Trofee-Drager
|
Sint George werd geboren uit een vader van Cappadocia en een
moeder van Palestina. Hij was een militaire tribuun, of chiliarch (d.w.z.:
een commandant van duizend troepen). Omdat hij Christen was, werd hij aan
ongehoorde martelingen onderworpen, die hij met grote moed onderging. Door de
wonderbaarlijke tekenen die plaatsvonden tijdens zijn martelaarsstrijd,
werden velen tot het Christendom bekeerd. Koningin Alexandra, vrouw van
Diocletianus en de heidense hoofdpriester Athanasius de Magiër, de
gouverneur Glycerius en de boeren Valerius, Donatus en Therinus werden
Christenen toen zij getuige waren van de wonderbaarlijke tekenen tijdens de
martelaarsstrijd van Georgius de Trofee-Drager. Keizer Diocletianus beval
zijn vrouw Alexandra en Sint Georgius te onthoofden. Alexandra stierf op het
schavot voor zij onthoofd werd. Dit was in 296 of 303 A.D. in Nicomedia.
Alexandra wordt herdacht op 21 april. Op een aantal lijsten wordt zij tevens
genoemd op de herdenkingsdag van Georgius (23 april>>>zie Georgius).
St. George is de patroonheilige van herders, dus wordt
deze dag uitgebreid gevierd op het platteland. De meest vermeldenswaardige
viering vindt plaats in Aráchova met races en feesten.
De officiële naamdag wordt gevierd op 23 april.
Lijst B: Wanneer deze naamdag valt in de vastentijd voor
Pasen, dan wordt deze verplaatst naar de tweede dag na Pasen.
Lijst G: valt Pasen na 23 april dan wordt de naamdag gevierd
op 2e Paasdag.
|
Saint George was
born of a father from Cappadocia and a mother from Palestine. He was a
military tribune, or chiliarch (that is, a commander of a thousand troops).
For being a Christian he was put to unheard-of tortures, which he endured
with great bravery. By the wondrous signs that took place in his contest,
many were converted to Christianity. Queen Alexandra, wife of Diocletian, and
the chief pagan priest
Athanasius the Magician, the governor Glycerius and the farmers Valerius, Donatus and Therinus became Christians when they whitnessed
the miraculous signs during the struggle of George the Trophee-Bearer.
Emperor Diocletian ordered to have his wife Alexandra and Saint George to be
beheaded. Alexandra died on the scaffold before she was beheaded. This was in
296 or 303 A.D. in Nicomedia. Alexandra is commemorated on 21 april.
On several lists she is also mentioned on the celebration day of Georgius (23
april>>>see Georgius).
St George is the
patron saint of shepherds so this is widely celebrated in rural communities,
the most notable being at Aráchova with races and feasts.
The official
nameday is celebrated on 23rd of april.
List B: When this
nameday occurs in the period of the Great Fast before Easter, it will be
celebrated on the second day after Easter.
List G: when
Easter occurs after 23 april, this nameday will be celebrated on de 2nd
day of Easter.
|
23 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
ABDF
GHIJK
Ý
|
Valerius,
Amonitus, Anicletus,
Athanasius, Barachius, Callimachus, Callinicus, Castrichius, Claudianus,
Diodotus, Dorotheus, Epiphanius, Eugenius, Eutychius, Gigantius, Hesychius,
Hilarion, Longinus, Mamas, Maximianus, Nicander, Nikon, Ostrychius,
Themelius, Theodochus, Theodorus, Theodotus, Theodoulus, Theogenes,
Theophilus en Xanthius, de 32 Metgezellen van Hieron, samen de 33
Martelaren van Melitene in Armenië
|
Sint Hieron kwam uit Tyana in Cappadocië. Hij was een erg
sterke en edele landbewerker. Hij was bezig te graven in zijn veld, toen
soldaten kwamen om hem te ronselen voor het leger. Maar Hieron, zelf een
Christen, weigerde keizers te dienen, die Christenen vervolgden. Met zijn
houten gereedschap joeg hij de gewapende soldaten weg, die in angst vluchtten
vanwege zijn kracht. Later echter ging hij uit eigen vrije wil en bekende
tegenover de gouverneur een Christen te zijn. Ze hakten zijn rechterhand af
en hij werd gevangengezet met 32 anderen, omdat ze hadden geweigerd aan de
afgoden te offeren. Samen werden ze allen onthoofd buiten de stad Melitene in
Armenië, in het jaar 290. De andere 32 martelaren waren: Amonitus, Anicletus,
Athanasius, Barachius, Callimachus, Callinicus, Castrichius, Claudianus,
Diodotus, Dorotheus, Ducitius, Epiphanius, Eugenius, Eutychius, Gigantius,
Hesychius, Hilarion, Longinus, Mamas, Maximianus, Nicander, Nikon,
Ostrychius, Themelius, Theodochus, Theodorus, Theodotus, Theodoulus,
Theogenes, Theophilus, Valerius en Xanthius.
|
Saint Hieron was
from Tyana in Cappadocia. He was a very strong and noble husbandman. He was
busy digging in his field, when soldiers came to press him into military
service. But Hieron, a Christian himself, refused to serve emperors who
persecuted Christians. He drove away with his wooden tool the armed soldiers,
who fled in fear because of his strength. Later, however, he went of his own
free will, and confessed to be a Christian before the governor. They cut off
his right hand, and he was imprisoned with thirty-two others, because they
had refused to sacrifice to the idols. Together they were all beheaded
outside the city of Melitene in Armenia, in the year 290. The other 32
martyrs were: Amonitus, Anicletus, Athanasius, Barachius, Callimachus,
Callinicus, Castrichius, Claudian, Diodotus, Dorotheus, Ducitius, Epiphanius,
Eugene, Eutychius, Gigantius, Hesychius, Hilarion, Longinus, Mamas, Maximian,
Nicander, Nikon, Ostrychius, Themelius, Theodochus, Theodore, Theodotus,
Theodoulus, Theogenes, Theophilus, Valerius and Xanthius.
|
07 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Varlaam (Barlaam)
Martelaar
|
Sint Barlaam was van een dorp nabij Antiochië in Syrië.
Hij was op gevorderde leeftijd. Omdat hij christen was, werd hij voor de
rechter gebracht, die hem veroordeelde tot slaag met de ransel. Daarna werd
hij geschaafd met ijzerklauwen. Maar Sint Barlaam brak niet en hij werd met
geweld naar de tempel van de afgoden gehaald. Daar legden ze brandende kolen
met wierook in zijn rechterhand. De rechter dacht dat Sint Barlaam ze door de
pijn neer zou werpen. Zo zou het lijken alsof hij een wierook-offer aan de
afgoden bracht. Maar Sint Barlaam stond onbeweeglijk tot zijn hand door en
door verbrand was door de kolen. Toen viel hij op de grond en stierf. Dit
gebeurde tijdens het regime van Diocletianus (284-305).
|
Saint Barlaam was
from a village near Antioch in Syria. He was advanced in years. Because he
was a christian, he was brought before the judge, who scentenced him to be
scourged with whips and then scraped with iron claws. But this didn’t break
Saint Barlaam and he was forcibly haled to the idols' temple. There they
placed burning coals with incense in his right hand. The judge thought that
the pain would make Saint Barlaam to cast them down. Thus it would seem that
he offered a sacrifice of incense to the idols. But Saint Barlaam stood
unmoving until his hand was thoroughly burned by the coals. Then he fell to
the ground and died. This happened during the reign of Diocletian (284-305).
|
19 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Varus
Martelaar
|
Sint Varus streed tijdens het regime van Maximianus in het
jaar 304. Hij was een erg moedige soldaat in dienst van de Keizer Maximianus.
Hij ging naar Egypte en bezocht de Christenen in de gevangenis om hen te
troosten. Onder deze gevangenen bevonden zich zeven monniken. Toen één van de
monniken stierf, nam Sint Varus zijn plaats in. Toen de gouverneur hiervan
hoorde, werd Sint Varus gearresteerd en doodgemarteld.
|
Saint Varus
contested during the reign of Maximian, in the year 304. He was a very
courageous soldier in the service of the Emperor Maximian. He went to Egypt,
and visited the Christians held in prison to comfort them. Among these
prisoners, there were seven monks. When one of the monks died, Saint Varus
took his place. When the governor heard of this, Saint Varus was arrested and
tortured to death.
|
19 OKTOBER
OKTΩΒΡΙΟΣ
|
DJ
Ý
|
Varvara (Barbara)
Groot-Martelares
|
St. Barbara kwam van Heliopolis in Phoenicie, en was de
dochter van de heiden Dioscorus. Zij was heimelijk christin. Toen Dioscorus
een badhuis bouwde, liet Barbara in zijn afwezigheid een 3e raam
bijzetten als ode aan de Drie-Eenheid en maakte in het marmer van het badhuis
met haar vinger een inscriptie van het teken van het Kruis. Toen Dioscorus
thuiskwam eiste hij dat Barbara haar geloof verwierp. Toen zij dit weigerde,
martelde Dioscorus haar onmenselijk en onthoofdde hij haar eigenhandig in het
jaar 290.
|
Saint Barbara was
from Heliopolis of Phoenicia and was the daughter of the idolater Dioscorus.
She secretly was a christian. When Dioscorus began building a bath-home,
Barbara directed the workmen to build a third window in honour of the Holy
Trinity, and inscribed the sign of the Cross with her finger upon the marble
of the bath-house. When Dioscorus returned, he demanded that Barbara
renounced her faith. When she refused to do so, Dioscorus tortured Barbara
inhumanly and beheaded her with his own hands in the year 290.
|
04 DECEMBER
ΔΕΚΕΜΒΡΙΟΣ
|
ABCD
FGHI
JKM
Ý
|
Vasilios (Basilius)
de Confessor
|
Sint Basilius de Confessor was een monnik die leed tijdens
het regime van de iconoclaste keizer Leo de Isauriër (717-741). Toen de
keizer een vervolging startte tegen degenen die heilige iconen vereerden,
werden Sint Basilius en zijn metgezel Sint Procopius van Decapolis (27
februari) gemarteld en in de gevangenis opgesloten. Ze bleven lange tijd in
gevangenschap. Na de dood van de keizer werden ze vrijgelaten samen met
andere aanbidders van heilige iconen. Sint Basilius stierf in vrede in het
jaar 750.
Sint Procopius wordt op 27 februari herdacht en Sint
Basilius op 28 februari.
|
Saint Basil the
Confessor was a monk who suffered during the reign of the iconoclast emperor
Leo the Isaurian (717-741). When the emperor started a persecution against
those who venerated holy icons, Saint Basil and his companion Saint Procopius
of Decapolis (February 27) were tortured and locked up in prison. They stayed
in prison for a long while. After the death of the emperor they were set free
along with other venerators of holy icons. Saint Basil died in peace in the
year 750.
Saint Procopius
is commemorated on February 27, and Saint Basil on February 28.
|
28 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Vasilios de Grote (Basilius)
Aartsbisschop van Caesarea
van de Cappadocianen
|
In heel Griekenland bekend als Sint Basilius Dag, wanneer
kadootjes worden uitgewisseld en een speciaal brood (vassilopitta) wordt
gebakken. Dit brood bevat een munt, die de ontvanger ervan geluk brengt.
Sint Basilius de Grote werd eind 329 geboren in Caesarea
in Cappadocië. Zijn moeder Emilia, zijn grootmoeder Macrina, en zijn broers
en zuster Macrina, Gregorius van Nyssa, Petrus van Sebastia en Naucratius
zijn allen Heiligen van de Kerk. Hij was bijna 10 jaar Bisschop van Caesarea
in Cappadocië en een groot verdediger van de Orthodoxie. Hij overleed 1
januari 379 op 49-jarige leeftijd. Basilius wordt samen met Gregorius de
Theoloog en Johannes Chrysostom ook herdacht op 30 januari (Trion Ierarchon)
(>>>zie Vasilios 30 januari)
|
Known throughout
Greece as St Basil's Day, when presents are exchanged and a special bread
(vassílopitta) is baked. This contains a coin, bringing good fortune to the
person who receives it.
Saint Basil the
Great was born at the end of 329 in Caesarea in Cappadocia. His mother Emilia, his grandmother Macrina,
and his brothers and sister Macrina, Gregory of Nyssa, Petrus van Sebastia
and Naucratius are all Saints of the Church. For almost 10 years he was
Bishop of Caesarea in
Cappadocia and a great defender of Orthodoxy. He died on the 1st of january
in the year 379 at the age of 49. Basil is also commemorated together with
Gregory the Theologian and John Chrysostom on januari 30 (Trion Ierarchon)
(>>>see Vasilios 30 januari)
|
01 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
ABCD
FGHI
JK
Ý
|
Vasilios
(Basilius) de Grote,
Gregorius de Theoloog en Johannes Chrysostom:
Trion Ierarchon
Synaxis van de Drie Hiërarchen
Synaxis of the Three
Hierarchs
|
Naamdag van alle kerken genaamd:
“Drie Hiërarchen”.
Tijdens de elfde eeuw woedden geschillen in Constantinopel
over de vraag wie van de drie hiërarchen de grootste was. Toen verschenen de
drie hiërarchen aan Sint Johannes de bisschop van Euchaita (14 juni) in het
jaar 1084. Ze vertelden hem dat ze voor God gelijk waren en bevalen dat hun
gezamenlijke herdenking gevierd moest worden op eenzelfde dag om de
geschillen te stoppen. Bisschop Johannes koos 30 januari voor hun gezamenlijk
Feest. Aldus eindigde de controversie en de vrede werd hersteld.
>>>zie ook Vasilios 1 januari
>>>zie ook Gregorius 25 januari
>>>zie ook Johannes Chrysostom 13 november
|
Nameday of all
churces named
“Three
Hierarchs”.
During the
eleventh century disputes raged in Constantinople about which of the three
hierarchs was the greatest. Then the three hierarchs appeared to Saint John
the bishop of Euchaita (June 14) in the year 1084. They told him that they
were equal before God and ordered that their common commemoration should be
celebrated on a single day to stop the disputes. Bishop John chose January 30
for their joint Feast. Thus the controversy ended and peace was restored.
>>>also
see Vasilios 1 januari
>>>also
see Gregorius 25 januari
>>>also
see Johannes Chrysostom 13 november
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
DFIJK
Ý
|
Vasilios (Basilius)
Bisschop van Amaseia (Amasea, Amasia), Pontus
Hiero-martelaar
en Glaphyra
|
Sint Basilius was bisschop van Amasia in Pontus, tijdens
het regime van Licinius (308-324). Licinius was mede Keizer en schoonbroer
van Sint Constantinus de Grote. Constantia, Licinius' vrouw en zuster van
Sint Constantinus, had een dienstmeid genaamd Glaphyra, een maagd. Toen
Constantia ontdekte dat Licinius een zondig verlangen naar Glaphyra had
opgevat, stuurde Constantia Glaphyra in het geheim weg naar het Oosten. In
Amasia zocht zij haar toevlucht bij Sint Basilius. Toen Licinius hiervan
hoorde, was hij furieus en gaf opdracht beiden voor hem te brengen. Toen de
soldaten hen op kwamen halen, was Sint Glaphyra echter al overleden. Glaphyra
wordt ook op deze dag herdacht. Sint Basilius werd naar Nicomedia gebracht en
daar onthoofd. Zijn lichaam werd in zee gegooid, maar weer teruggevonden en
teruggebracht naar Amasia.
|
Saint Basilius
was bishop of Amasia in Pontus, during the reign of Licinius (308-324).
Licinius was fellow Emperor and brother-in-law of Saint Constantine the
Great. Constantia, Licinius' wife and sister of Saint Constantine, had a
handmaid named Glaphyra, a virgin. When Constantia found out that Licinius
had conceived a sinful desire for Glaphyra, Constantia secretly sent Glaphyra
away to the East. In Amasia she took refuge with Saint Basilius. When
Licinius learned of this, he was furious and commanded to bring both before
him. However when the soldiers came for them, Saint Glaphyra had already
died. Glaphyra is also commemorated this day. Saint Basilius was taken to
Nicomedia and was beheaded there. His body was cast into the sea, but was
found again and brought back to Amasia.
|
26 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJK
Ý
|
Vasilios (Basilius)
Presbyter van Ancyra (Ankara)
Hiero-Martelaar
|
Sint Basilius was een presbyter van de Kerk in Ankara
tijdens het regime van Julianus de apostaat en Satorninus governeurr van
Ankara in 362. Hij werd beschuldigd en voor de gouverneur gebracht, die wilde
dat hij afstand deed van zijn geloof. Maar Sint Basilius weigerde dat en ze
hingen hem aan een boom, scheurden zijn zijden open en gooiden hem in de
gevangenis. Toen ze hem naar buiten brachten, scheurden ze hem opnieuw open,
boeiden hem met ijzeren ketenen en gooiden hem opnieuw in de gevangenis. Een
paar dagen later was Julianus op doorreis in Ankara en Sint Basilius werd
geboeid voor hem gebracht. Julianus verhoorde hem, maar opnieuw weigerde Sint
Basilius afstand te doen van zijn geloof. Toen werd hij naar graaf Flaventius
gebracht, die opdracht kreeg om repen uit het lichaam van Sint Basilius te
laten snijden. Toen ze veel repen van zowel de voor- als de achterkant van
zijn lichaam hadden gesneden, sneed de moedige Sint Basilius één van de repen
af, die van zijn schouders af hingen, en gooide dit in het gezicht van
Julianus. Toen bereidden ze hete vleespennen voor, waarmee ze de martelaar
brandden en doorstaken zijn buik, zijn rug en al zijn gewrichten. Na deze
martelingen stierf Sint Basilius.
|
Saint Basil was a
presbyter of the Church in Ankara during the reign of Julian the apostate and
Satorninus governor of Ankara in 362. He was accused and was brought to the
governor, who wanted him to renounce his faith. But Saint Basil refused to do
so and they hung him to a tree, tore his sides and threw him in prison. After
they brought him out, again they tore him again, bound him with iron chains
and once more threw him in prison. A few days later Julian passed through
Ankara and Saint Basil was brought to him shackled. Julian questioned him,
but again Saint Basil refused to renounce his faith. Then he was delivered to
count Flaventius, who was ordered to have straps cut out of the body of Saint
Basil. When they had cut a lot of straps both from the front part of his body
and from his back, the courageous Saint Basil cut off one of the straps,
which were hanging from his shoulders, and threw it on Julian's face. Then
they prepared hot skewers with which they burned the martyr and pierced his
belly, his back and all of his joints. After these torments Saint Basil died.
|
22 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Vasilios (Basilius)
Confessor, Bisschop van Parium (Parios) (Iconoclastic
epoch)
|
Sint Basilius leefde in de tijd van de Iconoclasten.
Vanwege zijn buitengewone en voorbeeldig leven werd hij bisschop van Parium.
Zijn hele leven lang onderging hij vele ontberingen, kwellingen en
vervolgingen door de ketters. Uiteindelijk overleed hij in vrede.
|
Saint Basil lived
during the time of the Iconoclasts. Because of his exceptional and virtuous
life he became bishop of Parium. His whole life long he suffered many
hardships, afflictions and persecutions from the heretics. Finally he reposed
in peace.
|
12 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJK
Ý
|
Vasilios (Basilius),
Eugenius, Agathodorus, Elpidius, Capito, Aetherius en
Ephraim, Patriarch van Antiochië, de Zeven Heilige Hiero-Martelaren van
Cherson
|
De Zeven Heilige Hiero-Martelaren van Cherson waren allen
bisschoppen in Cherson in verschillende periodes. Ze stierven allen de
marteldood gedurende de vroege jaren van de vierde eeuw, behalve Aetherius,
die in vrede stief. Allemaal waren ze door de Patriarch van Jeruzalem
uitgezonden als missionarissen. Basilius wekte de zoon van de prins op uit de
dood. Hierom werd hij aan zijn voeten vastgebonden en door de straten
gesleurd tot hij stierf. Ephrem werd onthoofd. Eugenius, Elpidus en
Agathadorus werden met staven geslagen en dood gestenigd. Aetherius leefde gedurende
het regime van Constantinus de Grote. Hij regeerde de Kerk in vrijheid en
vrede, stichtte een grote kerk in Cherson, en stierf in vrede. Capito (een
enkele website noemt hem Caption) was de laatste van de bisschoppen. Hij werd
gevangen genomen door heidense Scythianen en werd verdronken.
|
The Seven Holy
Hiero-Martyrs of Cherson were all bishops in Cherson at different times. They
were all martyred during the early years of the fourth century, except
Aetherius, who died peacefully. All of them were sent by the Patriarch of
Jerusalem as missionaries. Basil raised the son of a prince from the dead.
For this he was tied and bound by the feet and dragged through the streets
until he died. Ephrem was beheaded. Eugenius, Elpidus and Agathadorus were
beaten with rods and stoned to death. Aetherius lived during the reign of
Emperor Constantine the Great. He governed the Church in freedom and peace,
erected a large church in Cherson, and died peacefully. Capito (on one
website he is called Caption) was the last of the bishops. He was captured by
pagan Scythians and was drowned.
|
07 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Vasilios (Basilius),
Innocent, Hermes, Philecus (Felix) en Peregrinus,
Metgezellen van Isaurus de Martelaar
|
Sint Isaurus en zijn metgezellen Basilius, Innocent,
Hermes, Philecus (Felix) en Peregrinus waren martelaren in Apollonia,
Macedonië tijdens het regime van Keizer Numerianus (283-284). De zes vrienden
kwamen uit Athene en zochten hun toevlucht in een grot in Apollonia. Toen ze
werden opgepakt en voor de sub-prefect Tripontio werden gebracht, probeerde
hij hen op alle mogelijke manieren te laten offeren aan de afgoden, maar dat
weigerden ze te doen. Toen moesten ze vele wrede martelingen ondergaan. Maar
in plaats van afstand te doen van hun geloof, lukte het hen velen tot het
christelijke geloof te brengen. Uiteindelijk werden ze onthoofd.
|
Saint Isaurus
and his companions Basil, Innocent,
Hermes, Philecus (Felix) and Peregrinus were martyrs in Apollonia, Macedonia
during the reign of Emperor Numerianus (283-284). The six friends were from
Athens and took refuge in a cave in Apollonia. When they were captured and
brought before the sub-prefect Tripontio, he tried in every way to make them
sacrifice to the idols, but they refused to do so. Then they had to endure a
lot of cruel tortures. But instead of renouncing their faith, they achieved
to bring many in the christian faith. Finally they were decapitated.
|
17 JUΝI
ΙΟΥΝΙΟΣ
|
D
Ý
|
Vasilios (Basilius) de Diaken,
Chariton (monnik), Comasius (Komassios) (monnik), Daniel
(monk), Etymasius (Hetoimassios) (monnik of leek) en/of Eusebius (monnik),
Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (Nikephoros) (priester),
Petrus (priester), Sergius (priester), Socrates (monnik), Theodorus
(bisschop), Theodorus (priester), Thomas (diaken) en Timotheus (bisschop), de 15 (or 16) Hieromartelaren van Tiberiopolis
(Tiberioupolis)
|
De Martelaren Basilius (diaken), Chariton (monik),
Comasius (monnik), Daniel (monnik), Etymasius (monnik of leek) en/of Eusebius
(monnik), Hierotheus (monnik), Johannes (priester), Nicephorus (priester),
Petrus (priester), Sergius (priester), Socrates (monnik), Theodorus (bisschop), Theodorus (priester), Thomas
(diaken) en Timotheus (bisschop) were geestelijken uit Nicaea en andere
plaatsen. Toen Keizer Julianus de Apostaat (361-3) alle Christenen wilde
dwingen naar de aanbidding van afgoden, vluchtten ze naar Thessalonica. Daar
vonden ze geen vrede en ze gingen op weg naar Tiberiopolis (Strumica, ook
Cilicia wordt genoemd). Gedurende korte tijd leidden ze daar een apostolisch
leven, tot de soldaten van de tiran hen inhaalden en hen terug brachten naar
Thessalonica. Toen ze weigerden Christus te loochenen, werden ze met het
zwaard onthoofd in Tiberiopolis in 361. Verschillende websites noemen 16
martelaren. Het zou mogelijk kunnen zijn at de martelaren Etymasius en
Eusebius met elkaar verward worden, of dat één van deze twee namen verkeerd
is. Dit is echter niet zeker. Volgens slechts één websit wase Etymasius
een leek, Volgens alle andere die ik gevonden heb was hij een presbyter.
|
The Martyrs Basil (deacon), Chariton (monk),
Comasius (Comassius, Komassios) (monk), Daniel (monk), Etymasius (Etimassius,
Hetoimassios) (monk or layman) and/or Eusebius (Eusebios) (monk), Hierotheus
(Hierotheos) (monk), John (priest), Nicephorus (Nikephoros) (priest), Peter
(priest), Sergius (Sergios) (priest), Socrates (monk), Theodore (Theodor)
(bisshop), Theodore (priest), Thomas (Thom) (deacon) and Timothy (bisshop) were
clergy from Nicaea and other places. When Emperor Julian the Apostate (361-3)
wanted to compel all Christians to turn back to idolatrous worship, they
sought refuge in Thessalonica. They did not find peace there and they made
their way to Tiberiopolis (Strumica, also Cilicia is mentioned). For a short
while they led an apostolic life there, until the tyrant’s soldiers caught up
with them and brought them back to Thessalonica. When they refused to deny
Christ, they were beheaded by the sword in Tiberiopolis in 361. Several
websites mention 16 martyrs. It might be possible that the martyrs Etymasius
and Eusebius are being confused with eachother, or that one of these two
names is wrong. However this is not certain. According to only one website Etymasius was a layman, according to all
others that I found he was a presbyter.
|
28 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Vasilios (Basilius),
Auxentius, Andreas, Gregorius, nog een Gregorius en
Johannes, Monnik-Martelaren en Confessors, en vele anderen, Monnik-Martelaren
en Confessors, Metgezellen van Stephanus de Nieuwe (de Jongere).
|
Sint Stephanus werd geboren in Constantinopel in 715. Hij
werd door de kluizenaren van de Berg Auxentius in Bithynië (>>>zie
Auxentius 14 February) gekozen tot hun leider. Toen Keizer Constantinus
V in 754 een concilie hield, dat de heilige iconen verbood, verwierp Sint
Stephanus dit concilie en de Keizer verbande hem. Maar in ballingschap voerde
Sint Stephanus genezingen uit met heilige iconen en keerde velen af van het
iconoclasme. Toen hij opnieuw voor de Keizer gebracht werd, vertrapte hij een
munt met de beeltenis van de Keizer. Hij werd veroordeeld tot elf maanden
vastgebonden zijn en gevangenschap. Later werd hij over de grond gesleept en
werd gestenigd, zoals Stephanus de Eerste Martelaar. Daarom wordt hij
Stephanus de Nieuwe (soms de Jongere) genoemd. Uiteindelijk werd hij met een
houten club geslagen en zijn hoofd werd verbrijzeld. Sint Stephanus stierf in
het jaar 767. De Monnik-Martelaren en Confessors Andreas, Auxentius, Basilius, Gregorius,
een andere Gregorius, Johannes en vele anderen waren samen met Sint Stephanus
de Nieuwe in de gevangenis. Ze werden geëxecuteerd na zijn martelaarsdood.
Noot: Verschillende websites noemen Monnik-Martelaar
Auxentius samen met de 16 Martelaren van Tiberioupolis, waardoor het kan
lijken alsof ze metgezellen waren. Dit is niet het geval. Zij stierven ook
als martelaren op 28 November, maar honderden jaren eerder en op een andere
locatie. Al deze websites krijgen hun informatie uit dezelfde bron, waardoor
de fout zichzelf vermenigvuldigt en veel verwarring veroorzaakt.
|
Saint Stephen
was born in Constantinople in 715. He was chosen by the hermits of Mount
Auxentius in Bithynia (>>>see Auxentius February 14) to be their
leader. When Emperor Constantine
V held a council in 754, that anathematized the holy icons, Saint Stephen
rejected this council and the Emperor exiled him. But while in exile Saint
Stephen performed healings with holy icons and turned many away from
Iconoclasm. When he was brought before the Emperor again, he trampled upon a
coin with the image of the Emperor. He was condemned to eleven months in
bonds and imprisonment. Later he was dragged over the earth and was stoned,
like Stephen the First Martyr. Therefore he is called Stephen the New
(sometimes the Younger). Finally he was struck with a wooden club and his
head was shattered. Saint Stephen died in the year 767. The Monk-Martyrs and
Confessors Andrew, Auxentius, Basil, Gregory, another Gregory, John and many others were
together with Saint Stephen the New in prison. They were executed after his
martyric death.
Note: Several websites mention Monk-Martyr
Auxentius together with the 16 Martyrs of Tiberioupolis, by which it may seem
that they were companions. This is not the case. They were also martyred on
November 28, but hundreds of years earlier and on another location. All these
websites get their information from the same source, by which this mistake
duplicates itself and causes a lot of confusion.
|
28 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
Ý
|
Vasilios (Basilius) de Oudere,
Emilia en Macrina de Oudere
|
Sint Basilius de Oudere groeide op in Neocaesarea in
Pontus. Hi was de zoon van Macrina de Oudere. Tijdens de christenvervolgingen
onder Galerius verhuisde Basilius met zijn familie naar de kusten van de
Zwarte Zee. Hij trouwde met Emilia van Caesarea, die uit een rijke familie
kwam. In Caesarea, waar ze zich vestigden, voedden ze met de hulp van zijn
moeder een gezin op van negen of tien kinderen. Deze familie ou de
Christelijke geschiedenis zeer beďnvloeden. Vijf van hun kinderen worden
herinnerd bij naam en beschouwd als heiligen: Basilius de Grote, Gregorius
van Nyssa, Petrus van Sebaste, Naucratius en Sint Macrina de Jongere.
|
Saint Basil the
Elder raised in Neocaesarea in Pontus. He was the son of Macrina the Elder.
During the persecution of Christians under Galerius, Basil moved with the
family to the shores of the Black Sea. He married with Emily of Caesarea, who
came from a wealthy family. In Caesarea, where they settled, with the help of
his mother they raised a family of nine or ten children. This family would
greatly influence Christian history. Five of their children are remembered by
name and are considered to be saints: Basil the Great, Gregory of Nyssa,
Peter of Sebaste, Naucratius and Saint Macrina the Younger.
|
30 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
Ý
|
Vasiliskos (Basiliscus)
Martelaar,
neef van Theodorus de Tyron
|
Sint Basiliscus kwam uit de stad Amasia aan de Zwarte Zee.
Hij was een neef van Sint Theodorus de Tyron (17 februari). Toen zijn
mede-martelaren, de broers Eutropius en Cleonicus waren gekruisigd op 3
maart, werd Basiliscus in de gevangenis gezet. Terwijl hij aan het bidden
was, verscheen de Heer aan hem en vertelde hem eerst naar zijn verwanten te
gaan om hen vaarwel te zeggen, wat hij deed. Nadat hij de gevangenis verlaten
had, kwamen soldaten hem achterna. Ze brachten hem naar Comana in Cappadocië,
hem dwingend om in ijzeren schoenen met spijkers te lopen. Hij werd onthoofd
in Comana op 22 mei. Daarna werd zijn lichaam in de rivier gegooid. Volgens
sommigen gebeurde dit tijdens het regime van Diocletianus (284-305), volgens
anderen tijdens de vervolging door de keizer Maximianus Galerius (305-311).
Eén website noemt het jaar 308 (>>>zie ook Basiliscus 3 maart)
|
Saint Basiliscus
was from the city of Amasia on the Black Sea. He was a nephew of Saint
Theodore the Tyro (February 17). When his fellow martyrs, the brothers
Eutropius and Cleonicus had been crucified on March 3, Basiliscus was put in
prison. As he was praying, the Lord appeared to him and told him first to go
to his kinsmen to bid them farewell, which he did. After he had left the
prison, soldiers came after him. They brought him to Comana of Cappadocia,
forcing him to walk in iron shoes set with nails. He was beheaded at Comana
on May 22. After that his body was cast into the river. According to some
this happened during the reign of Diocletian (284-305), according to others
during the persecution of the emperor Maximian Galerius (305-311). One
website mentions the year 308 (>>>also see Basiliscus March 3)
|
22 MEI
ΜΑΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Vasiliskos
(Basiliscus),
Eutropius en Cleonicus, Martelaren van Amasea
|
Deze martelaren waren inwoners van Cappadocië. Ze waren
strijdmakkers en verwanten van de martelaar Theodorus de Tyron (17
februari). Ze werden voor President Asclepiodotus gebracht en wreed
geslagen. Sint Eutropios werd op zijn mond geslagen voor het beledigen van de
President. Ze werden van hun wonden genezen door een verschijning van de Heer
en Sint Theodorus. Een groot aantal heidenen, die hier getuige van waren,
waren zo verbaasd door dit wonder, dat ze zich bekeerden tot het christendom.
Hierom werden zij onthoofd. Toen veranderde de President zijn methode. Hij
probeerde Sint Cleonicosdoor vleierij en beloftes te verleiden afstand te
doen van zijn geloof. Maar Sint Cleonicos lachte om de domheid van de
President en de machteloosheid van de afgoden. Door hun gebeden wierpen de
martelaren het standbeeld van Artemis om. Toen zij in kokende was werden
gegooid, bleven ze ongedeerd. Uiteindelijk werden Eutropios en Cleonicos
gekruisigd en Basiliskos werd in de gevangenis gegooid. Hij werd een jaar
later onthoofd, op 22 mei (>>>zie ook Basiliscus 22 mei).
|
These martyrs
were natives of Cappadocië. They were comrades in arms and relatives of the
martyr Theodore the Tyro (February
17). They were brought
before President Asclepiodotus and beaten cruelly. Saint Eutropios was
slapped on the mouth for offending the President. They were cured of their
wounds by an apparition of the Lord and Saint Theodore. A large number of
pagans who whitnessed this, were so amazed by this miracle, that they
converted to christianity. For this they were beheaded. Then the President changed
his method. He tried to lead Saint Cleonicos to renounce his faith by
flattery and promises. But Saint Cleonicos laughed at the President's
stupidity and the idols' powerlessness. By their prayers the martyrs turned
over Artemis' statue. When they were plunged into boiling wax, they remained
unharmed. Finally Eutropios and Cleonicos were crucified and Basiliskos was
thrown into prison. He was beheaded a year later, on May 22 (>>>also
see Basiliscus May 22).
|
03 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJK
Ý
|
Vasiou
|
|
|
11 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Vassa (Bassa)
Martelares en haar Kinderen
|
Sint Bassa kwam uit Edessa in Macedonië. Ze was getrouwd
met Valerianus, een priester van de afgoden, en ze hadden samen drie zoons.
Bassa voedde haar kinderen in vroomheid op. Zij en haar zoons werden aan de
proconsul verraden door haar eigen
echtgenoot. Voor haar ogen werd elk van haar zoons gemarteld en onthoofd. Omdat
ze weigerde de afgoden te aanbidden, werd ze gevangengezet, in water en
daarna vuur gegooid en gestenigd. Ze bleef echter ongedeerd. Ze werd naar de
tempel gebracht om de afgoden te vereren, waar ze het beeld van Zeus
omverwierp en aan stukken brak. Opnieuw werd ze gemarteld en opnieuw bleef ze
ongedeerd, waarna ze werd onthoofd, rond het jaar 290, tijdens het regime van
Maximianus.
|
Saint Bassa was
from Edessa in Macedonia. She was married to Valerian, a priest of the idols,
and together they had three sons. Bassa raised her children in piety. She and
her sons were betrayed to the proconsul by her own husband. Before her each
of her sons was tormented and beheaded. Because she refused to worship the
idols, she was imprisoned, cast into water and then fire and was stoned.
However she remained unharmed. She was brought to the temple to worship the
idols, where she overturned the idol of Zeus and broke it to pieces. Again
she was tormented and again she remained unharmed, after which she was
beheaded, about the year 290, in the reign of Maximian.
|
21 AUGUSTUS
AYΓΟΥΣΤΟΣ
|
DJK
Ý
|
Venerius (Benerios)
Metgezel
van Chrysa (Aura, Avra)
de Hiero-Martelaar Hippolytus (Ippolytos), priester van de
Kerk van Rome, de martelaren Censorinus (Kensourinos), en 20 soldaten en
gevangenisbewaarders met hem, Sabinos (of Sabaďnos), Chrysa (of Aura,
Avra) de maagd en haar 20 metgezellen: Amandinus, Archelaus de Diaken, Ares,
Commodus (Komodos), Cyprus (Kypros), Cyriacus (of Quirinus) (Kyriakos of
Kyrinos) de bisschop, Eusebius, Felix (Felikos), Herculianus (of Herculinus)
(Erkoulios of Erkoulinos), Hermes (Ermis), Maurus (Mavros), Maximus, Maximus
de presbyter, Mennas (Minas), Monagrius, Olympius (of Olympinos), Rusticus
(Roustikos), Stiracius (Styrakios), Theodorus de Tribuun en Venerius
(Benerios), martelaren.
|
Sint Hippolytus wordt genoemd als een paus of een bisschop
van Rome. Eén website noemt hem als een antipope. Hij was een discipel van
Sint Irenaeus, bisschop van Lugdunum (Lyons in Frankrijk) en een christelijke
theoloog, die vele verhandelingen en commentaren op de Bijbelse Boeken
schreef. Hij was één van de laatste Westerse Vaders, die in het Grieks
schreef. Toen Sint Hippolytus hoorde over het lijden van deze martelaren,
verscheen hij voor de gouverneur en protesteerde tegen hun onmenselijkheid. De
woedende gouverneur veroordeelde hem tot martelingen. Na lange kwellingen
bonden ze zijn handen en voeten en gooiden hem in zee. Zijn relieken werden
naar de kerk van de Martelaren Laurentius en Paus Damasus in Rome
overgebracht..
Sint Censorinus was een hooggeplaatste magistraat. Hij
werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid omdat hij christen was. Toen
hij een dode man tot leven wekte, bekeerden twintig soldaten en
gevangenisbewaarders zich tot het christendom. Zij werden samen met Sint
Censorinus onthoofd.
Toen werd de maagd Chryse, die uit een aristocratische
familie kwam, ondervraagd. Zij bekende een christin te zijn en werd
gemarteld. Eerst openden ze haar zijden en verbrandden haar wonden
met brandende kaarsen. Na vele verschrikkelijke kwellingen bonden ze een
grote steen om haar nek en verdronken haar in zee. Samen met Sint Chryse
stierven de martelaren Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius,
Stiracius, Mennas, Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius,
Amandinus, Olympius, Cyprus, Theodore de tribuun, Maximus de presbyter,
Archelaus de diaken en Cyriacus de bisschop.
Met zware stenen rond zijn nek gebonden werd Sint Sabinus
aan een boom opgehangen. De heidenen verbrandden zijn zijden met toortsen tot
hij stierf.
Al deze Romeinse martelaren stierven in het jaar 269 AD.
Met name het martelaarschap van Sint Chrysa wordt gerapporteerd.
|
Saint Hippolytus
is mentioned as a pope or a bishop of Rome. One website mentions him as an
antipope. He was a disciple of St Irenaeus, bishop of Lugdunum (Lyons in
France) and a christian theologian who wrote many treatises and commentories
on the Biblical Books. He was one of the last Western Fathers to write in
Greek. When Saint Hippolytus he learned of the suffering of these martyrs, he
appeared before the governor and protested against their inhumanity. The
enraged governor sentenced him to be tortured. After long torments, they tied
his hand and feet and threw him into the sea. His relics were put in the
church of the martyrs Laurence and Pope Damasus in Rome.
St Censorinus was
a high-ranking magistrate. He was arrested and thrown into prison being a
christian. When he raised up a dead man, twenty soldiers and prison guards
were converted to christianity. They were beheaded with St Censorinus.
Then the virgin
Chryse, who was from an aristocratic family, was brought for interrogation.
She confessed being a christian and was tortured. At first they opened her sides and they
burned her wounds with burning candles. After many other horrible torments, they tied a big
rock around her neck and drowned her in the sea. With Saint Chryse suffered
the martyrs Ares, Felix, Maximus, Herculianus, Venerius, Stiracius, Mennas,
Commodus, Hermes, Maurus, Eusebius, Rusticus, Monagrius, Amandinus, Olympius,
Cyprus, Theodore the Tribune, Maximus the Presbyter, Archelaus the Deacon,
and Cyriacus the Bishop.
With heavy rocks
tied around his neck, Saint Sabinus was hung on a tree. The idolaters burned
his sides with torches untill he died.
All these Roman
martyrs suffered in the year 269 AD. Especially the martyrdom of Saint Chrysa
is reported.
|
30 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Veronica
|
|
|
12 JULI
ΙΟΥΛΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Vicratius (Vibianus),
Acacius, Aesychius, Aetius, Aggia, Alexander,
Athanasius, Candidus, Cirillus, Claudius, Cudio, Cyrius, Domitian, Domninus,
Ecdicius, Eunoicus, Eutychius, Eutychus (Aglaius), Flavius, Gaius, Gorgonius,
Helianus, Heraclius, Ile, Johannes, Leontius (Theoctistus), Lisimachus,
Melito, Nicallus, Philotemon, Priscus, Sacerdos, Severianus, Sisinnius,
Smaragdus, Theodulus, Theophilus, Valens, Valerius, Xantius, de 40
Martelaren van Sebaste
|
De 40 Martelaren van Sebaste waren Christelijke soldaten
in het Romeinse leger in het jaar 320 A.D. Toen de vervolging van de
Christenen begon tijdens het regime van Licinius, werden de martelaren
vastgebonden en in een meer gegooid. Een wacht werd neergezet om te voorkomen
dat ze zouden ontsnappen. Er was een verschrikkelijke vorst en het meer
bevroor rondom de lichamen van de martelaren. De folteraars verwarmden een
bad aan de rand van het meer om de martelaren over te halen Christus te
loochenen. Eén van hen kwam uit het water en klom in het bad. Toen verscheen
er een buitengewoon licht uit de hemel, dat het water en de lichamen van de
martelaren verwarmde, en 39 kronen daalden uit de hemel neer op hun hoofden.
De wcht aan de kust zag dit, trok al zijn kleren uit en voegde zich bij de
martelaren in het meer. Inderdaad daalde de laatste en 40e kroon op zijn
hoofd neer. De volgende dag waren de martelaren nog steeds in leven, dus
gaven de rechtes het bevel om hun onderbenen te breken en in het water te
gooien, zodat Christenen ze niet meer terug konden vinden. Op de derde nacht
dreef elk been dat gescheiden was van hun lichamen aan de oppervlakte en
gloeide als een kaars. Bisschop Petrus verzamelde en begroef ze eervol.
|
The 40 Martyrs
of Sebaste were Christian soldiers in the Roman army in the year 320 A.D.
When the persecution of Christians began during the reign of Licinius, the
martyrs were bound and tossed into the lake. A guard was stationed to prevent
them from escaping. There was a terrible frost and the lake froze around the
bodies of the martyrs. The torturers heated a bath by the side of the lake in
sight of the frozen martyrs to persuade them to deny Christ. One of them came
out of the water and entered the bath. Then an extraordinary light appeared
from heaven which warmed the water in the lake and the bodies of the martyrs
and thirty-nine wreaths descended from heaven over their heads. The guard on
the shore saw this, removed all his clothes and entered the lake to join the
martyrs. Indeed, the last and fourtieth wreath descended upon him. The next
day the martyrs were still alive, so the judges ordered that the lower part
of their legs be broken and their bodies thrown into the water so Christians
could not recover them. On the third night every bone which was separated
from their bodies floated to the top and glowed like a candle. Bishop Peter
gathered and honorably buried them.
|
09 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
DJKM
Ý
|
Victor
en Stephanie, Martelaars
|
De Heiligen Victor en Stephanie streden in Damascus in het
jaar 160 tijdens het regime van Antoninus Pius. Sint Victor werd
gearresteerd, omdat hij Christen was. Ze sneden zijn vingers af en staken
zijn ogen uit. Uiteindelijk werd hij onthoofd. Sint Stephanie was de vrouw
van een soldaat. Zij was ook Christin. Toen Victor leed, schreeuwde ze uit,
dat ze twee kronen voor zich zag: één voor hem en één voor zichzelf. Sint
Stephanie werd ook gearresteerd. Ze werd aan twee palmbomen gebonden, die
omlaag gebogen waren. Toen de palmbomen werden losgemaakt, werd ze in stukken
gescheurd.
|
The Saints Victor
and Stephanie contested in Damascus in the year 160, during the reign of
Antoninus Pius. Saint Victor was arrested because he was a Christian. They
cut off his fingers and cut out his eyes. Finally he was beheaded. Saint
Stephanie was the wife of a soldier. She was also a Christian. When Victor
suffered, she cried out that she saw two crowns prepared, one for him, and
one for herself. Saint Stephanie was also arrested. She was tied to two palm
trees which had been bowed down. When the palm trees were released, she was
torn asunder.
|
11 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
ADFH
IJ
Ý
|
Victor,
Victorinos,
Pappius, Nicephorus, Serapion, Claudius en Diodorus, Martelaren
|
Volgens sommigen stierven deze martelaren in Korinthië
onder Decius in 251. Volgens anderen stierven ze in Diospolis in Egypte onder
Numerianus in 284. De armen en benen van Sint Claudius werden afgerukt. De
heiligen Diodorus en Serapion werden levend verbrand. De heiligen Nicephorus,
Victor en Victorinus werden doodgedrukt door een grote kei en Sint Pappias
werd in zee gegooid.
|
According to some
these martyrs died in Corinth under Decius in 251. According to others they
died in Diospolis in Egypt under Numerian in 284. The arms and legs of Saint
Claudius were severed. The Saints Diodore and Serapion were burned alive. The
Saints Nicephorus, Victor and Victorinus were crushed to death by a large
boulder and Saint Pappias was cast into the sea.
|
05 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
D
Ý
|
Victor (doopnaam Photinus, Fotinus),
Photinus (voorheen Victor)
en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse,
Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki,
Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s
dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en
de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus
(voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar
(Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”,
Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraďne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Victor (doopnaam Photinus, Fotinus),
Photinus (voorheen Victor)
en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de Samaritaanse,
Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi), Cyriaca (Kiriaki,
Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de Samaritaanse, Nero’s
dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd dienstmeisje Stephanida, en
de martelaren Victor, Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus
(voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar
(Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”,
Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
>>>zie Victor (doopnaam Photinus) 26 februari
|
>>>see
Victor (baptism name Photinus) february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
K
Ý
|
Victor,
Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus
(voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus
(voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de
Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de
Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd
dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar
(Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”,
Gelijke-van-de-Apostelen, Groot-Martelares
|
Photine van Sychar, Gelijke-van-de-Apostelen en
Evangelist, of de “vrouw aan de bron”, was de
Samaritaanse vrouw die Christus ontmoette aan de Bron van Jacob bij Sychar (St.
Johannes 4:4-31). Christus gaf haar de naam Photine, haar vroegere naam
is onbekend. Na deze ontmoeting was Photina de eerste om de Gospel te preken.
Ze bekeerde haar zoons en zusters (op sommige websites genoemd als haar
dochters). Volgens sommige websites zijn Victor en
Photinus dezelfde persoon (zoon van Photini), volgens anderen zijn ze twee
verschillende personen. Sommige websites noemen slechts vier zusters, anderen
vijf. De andere martelaren worden soms genoemd, soms niet, en soms slechts
een paar van hen. Haar zoon Victor werd Photinos genoemd na zijn
doop. Photine en haar familie gingen naar Carthaga in Afrika om de Gospel te
preken. Ze werden gearresteerd en naar Rome gebracht gedurende het regime van
Keizer Nero en werden in de gevangenis gegooid. Domnina, de dochter van Nero,
kwam in contact met St. Photina en werd door haar tot het Christelijke geloof
bekeerd. Domnina werd Anthusa genoemd na haar doop en de naam van haar hoofd
dienstmeisje werd veranderd in Stephanida. De chemicus Lampadios, die orders
had de heiligen te vergiftigen, werd ook bekeerd en gedoopt. Zijn naam werd
veranderd in Theoclitos. Na gevangenschap stierven ze allen de
martelaarsdood. Photina werd in een bron gegooid waar ze stierf (66 na Chr.).
Er zijn veel details gevonden over de martelingen en de
dood van de martelaars, behalve van Anthusa (Domnina) en haar dienstmeisjes,
waaronder Stephanida. Misschien is er een verband met Sint Anthusa en haar 12
dienstmeisjes, die worden herdacht op 22 februari (>>>zie Anthusa 22
februari).
Photine en haar metgezellen worden in Griekenland herdacht
op 26 februari (Griekse belangrijkste feest) en 20 maart (Slavische
belangrijkste feest). In de Russisch Orthodoxe Kerk wordt Photine vereerd als
Swetlana (Oekraďne: Svetlana) en in Mexico als La Samaritana.
|
Photine of
Sychar, Equal-to-the-Apostles and Evangelist, or the “woman at the well”, was the Samaritan woman who encountered
Christ at the Well of Jacob near Sychar (St. John 4:4-31). Christ gave
her the name Photine, her former name is not known. After this encountering
Photina was the first to preach the Gospel. She converted her sons and
sisters (on some websites mentioned as her daughters). According to some websites Victor and
Photinus are the same person (son of Photini), according to others they are
two different persons. Some websites mention only four sisters, others five.
The other martyrs sometimes are mentioned, sometimes not, and sometimes only
een few of them. Her son Victor
was called Photinos after his baptism. Photine and her family went to
Carthage in Africa to preach the Gospel. There they were arrested and taken
to Rome during the reign of Emperor Nero and were thrown into prison.
Domnina, the daughter of Nero, came into contact with St. Photina and was
converted to the Christian faith by her. Domnina was called Anthusa after her
baptism and her head servant’s name was changed to Stephanida. The chemist
Lampadios, who had orders to poison the saints, was also concerted and
baptized. His name changed into Theoclitos. After imprisonment they all
suffered martyrdom. Photina was thrown into a well where she died (66).
Many details
were found about the torturing and the death of the martyrs, except for
Anthusa (Domnina) and her servants, amongst which Stephanida. Perhaps there
is a link with Saint Anthusa and her 12 servants, who are commemorated on
february 22 (>>>see Anthusa
February 22).
Photine and her
companions are commemorated in Greece on February 26 (Greek principal feast)
and March 20 (Slavic principal feast). In the Russian Orthodox Church Photine
is venerated as Swetlana (Ukraina: Svetlana) and in Mexico as La
Samaritana.
|
26 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
Ý
|
Victor,
Sebastianus de Hertog, Christodulus en Theoclitus
(voorheen Lampadios), metgezellen van Photine de Samaritaanse, en Photinus
(voorheen Victor) en Joses (Josiah, Joseph), de twee zonen van Photine de
Samaritaanse, Anatola, Phota, Photis (Photida), Parasceva (Paraskevi),
Cyriaca (Kiriaki, Kyriaki), de vijf zusters (of dochters) van Photine de
Samaritaanse, Nero’s dochter Anthusa (voorheen Domnina) en haar hoofd
dienstmeisje Stephanida, metgezellen van Photine de Samaritaanse van Sychar
(Fotini, Swetlana, La Samaritana), “vrouw aan de bron”, Gelijke-van-de-Apostelen,
Groot-Martelares
|
>>>zie Victor 26
februari
|
>>>see
Victor february 26
|
20 MAART
ΜΑΡΤΙΟΣ
|
Ý
|
Victorinos,
Pappius,
Nicephorus, Serapion, Claudius, Diodorus en Victor, Martelaren
|
Volgens sommigen stierven deze martelaren in Korinthië
onder Decius in 251. Volgens anderen stierven ze in Diospolis in Egypte onder
Numerianus in 284. De armen en benen van Sint Claudius werden afgerukt. De
heiligen Diodorus en Serapion werden levend verbrand. De heiligen Nicephorus,
Victor en Victorinus werden doodgedrukt door een grote kei en Sint Pappias
werd in zee gegooid.
|
According to some
these martyrs died in Corinth under Decius in 251. According to others they
died in Diospolis in Egypt under Numerian in 284. The arms and legs of Saint
Claudius were severed. The Saints Diodore and Serapion were burned alive. The
Saints Nicephorus, Victor and Victorinus were crushed to death by a large
boulder and Saint Pappias was cast into the sea.
|
05 APRIL
ΑΠΡΙΛΗΣ
|
DJ
Ý
|
Vincent
|
|
|
11 NOVEMBER
ΝΟΕΜΒΡΙΟΣ
|
J
Ý
|
Vissarionos
|
|
|
20 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
FI
Ý
|
Vitalis van Gaza
|
|
|
11 JANUARI
ΙΑΝΟΥΑΡΙΟΣ
|
D
Ý
|
Vlassis (Blasius)
Aartsbisschop van Sebaste
(Sebastea, Armenië),
Hiero-Martelaar
|
St. Blasius was Bisschop van Sebastia. Hij genas de
ziekten van mensen en dieren, speciaal van kinderen, en werd befaamd. Hij
streed voor zijn geloof onder Licinius in het jaar 316. St. Blasius wordt
aangeroepen voor de genezing van keel-aandoeningen.
|
Saint Blaise was
Bishop of Sebastia. He healed the diseases of men and beasts, and especially
of infants, and became famous. He contested for his faith under Licinius in
the year 316. Saint Blaise is invoked for the healing of throat ailments.
|
11 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DH
Ý
|
Voukolou (Bucolus)
Bisschop van Smyrna
|
Sint Bucolus was een discipel van de heilige Apostel en
Evangelist Johannes de Theoloog. Hij werd de eerste Bisschop van Smyrna (Klein-Azië).
Sint Bucolus bekeerde vele heidenen tot het christendom en doopte hen. Tussen
100-105 overleed hij in vrede. Zijn opvolger was Sint Polycarpus (23
februari), één van de Apostolische Vaders, en ook een discipel van de heilige
Apostel Johannes de Theoloog. Een mirteboom groeide op het graf van Sint
Bucolus, die de zieken heelde.
|
Saint Bucolus was
a disciple of the holy Apostle and Evangelist John the Theologian. He became
the first Bishop of Smyrna (Asia Minor). Saint Bucolus converted many of the
pagans to Christ and baptized them. Between the years 100-105 he reposed in
peace. His successor was Saint Polycarp (February 23), one of the Apostolic
Fathers, and also a disciple of the holy Apostle John the Theologian. A
myrtle tree grew at the grave of Saint Bucolus, which healed the sick.
|
06 FEBRUARI
ΦΕΒΡΟΥΑΡΙΟΣ
|
DFIJK
Ý
|